In de grove korrel van moe beton

Knallhart. Regie: Detlev Buck. Met: David Kross, Jenny Elvers-Elbertzhagen, Erhan Emre, Inanç Oktay Özdemir, Kida Khodr Ramadan, Kai Müller, Hans Löw. In: 4 bioscopen.

Michael Polischka had de zoon kunnen zijn van Christiane F. ’s werelds beroemdste heroïnehoertje. Hij dwaalt door de straten van het Berlijnse wijk Neukölln waaruit Christiane dertig jaar eerder wegvluchtte. Het is er nog even troosteloos. De eenbaansweg richting dope, vechtpartijen, spijbelen en gehossel is alleen wat meer uitgesleten. Knallhart is een gettofilm op z’n Berlijns: swingend, punky, edgy. De Duitse acteur-regisseur Detlev Bucks (1963) maakt doorgaans goedmoedige komedies, dus voor zijn doen is deze film een keihard statement. Op 15-jarige leeftijd wordt Michael met zijn moeder het huis van haar vriend uitgezet, en belandt in Neukölln. Met zijn hersenen en blonde haar is hij een uitzondering in de wijk, waar zoveel Turken wonen dat de schoolmeester geërgerd uitroept: „Als je nu niet ophoudt, dan laat ik je deporteren!” Michaels brutaliteit en brains maken hem de favoriete drugskoerier van gangsterbaas Hamal.

Dan begint de tocht waar het Buck eigenlijk om gaat: het haasten, sjacheren en jakkeren door theehuizen, langs galerijflats en illegale winkels. Buck neemt meer tijd voor details dan voor het toch al vastliggende verhaal. Hij is meer geïnteresseerd in afgebladderde muurschilderingen, wanhopige graffitikreten, wapperende reclameposters, kortom in de taal van de stad zelf.

Buck tekent Berlijn in beton. Betongrijs als de gezichten van de personages die tussen die woontorens te weinig zonlicht zien en te veel vet eten. Knallhart heeft ook de grove korrel van beton, doodmoe beton, waarin mensen wonen die te uitgeput zijn om te leven en zich daarom maar laten leven. De betonharde beat van de soundtrack jaagt Michael nog verder het doolhof in waarin je nooit de plaats van bestemming bereikt zonder op z’n minst te worden overvallen of gemolesteerd.

Ook de clichés in de film zijn van beton: de goede agent, de maffiose Turk, het trouwe vriendje, de labbekakkerige moeder. Wie daar echter langs kijkt, krijgt een blik op Berlijn zoals zelfs de Berlijners nog veel te weinig hebben gehad.