‘Stadion is podium voor frustraties’

Met hun acties in Tilburg gedroegen Marokkaanse fans zich niet anders dan andere hooligans, zeggen kenners van voetbalgeweld.

Marokkaanse supporters, gisteren in het Tilburgse Willem II-stadion. Foto Pro Shots jong oranje - jong marokko , oefeninterland , 22-05-2007 , seizoen 2006-2007 , willem II stadion , tilburg , marokaanse supportes verbouwen willem II stadion Damen, Toin / Pro Shots

„Niet eerder heb ik zo’n uiting van collectieve onvrede gezien bij Marokkaanse fans.” Dat zegt oud-profvoetballer Mohammed Allach, oprichter van de Stichting MaroquiStars en technisch directeur van de eerstedivisieclub VVV-Venlo.

Allach, van Marokkaanse afkomst, zag gisteren in Tilburg de wedstrijd tussen Jong Oranje en Jong Marokko in geweld ontaarden.

Hij zag Marokkaanse jongeren al eerder rellen veroorzaken bij voetbalduels in Arnhem, Utrecht en Amsterdam. „Maar nu was het duidelijk een politiek statement”, zegt hij. „Het gefluit bij het Wilhelmus, het uitfluiten van Oranje-spelers van Marokkaanse afkomst en de haat in de ogen waar de bondscoach het over had.”

Allach heeft ook een verklaring voor de onvrede. Deze jongeren voelen zich niet geaccepteerd, niet vrij, maar achtergesteld en geïsoleerd in buurten en op scholen.

Maar waarom komt die frustratie boven bij een voetbalwedstrijd? Allach: „Dat is toch een groter podium dan de binnenstad van Tilburg, met als voordeel dat je maar moeilijk individueel aansprakelijk kan worden gesteld. Je ben veiliger als je met meer bent.”

Henk Groenevelt van het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV) merkt op dat er niet werd gevochten met Nederlandse fans. „Het is toch vooral chauvinisme. Een uiting van vreugde of frustratie. Ze reageren heel emotioneel, ook bij voetbal.”

Allochtone jongeren blijken toch vooral voor problemen te zorgen bij interlandwedstrijden. Bij de supportersverenigingen van de Nederlandse voetbalclubs zijn ze niet sterk vertegenwoordigd. „Ze zijn er wel. En we hebben natuurlijk ook wel enkele supporters op onze lijsten bij het CIV”, zegt Groenevelt.

„Maar dan heeft het zeker niets met etnische achtergrond te maken. Ze gedragen zich niet anders dan Nederlandse voetbalvandalen. Er zijn trouwens ook geen Marokaanse supportersverenigingen van, bijvoorbeeld, voetbalclubs als Ajax of Feijenoord.”

Eerder waren er ook ongeregeldheden met Turkse fans in Brussel en Algerijnse supporters in Parijs, bij wedstrijden tegen België en Frankrijk. Een nieuwe tendens in het voetbalvandalisme? „Dat lijkt misschien zo, maar er is nog geen onderzoek naar gedaan”, zegt Groenevelt.

Hij wil de rellen niet bagatelliseren, maar ook niet overdrijven. „Dit is geen puur hooliganisme; ze hebben geen rivaliserende fans aangevallen. Maar je moet deze mensen zeker als voetbalvandalen bestraffen.”

Er waren ook veel jonge jongens op het veld. Marokkanen van de tweede en derde generatie. Dat is een stukje relschopperij”, zegt Allach. „Maar Marokkanen houden net als Nederlanders echt van voetbal. Dus als Jong Marokko op bezoek komt, is iedereen razend benieuwd en trots. Daar ga je niet heen om rel te trappen.”

De voetbalbond KNVB wist dat de organisatie van de oefenwedstrijd een risico met zich meebracht. „Maar hoe kan je dit vermijden”, vraagt ook Groenevelt zich af. „Je kan er moeilijk een beveiligd fort van maken, alleen voor een oefenduel. Dit is een probleem dat we blijkbaar nog niet aankunnen.”

Daarom heeft hij wel begrip voor de beslissing van de KNVB om voorlopig niet meer tegen Marokko te spelen. „De voetbalbond neemt zijn verantwoordelijkheid. Hij kan dit blijkbaar niet zonder rellen organiseren. Dus organiseert ze dit soort wedstrijden niet meer. Je hoeft er geen doekjes om te winden, en dat doet de KNVB ook niet.”