‘VN-troepen ruilden wapens voor goud’

Pakistaanse soldaten van de vredesmissie van de Verenigde Naties in Congo (MONUC) hebben in goud gehandeld en wapens verkocht aan milities. Milities die ze juist hadden moeten ontwapenen. Dat meldt de BBC naar aanleiding van een VN-rapport. Het onderzoeksrapport zelf is door de VN nooit naar buiten gebracht „om politiek onrust te voorkomen”.

De illegale handel vond plaats in het mijnstadje Mongbwalu, in het noordoosten van Congo. Het Pakistaanse bataljon blauwhelmen was gestationeerd in Ituri om de rust te herstellen. In dat gebied voerden eerder rebellengroeperingen van de Lendu en de Hema bittere strijd tijdens de oorlog, die van 1998 tot 2003 duurde. Een daarvan was de FNI, een militie van de Lendu.

De verleiding van de goudmijnen bleek voor sommigen te sterk om te weerstaan, zegt het hoofd van de mijnbond Liki Likambo. „Ik zag een Pakistaanse VN-soldaat hier goud kopen bij een plaatselijke handelaar. Ik was erbij.” Later handelden de Pakistaanse officieren direct met de FNI-milities. Een plaatselijke ondernemer zegt dat de Pakistanen zaken deden met twee van de meest beruchte militieleiders, die bekend stonden als Kung Fu en Dragon. „Goud was de basis van hun vriendschap.”

Ook het Congolese leger en Indiase handelaren uit Kenia raakten bij de illegale praktijken betrokken. Eind 2005 kwam er een einde aan nadat een Indiase handelaar arriveerde en aangaf bij de Pakistanen te willen verblijven. Dat vond een douanebeambte verdacht. Uiteindelijk kreeg de VN er lucht van en werd in augustus 2006 een onderzoek ingesteld.

MONUC ontkent de illegale handel in wapens en zegt dat het onderzoek naar de goudhandel nog loopt. Momenteel is een ánder Pakistaans bataljon gestationeerd in het goudrijke gebied. (BBC)