Goede zwendel als kunst

De rubriek Bijzien zet elke week een nieuwe film in bredere context. Deze week ‘The Hoax’ over het verhaal van meesteroplichter Clifford Irving. Maar niet de gehele waarheid.

Er was eens een oplichter. Zo zou het verhaal van Clifford Irving kunnen beginnen. Hij was een Britse journalist die in de jaren zeventig plotseling beweerde toegang te hebben gekregen tot de vliegtuigbouwer-filmmaker-entrepeneur Howard Hughes die er toen al een zeer teruggetrokken en excentrieke levensstijl op nahield. Over Hughes maakte Martin Scorsese onlangs, met Leonardo Di Caprio in de hoofdrol, de film The Aviator, maar daarin geen spoor van Irving. En waarom zou het ook? De schrijver werd, nadat de rechten van zijn exclusieve biografie al wereldwijd waren verkocht, ontmaskert als fraudeur. Hij zou zelfs nooit met Hughes gesproken hebben. Nu had Irving in zijn dagen nog omgang met twee andere bedriegers. Die ene was de kunstvervalser Elmyr de Hory, die in de jaren zestig furore maakte omdat hij in tien minuten een complete, niet van echt te onderscheiden Picasso of Modigliani kon schilderen. De andere was de beroemde filmmaker Orson Welles. Van hen is er dan weer geen spoor te bekennen in The Hoax, terwijl Irving volgens Welles de kunst voor een goede zwendel van Elmyr afkeek. Gelukkig maakte hij daar zelf al een film over: F for Fake (1974), die soms de eerste nepdocumentaire wordt genoemd, maar meer een virtuoze film over film is, waarin het ene rookgordijn voor de volgende luchtspiegeling wordt opgetrokken door de in goochelaarstenue gestoken Welles zelf. Om geen twijfel te laten bestaan over zijn eigen misleidinkjes: Welles katapulteerde zijn carrière toen hij als radiomaker met het hoorspel War of the Worlds (1938) heel Amerika liet geloven dat de interplanetaire eindstrijd was begonnen. Later werd hij na zijn filmdebuut Citizen Kane (1941) door de toenmalige filmkritiek voor charlatan uitgemaakt. Dat kwam omdat zijn op krantenmagnaat William Randolph Hearst gebaseerde film té echt was. Dat was gevaarlijk.

Welles heeft dus een haat-liefdeverhouding met het begrippenpaar ‘leugen en waarheid’. De oorspronkelijke, Franse titel luidde dan ook: Vérités et mensonges. De film gaat over de driehoek Clifford Irving, Elmyr de Hory en Orson Welles. Welles bezoekt de beide mannen op Ibiza en ondervraagt ze over het ‘waar’ en ‘echt’ in de kunstwereld. Hij komt erachter dat beide begrippen alleen bestaan als er zogenaamde kenners zijn die dat willen bewijzen en er een markt is die ervoor betaalt. Dat is natuurlijk weer koren op zijn eigen molen, want met de meningen van die experts heeft Welles – nadat de filmkritiek en -industrie na Citizen Kane zijn carrière frustreerde – weinig op. Hij legt met de film bloot hoe de opkomst van de kunstmarkt het kunstbegrip heeft gevulgariseerd.

F for Fake is een verrukkelijk spiegelkabinet waarin Welles zelf als verteller zijn weesmeisjes doorsnijdt en aan elkaar plakt. Het is daarmee ook een van de meest inzichtelijke films over het proces van filmmaken zelf, waarin ,,de waarheid wordt gelogen”.