‘Vervuilingsrechten’ voor ieder huishouden

Rond de gloeilamp barst het klimaatdebat echt los. Hoe beweeg je consumenten tot zuinigheid? Producten verbieden? Of alleen informatie geven? Deel 4 in een serie.

Het peertje is weer eens middelpunt van discussie. Milieuminister Jacqueline Cramer wil gloeilampen voor 2012 ‘uitfaseren’, zei ze deze week na een bezoek aan Philipsfabrieken. In de Tweede Kamer kreeg ze gisteren direct kritiek dat ze daarmee te ver gaat.

En dat terwijl lampenfabrikanten in Europa en de VS al hebben aangegeven dat ze overheidsmaatregelen in die richting van harte zullen ondersteunen. Waarom ook niet? Ze produceren toch al spaarlampen waarop ze meer winst maken en de consument krijgt weliswaar te maken met een hogere aanschafprijs, maar verdient die investering binnen twee jaar terug door een lagere energierekening.

Maar begin over een verbod, en direct wordt duidelijk hoe hoog de emoties oplaaien als het politici en consumenten duidelijk wordt wat het betekent om de ambitieuze regeringsdoelstellingen te halen op het gebied van het beperken van CO2-uitstoot en het energieverbruik.

Hoeveel zwaarder wordt de discussie als producenten wél verzet aantekenen tegen een verbod op hun product of aan het stellen van scherpe energienormen en ze een lobby daartegen in gang zetten? De Europese Unie heeft dat eerder al ondervonden bij haar poging om autofabrikanten op te leggen dat ze de CO2-uitstoot van hun modellen met een kwart terugbrengen. Dat voorstel is al verzacht onder druk van de Duitse regering, die vreest voor banenverlies bij autofabrikanten. Maar de lobby is nog niet gestopt.

Volgende maand zal Cramer met haar plannen komen. De consument zal ze daarbij niet kunnen ontzien, die is verantwoordelijk voor eenvijfde van de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen.

Laat de consument betalen voor onzuinig gedrag, is de oplossing die grote milieuorganisaties en vakbonden begin juni zullen aandragen in een gezamenlijk plan. Ieder huishouden krijgt daarbij een hoeveelheid ‘vervuilingsrechten’. Als een huishouden meer energie verbruikt of meer benzine nodig heeft, dan moet het daar fors voor betalen. Wie minder verbruikt, krijgt geld terug.

De tijd van vrijblijvendheid is wat betreft deze organisaties voorbij. Zij zullen ook pleiten voor strenge zuinigheidsnormen voor apparaten. Of minister Cramer zulke verregaande plannen steunt, wil ze nog niet zeggen. Oppositiepartij VVD zei gisteren al dat ze consumenten laten betalen „betuttelend” vindt.

Maar kan de minister alleen vertrouwen op een verandering van gedrag bij de burgers? Eerder deze maand zei ze dat Nederlanders het als een sport moeten gaan zien om schoon en zuinig te gaan leven. Nederlanders zijn al vaker opgeroepen om zuiniger met energie om te springen door bijvoorbeeld minder kilometers te rijden met hun auto, hun huizen te isoleren of spaarlampen in te draaien. Vooralsnog stoten ze alleen maar meer broeikasgas uit. Vooral het elektriciteitsverbruik is door meer apparaten in huis zo gegroeid, dat de extra CO2 die consumenten uitstoten tenietdoet wat bedrijven al aan klimaatmaatregelen hebben bereikt.

Verandering van gedrag is lastig, blijkt uit een onderzoek waarop Diana Uitdenbogerd van de Universiteit Wageningen vorige week is gepromoveerd. „Informatie geven is goed, maar niet voldoende. Misschien wel voor de vooroplopers, maar niet voor het gros van de huishoudens.”

Natuurlijk weten veel mensen goed hoe ze hun energieverbruik kunnen terugdringen door het licht niet onnodig te laten branden, tv’s en computers niet op standby te laten staan en de verwarming ’s nachts lager te zetten. Maar dat vergt routines die volgens Uitdenbogerd moeilijk inslijten. Het vergt ook het maken van bewustere keuzes. Bij de aanschaf van auto’s of elektrische apparatuur bijvoorbeeld. Of door minder reislustig te worden. En bij de bouw of verbouwing van een huis meer energiebesparende investeringen doen.

Je moet het de consument gemakkelijk maken, vinden adviesorganen als de Energieraad en milieuorganisaties. Ook bedrijven realiseren zich dat ze een taak hebben in het helpen van de consument om schoner en zuiniger te leven.

Projectontwikkelaars en installatiebedrijven in de bouw, elektronicawinkels in de detailhandel, banken en zelfs een enkele autoproducent schroeven hun duurzame initiatieven op. Daarbij krijgen ze steeds vaker steun van milieuorganisaties als Wereldnatuurfonds, Greenpeace en Stichting Natuur en Milieu, die het bedrijfsleven niet langer vanzelfsprekend als natuurlijke vijand zien, maar als potentiële bondgenoot. Consumenten kunnen daardoor meer vertrouwen krijgen in de activiteiten van die bedrijven. Maar de initiatieven van deze bedrijven zijn zo pril, dat het de vraag is of de regering erop kan vertrouwen dat daarmee voldoende tempo wordt gemaakt om de eigen klimaatdoelstellingen te bereiken.

De nieuwe zuinigheid: pagina 16