Succesformule Lundia was hier al lang op zijn retour

Duur hout en een goedkope dollar deden Lundia omvallen. De fabrikant van de beroemde stellingkast wil een doorstart maken. Met een nieuwe kast.

Waar ging het mis met de alom bekende stellingkasten van meubelproducent Lundia? „We leven in een nieuwe wereld. Lundia is te lang blijven hangen in oude producten”, is het antwoord van interim-manager Geert van der Schuur. Gisteren verklaarde de rechtbank in Zutphen Lundia’s meubelfabriek Oosten Industries failliet. Ook voor 9 van de 25 Lundia-winkels viel het doek definitief.

De vurenhouten stellingkasten waren sinds Lundia’s oprichting in 1949 tientallen jaren de succesformule van het bedrijf. Het flexibele systeem van houten planken en staanders met voorgeboorde gaten dat naar keuze uit te breiden is, was vooral populair bij hoger opgeleiden. Een trouwe groep consumenten met een bovenmodaal inkomen wist Lundia te vinden voor boekenkasten en bureaus. Toen de verkoop van de kast in de jaren tachtig stagneerde in Nederland, ontdekten consumenten uit de Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland de kasten. Daardoor leek er niets aan de hand, de omzet steeg door. Maar in Nederland was het succes al op zijn retour.

De fabriek in Varsseveld maakt naar alle waarschijnlijkheid een doorstart met minder werknemers. Tot het einde van het jaar kunnen van de tachtig medewerkers circa dertig mensen blijven. Daarna daalt dat aantal naar vijftien, maar op de langere termijn gaat de fabriek naar verwachting helemaal dicht. De fabriek maakt dan plaats voor goedkopere productie in Oost-Europa, waarschijnlijk Roemenië. In totaal werken bij Lundia nu nog 160 mensen.

Het probleem van de meubelproducent komt niet uit de lucht vallen. Vorig jaar voerde Lundia een reorganisatie door, waarbij veertig mensen de fabriek moesten verlaten. Lundia dacht dat daarmee voldoende geld bespaard zou worden, maar dat bleek niet het geval. Volgens Piet van Greuningen van CNV Hout en Bouw heeft Lundia het nog lang volgehouden: „In de hele Nederlandse meubelsector zien we al jaren een teruggang van productie.”

De relatief hoge productiekosten van Oosten Industries zijn niet de enige oorzaak voor de zware tijden die Lundia doormaakt. In de afgelopen maanden steeg de houtprijs met 30 tot 40 procent. Een probleem voor een fabrikant als Lundia, die kwaliteitshout gebruikt in plaats van restproducten zoals sommige andere meubelproducenten. De prijs voor consumenten opschroeven wilde Lundia niet: „Die betalen al een behoorlijke prijs voor onze kwaliteit”, aldus Van der Schuur.

Daarbij kwam de dalende export naar de Verenigde Staten. Door de lage dollarkoers is het voor Amerikanen niet voordelig uit Nederland te importeren. Met het mooie weer van de afgelopen maand liep de verkoop ook in Nederland nog verder terug, wat het bedrijf in acute problemen bracht.

Vorig jaar probeerde Lundia nog met een nieuwe productlijn voort te bouwen op het succes van de originele stellingkasten. Nuvola, een ontwerpsysteem waarmee klanten hun eigen kast helemaal zelf kunnen ontwerpen, moest het bedrijf weer terug in de markt brengen. De platen waarmee de kasten worden gebouwd, kunnen bijna automatisch worden geproduceerd. Lage kosten en tegelijk een groot gemak voor de klant dus. Het concept lijkt te werken, want binnen een jaar zorgde Nuvola voor een omzet van 1,5 miljoen euro.

Van der Schuur houdt dus hoop. Er is volgens hem een markt voor duurdere kwaliteitsproducten in de meubelsector. „Mensen die een Lundia-systeem willen, kopen geen Ikea-kast.” Voor de werknemers van Oosten Industries is het eventuele succes van Nuvola in ieder geval geen oplossing. De platen worden wel in Varsseveld gemaakt, maar bij de buren: fabriek Lundiform, ook van Lundia.