Het Mussolini-syndroom

Voor het Westen is het verreweg het verstandigst zo vlug mogelijk iedere bemoeienis met het Midden-Oosten en Afghanistan te staken, de troepen terug te trekken, en de betrokken landen te laten weten dat ze het van dit ogenblik af zelf maar moeten uitzoeken. Dit is het uitgangspunt van Edward Luttwak in zijn essay dat op 12 mei in Opinie & Debat is afgedrukt.

Wat zou er dan gebeuren? Niets rampzaligs, zegt de schrijver. Samengevat, de landen in deze regio horen tot de achtergebleven naties. De structuur van hun samenleving, het grote percentage analfabeten, de verdeeldheid tussen de stammen, hun godsdienstconflicten verhinderen deze volken in eendracht een macht van betekenis te vormen. Ze ontlenen hun invloed uitsluitend aan het feit dat het Westen voortdurend en intensief in de regio aanwezig is.

Onze politieke leiders worden gehinderd door wat Luttwak noemt het Mussolini-syndroom: een angstige overschatting van de tegenstander. Toen het erop aan kwam bleken zijn legers niets waard te zijn.

Zo is het ook met de strijdkrachten van Nasser en Saddam gegaan. De problemen voor het Westen kwamen pas na de relatief gemakkelijke militaire overwinning.

Onze strategische denkers maken een fundamentele fout, zoals nu opnieuw in Irak wordt bewezen. De werkelijke belangen van het Westen liggen in de betrekkingen met China, India, het nieuwe Rusland. Luttwak relativeert de betekenis van de olie. Ons verbruik vermindert, er komen alternatieve brandstoffen. En aan wie zouden de Arabische producenten hun olie anders moeten verkopen? Over Israël is hij zeer summier. Dat land zal zich handhaven.

Luttwak is verbonden aan een denktank, het Center for Strategic and International Studies in Washington. Het is niet de eerste keer dat hij deze theorie propageert. Twee jaar geleden publiceerde hij een artikel van overeenkomstige strekking in Foreign Affairs. Verder is hij van mening dat het oorspronkelijke grote doel van de oorlog in Irak, de democratisering van het Midden-Oosten, verder weg is dan ooit, maar dat er toch wel winst is. Het niet bedoelde resultaat van de oorlog is de halve burgeroorlog tussen shi’ieten en sunnieten in de hele regio, en daarmee is een ander klassiek resultaat behaald: verdeel en heers.

Het mag duidelijk zijn dat Luttwak het tegendeel van een bevlogen idealist is. Na meer dan vier jaar van toenemende mislukkingen in Irak en Afghanistan is er alle reden om zijn denkbeelden op z’n minst wat nader te bestuderen. Maar hij preekt in de woestijn.

De belangrijkste oorzaak daarvan is dat zowel de meeste politieke leiders van het Westen als de publieke opinie in hun denken verlamd zijn door het terroristisch vijandbeeld. In het Washington van Bush is dat het ernstigst. De opstand en de burgeroorlog in Irak, de Talibaan in Afghanistan, de nu weer opgelaaide strijd in Libanon, Hamas, Hezbollah, het wordt allemaal onder één noemer gebracht: de ‘war on terror’. In deze context zal het terugtrekken uit Irak onvermijdelijk als een zware nederlaag worden beschouwd. Ook praten met de vijand is taboe, de diplomatie is vrijwel afgeschaft.

Hierbij komt sinds de aanval van 11 september de angst voor de terroristische netwerken, Al-Qaeda en verwante organisaties. We mogen aannemen dat die van de oorlogen in Afghanistan en Irak voornamelijk hebben geprofiteerd, en dan vooral in de regio. Maar hoe merkwaardig dat ook mag zijn, in het vigerend strategisch denken speelt dit geen rol. Aan de andere kant heeft het steeds hermetischer wordend systeem van antiterroristische veiligheidsmaatregelen geen geruststellende invloed. Daarbij komt dan vooral in Europa de nauwelijks verholen angst voor ‘de moslims’ in het algemeen. Dat is weliswaar een ander probleem, maar ook dit draagt bij tot de sfeer van malaise en vergeefsheid in het Westen. En ten slotte worden de moeilijkheden er niet minder op door de zendingsdrift van een aantal politici, die de moslims uit de dwang van hun theocratieën willen verlossen – wat ongetwijfeld een mooi doel is – maar verzuimen erbij te vertellen op welke manier dat dan moet gebeuren. Zending en politiek zijn twee totaal verschillende begrippen. Dat wil er bij die dames en heren niet in.

Het betoog van Luttwak valt op nog een andere manier samen te vatten. In het Midden-Oosten voert het Westen op de verkeerde manier oorlog tegen de verkeerde vijand voor een denkbeeldig resultaat. Dat wordt wel met de dag duidelijker. Maar hoe duidelijk moet het worden voor het tot de ontwerpers van onze strategie doordringt? En wat zullen hier de gevolgen zijn als zo’n ontruiming van het Midden-Oosten als een roemloze nederlaag wordt beschouwd? Is het interne evenwicht van het Westen daartegen bestand? Het ligt in de lijn van Luttwaks denken ook daarover alvast wat na te denken.