Politiek zonder Kamer

De bustoer van het kabinet-Balkenende eindigde maandagavond in het tv-programma Knevel en Van den Brink (EO). Honderd dagen luisteren naar burgers en maatschappelijke organisaties werd door de premier als belangrijke bestuurlijke vernieuwing gepresenteerd. Gezegd moet worden dat het solipsisme van de eerdere kabinetten-Balkenende terecht op veel weerstand stuitte in de samenleving. Maar niemand zal zich bij de neus laten nemen door de draai die Balkenende geeft aan zijn publiciteitscampagne. Bovendien is het niet meer dan normaal dat een kabinet gedurende zijn hele regeringsperiode zichtbaar blijft voor de burger en rekening houdt met de maatschappelijke realiteit.

Het was correct dat SGP-leider Van der Vlies het kabinet waarschuwde geen inhoudelijke beleidsplannen te presenteren op televisie voordat deze bekend zijn gemaakt aan de Tweede Kamer. In het huidige Nederlandse systeem van een representatieve parlementaire democratie ligt het primaat van de politiek bij de Staten-Generaal. Het kabinet dient in eerste instantie verantwoording af te leggen tegenover de volksvertegenwoordiging en dus niet in een zelf uitgekozen format op televisie. In dit verband is het een veeg teken dat de minister-president gisteren nog van plan was weg te blijven uit de Tweede Kamer bij het jaarlijkse Verantwoordingsdebat. Terecht zou de VVD-fractie deze minachting voor het parlement diezelfde dag aan de orde stellen.

De ‘honderd dagen’ van Balkenende IV zijn atypisch. Sinds de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt in 1933 met zijn New Deal begon, is bij meer politieke leiders het gebruik in zwang geraakt de eerste honderd dagen van een regeringsperiode te benutten om met kracht nieuw beleid uit te vaardigen. De gedachte daarachter is dat een nieuwe ploeg in die eerste maanden, met het verse mandaat van de kiezer, de wind mee heeft en nog niet is omzwachteld door ambtelijke processen en maatschappelijke belangengroepen. VVD-leider Rutte heeft met recht gewaarschuwd dat premier Balkenende en zijn vicepremiers Bos (PvdA) en Rouvoet (ChristenUnie) zich met de door hen gekozen tactiek juist uitleveren aan georganiseerd Nederland. Met bestuurlijke constipatie als risico.

De surplace van Balkenende is terug te voeren tot de haastige afronding van de kabinetsformatie, om redenen van politieke opportuniteit. De uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen op 7 maart zou immers de verhoudingen binnen de ontluikende coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie drastisch overhoop kunnen gooien. Bijgevolg hadden de diverse bewindspersonen extra tijd nodig om de globale afspraken van de politieke leiders tijdens de formatie uit te werken.

Het kabinet heeft van deze nood een deugd gemaakt: niet alleen bij de regeringsverklaring, maar ook in juni bij de presentatie van alle plannen en ten slotte in september met Prinsjesdag kan de regeringsploeg het eigen profiel publicitair ‘neerzetten’. Het protest tegen deze gang van zaken van de oppositiepartijen in de Tweede Kamer is terecht.