Tennissen met huisvrouwen

Ook als ze genoeg geld hebben, gaan veertigers liever niet alleen maar rentenieren.

„Ik ben eerst een kajak gaan bouwen, maar heb ook de drang me te bewijzen.”

Vroeg kunnen stoppen met werken, klinkt als muziek in de oren. Maar wat als je als veertiger al genoeg geld hebt verdient om jezelf de rest van je leven te kunnen bedruipen?

Waar vermogende vijftigers en zestigers de kunst van het rentenieren verstaan, ligt dat voor de leeftijdsgroepen daaronder anders, blijkt uit een rondgang langs verschillende vermogensbeheerders, banken en financieel adviseurs.

Financieel adviesbureau Capital Consult hanteert als norm dat een veertiger over een vrij vermogen moet beschikken dat gelijk is aan 30 keer het benodigde jaarinkomen uit dat vermogen. Daarin is inflatie meegerekend. Het vermogen wordt dan langzaam opgegeten. Van de 108.000 miljonairs in Nederland is circa 9 procent jonger dan 45 jaar. Hoeveel procent daarvan renteniert, is niet precies bekend, maar Wim Hollander, voorzitter van het Nederlands Centrum van Directeuren en Commissarissen kent genoeg veertigers, met name uit de IT- en reclamewereld, die voor het geld niet meer hoeven te werken.

Toch kiest bijna niemand daarvoor. Veertigers die financieel onafhankelijk zijn, blijven vaak doen wat zij al deden, zegt hij. „Een ondernemer die zijn bedrijf goed heeft verkocht, zie je meestal terugkomen in dezelfde branche. Hij wil dat kunstje nog een keer flikken. Dat soort mensen vertrekt niet naar de Côte d’Azur.”

Daar is wel een verklaring voor, denkt Herman Bouter, partner bij financieel adviesbureau Capital Consult, dat onder zijn cliëntèle veel vermogende Nederlanders telt. „Deze mensen zijn te gedreven om zich terug te trekken uit de arbeidsmarkt. Veertigers die gaan rentenieren, worden diep ongelukkig. Stoppen met werken zou nooit mijn advies zijn.”

Toch kan een gevulde bankrekening tot een ingrijpende carrièrewijziging leiden, waarbij harde commercie het aflegt tegen maatschappelijk engagement. Een enkeling kiest wel voor een leven zonder verplichtingen.

Marco Brocken (47) stopte vorig jaar mei met werken. Rentenieren was zijn doel, vertelt hij vanuit een comfortabele ligstoel in zijn tuin, direct grenzend aan de Loosdrechtse plassen. Het leven als vermogende veertiger, die niet meer hoeft te werken, is aangenaam. ,,Als ik volgende week zin heb om te zeilen, dan doe ik dat.”

Wat heeft u gedaan om als veertiger te kunnen rentenieren?

„Ik ben in 1986 als afgestudeerd econometrist begonnen bij het toenmalige Arthur Andersen (consultancy en accountancy). In 2000 werd ik partner en vlak daarna brachten we het bedrijf, inmiddels afgesplitst en omgedoopt tot Accenture, naar de beurs in New York. Ik heb intensief gewerkt, een spaarpotje aangelegd en het geluk gehad die beursgang mee te maken.”

Waarom wilde u ermee ophouden?

„Na de beursgang werd alles strikter. Het ondernemende ging er voor mij een beetje af. Tegelijk sloop de routine er in. Ik kon nog hogerop, maar dan zou ik veel op reis moeten. Leven uit de koffer. Terwijl het hier (hij wijst om zich heen) wel fijn is. En de gedachte dat er meer is in het leven, drong zich steeds sterker bij mij op.”

En toen stopte u.

„Vorig jaar zei ik: ik stop en ga nooit meer werken. Om los te komen van mijn werk, ben ik eerst een houten kajak gaan bouwen. Daar ben ik een paar maanden mee bezig geweest. De overgang was vreemd. Ik was gewend dagelijks 50 of 60 e-mails te krijgen, toen kwam er ineens niets meer. Als je stopt, weet je wat je achterlaat: interessant werk, leuke klanten en fijne collega’s. Dat ga je allemaal missen.”

Een groot zwart gat?

„Nee. Wat ik vooral ervaar, is een groot gevoel van vrijheid. Wel heb ik de drang om mezelf te bewijzen. Dus ik ben toch op zoek gegaan naar nieuwe uitdagingen. Eerst wilde Chinees studeren, maar inmiddels probeer ik iets op te zetten in de milieutechnologie. Zakelijk en idealistisch. Ik wil op Sint Maarten een afvalberg wegwerken door het vuil om te zetten in energie. Ik leid weer een tamelijk druk leven. Maar als ik volgende week zin heb om een regatta te zeilen, dan doe ik dat. En als ik overdag wil tennissen, kan dat. Het kan mij niet schelen dat ik dan tussen huisvrouwen en senioren sta.”

Nooit de behoefte om terug te keren naar uw oude werkkring?

„Nee. Dat zou een gebrek aan creativiteit en durf zijn. Ik kies voor een nieuw leven.”

Ron Bavelaar (48), keurig in pak, drinkt zijn koffie verkeerd op een terras aan de Westeinderplassen, vlakbij zijn oude werkplek. Zijn agenda zit vol. Want hoewel hij sinds begin dit jaar officieel ‘vrij man’ is, is hij nog voltijds betrokken bij zijn oude bedrijf.

Hoe zag uw carrière eruit?

„Ik ben jong begonnen. Eerst als rechercheur bij de rijkspolitie en daarna, via een vriend, bij een reclamebureau. Ik heb de detailhandelsschool gedaan en de politieschool, dus van reclame wist ik niets. Dat heb ik snel ingehaald met aanvullende opleidingen en een studie bedrijfskunde. Binnen een paar jaar werd ik directeur en heb ik het bedrijf overgenomen. Ik heb het bedrijf laten fuseren en het geheel vier jaar geleden verkocht. Ik bleef directeur, maar heb die functie begin dit jaar neergelegd.”

En nu?

„Op 1 januari dacht ik: lekker, ik hoef nooit meer te werken. Maar twee weken later was het: hé, ik moet toch geld verdienen? Het is heel maf als dat niet meer hoeft. Ik kan daar niet aan wennen. Stilzitten is niets voor mij. Ik zou elke dag kunnen gaan wielrennen, maar na drie weken denk je: zal ik hem eens lekker in de wilgen hangen, die fiets. Vrije tijd is alleen leuk als je werkt. Op dit moment doe ik nog veel voor mijn oude bedrijf. Ik voel me verantwoordelijk voor de mensen die daar werken. Maar ik ben ook bezig een andere weg in te slaan. Ik wil in de zorg gaan werken, liefst als bestuurder van een klein ziekenhuis.”

Onbetaald of toch met salaris?

„Ik doe een aantal dingen vrijwillig, als uitruil naar de maatschappij. Bestuursfuncties bij goede doelen, zoals een hospice in Leiden. Maar in een nieuwe baan wil ik wel betaald krijgen. Salaris ontvangen hoort gewoon bij werken, vind ik. Niet dat ik ga onderhandelen, daar geloof ik niet in. Ik maak het liever waar, dan komt dat salaris vanzelf wel.”

En rijkdom, komt dat ook vanzelf?

„Zeker niet. Maar ik ben ambitieus. Ik wil graag zeggenschap en verantwoordelijkheid hebben. Dat is een veel uitdagender doel dan veel geld verdienen. Wel heb ik me altijd voorgenomen al vroeg in mijn leven financieel onafhankelijk te zijn. Mijn vader had als kleine kruidenier altijd geldzorgen. Zo’n leven wilde ik niet.”