Kleinkinderen Heineken eten mee

De wisseling van de wacht is nog niet in aantocht, maar de vijfde generatie Heineken wordt langzamerhand naar voren geschoven. Twee van de vijf kleinkinderen van wijlen Freddy Heineken bezoeken de jaarlijkse internationale management meeting. Daar vergaderen Alexander en Charles, beide twintigers die in Amerika studeren, niet inhoudelijk mee, maar ze „nemen wel deel aan het diner”. Dit jaar gaat hun oudste zusje mogelijk ook mee. De vergadering „valt precies in de paasvakantie”.

Dat zegt Charlene de Carvalho-Heineken in haar eerste interview ooit, met het door Heineken uitgegeven Bierblad, dat vrijdag verschijnt.

De Carvalho-Heineken (52) is de enige dochter van de vijf jaar geleden overleden Freddy Heineken. Ze ziet voor haar kinderen mogelijk een rol bij de brouwerij weggelegd. „Uiteindelijk moeten de kinderen zelf beslissen wat ze willen. Maar ik denk dat het niet zo moeilijk zal zijn ze te inspireren net zo betrokken te zijn bij Heineken als wij dat zijn.” Over haar oudste zoon Alexander: „Het zou goed zijn als hij stages ging lopen in verschillende landen.”

Charlene en haar man Michel de Carvalho (62), bankier te Londen, vervullen beide een functie bij Heineken. Zij zit al bijna twintig jaar in de raad van beheer van Heineken Holding, de houdstermaatschappij van de nv. Hij is sinds 1996 commissaris bij Heineken. Daarnaast reizen zij voor het concern de wereld over, vertelt ze in het interview. „We doen dat als een soort ambassadeurs voor het bedrijf.”

De Carvalho-Heineken stelt duidelijk dat de familie niet van plan is om haar (getrapte) meerderheidsbelang in het concern te verkopen. „Als familie zijn we onderdeel van het verleden, het heden en de toekomst van de brouwerij. Heineken is van oorsprong een echt Nederlands merk en zal dat ook blijven. Een overname door een grote buitenlandse brouwerij kan ik me niet voorstellen.” De gedachte om na het overlijden van haar vader aandelen in het bedrijf te verkopen is „zelfs nooit in mijn hoofd opgekomen”.

De Carvalho-Heineken erkent dat de dood van haar vader tot „grote onzekerheid” bij het bedrijf leidde. „Dat was niet helemaal terecht, want in de praktijk regelde mijn vader al niet alles meer.” Inmiddels is het verlies verwerkt en is er „vertrouwen gegroeid in de familie”. „Iedereen heeft er weer zin in, en er wordt weer gelachen tijdens vergaderingen.”