Ruiterongeluk of gorillabeet: baas is aansprakelijk

Het onberekenbare gedrag van dieren komt voor rekening van de eigenaar ervan. Dat stelde de Hoge Raad in 2002. Het slacht-offer van Bokito staat sterk.

Onder grote mediabelangstelling gaf Blijdorp vanmorgen een persconferentie over de ontsnapte gorilla Bokito. Omroep BNN had een nepgorilla meegebracht. Foto Bas Czerwinski 23-05-2007, ROTTERDAM. Actievoerder tijdens persconferentie in Blijdorp, nav Bakito. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Den Haag, 23 mei. - ‘Bezoek op eigen risico’, staat er op de toegangsbewijzen en het hek voor diergaarde Blijdorp, net als bij andere dierentuinen. Sinds gorilla Bokito vrijdag uitbrak is duidelijk waar dat risico uit kan bestaan: een uitgebroken gorilla kan een bezoeker levensgevaarlijk verwonden.

Dierentuinen en attractieparken proberen hun aansprakelijkheid al bij de ingang af te wentelen op de bezoeker. Dierenpark Amersfoort zegt bijvoorbeeld in de parkregels „slechts aansprakelijkheid [te aanvaarden] in die gevallen waarbij sprake is van een tekortkoming welke aan het dierenpark of de parkmedewerkers is toe te rekenen”. In gewone taal: alleen als we iets echt fout doen voelen we ons verantwoordelijk.

Verder verplichten dierentuinen de bezoekers meestal om de aanwijzingen van het personeel op te volgen. Als een advies om de gorilla’s of de leeuwen met rust te laten wordt genegeerd, dan willen de dierentuinen de schade die ontstaat niet betalen. Wie een kaartje koopt is na de kassa aan deze zogeheten parkregels gebonden: er is een overeenkomst gesloten tussen bezoeker en park.

Maar daarmee is de kous niet af. In artikel 179 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek staat het hoofdbeginsel aldus: „De bezitter van een dier is aansprakelijk voor de door het dier aangerichte schade, tenzij [etc.].” Wie door een hond (of gorilla) wordt gebeten, of van een paard gegooid, kan volgens de wet juist wel met z’n schade terecht bij de bezitter of eigenaar. Ongeacht de vraag of de bezitter nu iets te verwijten valt of niet.

Het 57-jarige slachtoffer heeft Blijdorp inmiddels aansprakelijk gesteld. Ook de politie is langs geweest om proces-verbaal op te maken. Morgen of overmorgen laat het Openbaar Ministerie de dierentuin weten of er strafvervolging komt. Wegens het niet „onschadelijk houden” van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier. Dat zou op basis van artikel 425 van het Wetboek van strafrecht zomaar een half jaar gevangenisstraf of een stevige boete kunnen opleveren.

Juridisch is ook de civiele procedure tussen slachtoffer en diergaarde (of diens verzekeraar) relevant. De rechter pleegt de hoofdregel dat de bezitter van het dier aansprakelijk is tegenwoordig consequent toe te passen. Mr. Jolanda van der Winden, bij Maet advocaten gespecialiseerd in letsel door paarden, zegt dat de rechter de eigen-risicoclausules bij manegehouders als onredelijk afwijst. „De rechter spreekt van een onvoorspelbaar dier met een onberekenbare energie. En van een eigenaar die zelf kiest voor exploitatie. Dat kan dus negatieve consequenties hebben die voor rekening van de eigenaar mogen komen. Die verzekert zich er ook tegen.” Zij ziet niet in waarom een dierentuin, waar immers ook onberekenbare dieren zijn die worden geëxploiteerd, die aansprakelijkheid wel zou mogen uitsluiten.

In oktober 2002 stelde de Hoge Raad voor het eerst vast dat „het onberekenbare gedrag van een dier in beginsel voor rekening van de eigenaar van dat dier komt”. Tijdens een buitenrit in het Amsterdamse Bos wierp een geschrokken paard een onervaren ruiter af. Er was door de ruiter noch door de instructeur een fout gemaakt. Conclusie van de Hoge Raad: de manege is aansprakelijk. Een opmerkelijk arrest omdat lagere rechters tot dan toe risicoaanvaarding bij de ruiter hadden aangenomen. Wie immers zelf op een paard gaat zitten, accepteert de kans op een val en dus op schade voor eigen rekening. Het Blijdorp-slachtoffer kan makkelijk pleiten dat als iemand die op een paard gaat zitten al geen eigen risico meer heeft, dat zeker geldt voor iemand die in een beveiligde dierentuin regelmatig een gorilla bezoekt.

En daarmee ligt ook de mate van beveiliging van Blijdorp juridisch ter tafel. De gracht die het gorilla-eiland van de bezoekers scheidde was zo’n vier meter breed. Internationaal gelden sinds kort scherpere normen. De Europese dierentuinen, verenigd in de European Association of Zoos and Aquaria (EAZO) legden onderling vast aan welke eisen gorillaverblijven moeten voldoen. Deze zogeheten Gorilla EEP Husbandry Guideline 2006 schrijft een breedte van zes meter voor. Verplicht vanaf 2006, het moment dat de guideline is aangenomen.

Nieuwe dierentuinen „krijgen geen gorilla’s” als ze zich daar niet aan houden, zegt Frank Rietkerk, namens de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen. Hij herinnert zich dat er in 2004 binnen de EAZO nog „discussie” was over de viermetergracht van Blijdorp. Dierentuinen die hun apenverblijven verbouwen zijn onderling verplicht zich daarbij aan de nieuwe norm te houden. Het zijn onderlinge afspraken waar de bezoeker geen partij bij is. Maar die de rechter toch zal meewegen als feitelijk relevant.

Het gorilla-eiland in Blijdorp dateert van 1999 en mocht dus een smallere gracht behouden, zolang er maar niet verbouwd zou worden. Als de beroepsgroep internationaal sindsdien strengere normen hanteert, dan werpt dat automatisch ook de vraag op waarom de diergaarde niet op eigen initiatief het eiland heeft aangepast.

Hetzelfde geldt de waarschuwingsbordjes tegen staren en oogcontact die sinds maandag opeens in het gorillaverblijf hangen. Dergelijke waarschuwingen waren al eerder gebruikelijk in het apenverblijf in de Antwerpse dierentuin. Elders was het inzicht over het grotere gevaar van gorilla’s dus sneller gegroeid dan in Rotterdam, is de voorlopige conclusie. Bij de rechter zal dat het slachtoffer helpen. En niet de dierentuin.