Piraat Depp ontmoet dit keer de echte Keith Richards

Pirates Of The Carribean: At World’s End. Regie: Gore Verbinski. Met: Johnny Depp, Keira Knightley, Keith Richards, e.a. In: 177 bioscopen.

Rocksterren mogen graag poseren als piraat, al was het maar omdat een piratendoek een wijkende haargrens kan verhullen. In Pirates of the Caribbean zijn de rollen omgedraaid: Johnny Depp speelt een piraat die poseert als rockster. Zijn Captain Jack Sparrow, al drie films de held van de reeks, is gemodelleerd naar Keith Richards; dezelfde lijzige stem, hoekige motoriek en wankele tred. Het is meer imiteren dan acteren, maar wel amusant. In het derde deel, At World’s End, is de Stones-gitarist zelf kort te zien, als de vader van Jack. Zijn kenmerkende doodshoofdring hoeft hij er niet eens voor af te doen.

De Pirates-cyclus combineert het eerbiedwaardige genre van de piratenfilm met dat van fantasy. Over het eerste deel hing een romantische, nostalgische waas – alsof je naar een film uit de gouden jaren van Hollywood keek – onverhoeds onderbroken door computergestuurde effecten, zoals een zwaardgevecht van lichtgevende skeletten. Deel twee, Dead Man’s Chest, leverde wereldwijd meer dan een miljard dollar op, maar alles wat het eerste deel bijzonder maakte, is eruit verdwenen. At World’s End gaat in hetzelfde stramien verder, maar is wel beter. Net als in de voorganger overheerst het spektakel, met grote zeegevechten, monsterlijke transformaties en plotseling opdoemende watervallen. Maar alles gaat te gemakkelijk – een onbedoelde bijwerking van de nieuwe beeldtechnieken. In een wereld waarin alles kan, kijk je nergens meer van op.

Jack Sparrow moet teruggehaald worden van een verblijf aan gene zijde, waarna de piratenleiders gezamenlijk willen optrekken tegen het gehate Britse leger en het spookschip De Vliegende Hollander, dat onder aanvoering staat van de met tentakels overdekte schurk Davy Jones. Wie het vorige deel is vergeten, zal in het eerste half uur veel verwijzingen niet kunnen volgen. Ook duurt het lang voordat Jack Sparrow in beeld komt, maar dan maakt hij een mooie entree, in veelvoud tijdens een hallucinatie, waardoor Depp al zijn tics tegen elkaar kan uitspelen. Vermoedelijk is het idee achter die late opkomst dat scènes met maffe Jack streng gedoseerd moet worden, omdat hij anders snel gaat vervelen. Dat is ook zo, maar de andere karakters zijn te voorspelbaar om het gat te vullen.

De piraten lijken op de revolverhelden in westerns. Ze zijn de laatste, vrije individualisten, die moeten wijken voor de oprukkende beschaving, hier vertegenwoordigd door de Engelse soldaten in hun stijf gestreken uniforms, die aanvallen in een keurige slagorde. „De wereld wordt niet kleiner, maar wel steeds leger”, overweegt Jack Sparrow in een melancholiek moment. Vervolgens wordt de film weer overwoekerd met computereffecten, zoals de tentakels en schubben de bemanning van De Vliegende Hollander.