Lekker, gezond en goed – met een prijskaartje

Burgers hebben de bio-industrie op de politieke agenda geplaatst.

Volgens minister Verburg moeten zij wel consequent zijn in de supermarkt.

Op initiatief van Milieudefensie begint de Tweede Kamer vandaag met een debat over de bio-industrie. Milieudefensie heeft vorig jaar meer dan 100.000 handtekeningen opgehaald van mensen die daar een einde aan willen zien. De Kamer heeft dit burgerinitiatief geaccepteerd, waarmee het een officieel agendapunt is geworden. Een primeur in de parlementaire geschiedenis.

„Het debat komt zomaar naar me toe en dat juich ik toe”, zegt minister Gerda Verburg (Landbouw, CDA). Vorige week kwam Verburg met haar eigen bijdrage aan het debat over voedsel in Nederland. Deze zomer start een campagne met als motto: het dier kan niet kiezen, ú wel.

De consument kan nu alleen kiezen tussen ‘gangbaar’ en biologisch. Moet de consument die werkelijk om dieren geeft biologische producten kopen?

„Biologisch is niet het enige alternatief. Er zijn meer duurzame productiemethoden.”

Maar in de supermarkt ligt geen herkenbaar duurzaam alternatief.

„Dat tussensegment is er in verschillende streken wel. Ik heb in Woerden geholpen met een streekmarkt op te zetten. Dat is met liefde geproduceerd voedsel en dat proeven mensen.”

Wat houdt de campagne precies in?

„Voorlichting aan consumenten: welke keuze maak je en hoe doe je dat?”

Staat u achter het initiatief Stop fout vlees?

„Dat is niet aan de orde. Ik stel twee dingen vast: dat het thema lekker, gezond en goed geproduceerd voedsel in de aandacht staat. En dat het debat zomaar naar me toe komt.”

Moet de vraag van de consument de omvang van duurzame productie bepalen? Of moet de overheid daar regels voor stellen?

„Als er maatschappelijk een debat is, dan moet er ook vraag zijn. Er moet een markt zijn waar producenten zich op kunnen richten. Daarom moet ook de consument aan de slag.”

Voedsel wordt al decennia alleen maar goedkoper. Kunnen mensen niet meer betalen voor hun voedsel, zodat dieren ruimer kunnen leven?

„Ik stel alleen vast dat we verhoudingsgewijs niet veel van ons inkomen aan voedsel besteden. Het zou goed zijn dat bij de hele discussie te betrekken, bij de keuzes die we maken. De samenleving kan zeggen ‘wij willen vlees dat aan die-en-die eisen voldoet’. Maar daar zal wel een prijskaartje aan hangen.”

Als onderdeel van die campagne kunt u beelden uit varkensstallen laten zien, van omstreden zaken als castreren en couperen van staarten.

„De kracht van de sector vind ik juist dat die zelf met initiatieven komt als zichtstallen [waar burgers kunnen zien hoe dieren worden gehouden, red.], zelf de dialoog aangaat en zegt: vraag maar en we vertellen. Als u als burger en als consument andere eisen stelt, dan gaan we kijken wat we eraan kunnen doen. Maar dat is wel iets dat tussen die twee tot stand moet komen. En een burger die een mening verkondigt, moet wel consequent zijn als hij de supermarkt inloopt.”