Geluk in Rotterdam? Ja, dat kan

Rotterdam kan een gelukkige stad worden als zijn inwoners opgroeien met een eigen levensstijl waarin zelfsturing en betrokkenheid samengaan, vindt Joep Dohmen.

‘Je struikelt tegenwoordig over de mensen die je gelukkig willen maken’, aldus Darrin McMahon, schrijver van het standaardwerk Geschiedenis van het Geluk, bij een bezoek onlangs aan Nederland. Ik moest aan die uitspraak denken toen ik de BBC-film Making Slough Happy zag. Slough is een nogal saai Engels industriestadje van 120.000 inwoners onder de rook van Londen. Vanaf 2005 werd daar een experiment uitgevoerd om de stad door een team van zes experts met steun van een groot aantal vrijwilligers gelukkig te maken.

Een mens gelukkig maken is niet eenvoudig, laat staan een hele stad. De teamleiders: een therapeut uit de positieve psychologie, een muziektherapeut, een cultuurfilosoof, twee vrouwelijke consultants en een manager stelden een geluksmanifest op van tien leefregels. Doe bijvoorbeeld regelmatig aan lichaamsbeweging, prijs jezelf gelukkig, lach elke dag minstens een keer (!), praat elke week één uur (!) ongestoord met je partner, en doe elke dag iets goeds voor iemand.

Ik voelde me niet helemaal happy toen ik dit las, maar knapte toch een beetje op toen ik zag hoe enthousiast en toegewijd het hele gezelschap aan de slag ging. De bewoners van Slough begonnen elkaar weer te begroeten op straat en in supermarkten. Er werd gedanst en gezongen door erkende somberaars. In een bedrijf waar de werknemers doorgaans in zwijgzame argwaan achter hun pc zaten, werd eindelijk weer met elkaar gecommuniceerd. Voor het oog van de camera verbeterde het humeur onder de bevolking van Slough met de dag. En jawel, na een maand of drie was Slough van een diep ongelukkige stad veranderd in een van de meest gelukkige steden ter wereld. Althans zo leek het.

In navolging van het experiment van Slough heeft de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) voor 2006-2007 het thema ‘geluk’ centraal gesteld. Hoe kan men een stad gelukkig maken? Is daar beleid voor te maken of is dit een onzinnig initiatief? Daarvoor moeten we even terugblikken.

Was Slough wel een bolwerk van levensstijlen die ongezond, onverantwoord of zelfs misdadig te noemen zijn? Welnee! Slough verschilt nauwelijks van andere moderne Engelse en Europese steden. Het ongeluk dat de kijker voorgespiegeld krijgt, bestaat uit gebrek aan contact, echte communicatie, aan wederzijdse aandacht en zorg, en vooral: aan elan. Typisch problemen voor een laatmoderne stad. Wat opmerkelijk genoeg ontbrak, was een gedegen analyse waarom moderne stedelingen vaak zo moeizaam opereren. Hoe wisten de geluksbrengers eigenlijk dat hun therapie een echte cultuuromslag was en geen make-up?

In een van zijn late werken merkt de Franse filosoof Michel Foucault op: „Waarom zou niet iedereen een kunstwerk van zijn leven kunnen maken? Waarom is die lamp, dit huis wel een kunstwerk en mijn leven niet?”

De overeenkomst met het manifest van Slough is dat ook Foucault pleit voor een beter leven. Het grote verschil is echter dat Foucault op zijn hoede is voor een individualiseringsstrategie en zelf een zogeheten gesitueerde moraal prefereert. Het levensgeluk van mensen is niet afhankelijk van individuele intelligentie, handigheid, gevoeligheid en humeur, los van de maatschappelijke context. Foucault ontwikkelde een sociale moraal van levenskunst en zelfzorg tegen de achtergrond van onze neoliberale tijdsgeest.

Het liberale pathos van vrije zelfbeschikking speelt een grote rol bij elk modern geluksontwerp. Dagelijks wordt via de media gesuggereerd dat deze vrijheid het hoogste goed is: Wees jezelf! Kies zelf!

Deze liberale ideologie van zelfbeschikking en niet-inmenging vormt de voedingsbodem van een fatale leefwijze en omgangsvorm tussen mensen. Ze doet ons vergeten dat zelfs het meest moderne individu zich voortdurend in allerlei vormen van afhankelijkheid en kwetsbaarheid bevindt.

We zijn allemaal afhankelijk van de instellingen waarin we leven en werken. Van mensen om ons heen, medeleerlingen in de klas, of collega’s op het werk. Van de man of vrouw in de straat die onze veiligheid bewaakt of die ons vuilnis komt ophalen. Een stad waarin mensen niet beseffen hoe kwetsbaar ze zelf zijn en hoezeer ze afhankelijk zijn van elkaar, kan geen gelukkige stad zijn.

Natuurlijk is het geluk van een stad gelegen in een goed beleid inzake werkgelegenheid en inkomen, architectuur en vervoer. Ik kan me geen gelukkig Rotterdam voorstellen als de integratie niet lukt, waardoor een groot deel van de bevolking zonder zelfrespect rondloopt. Bestuurders moeten het goede voorbeeld geven als het gaat om matiging en goede omgangsvormen.

Socrates zei al dat levenswijsheid niet iets is wat je van het ene glas in het andere overgiet. Daarom is het belangrijkste punt dat elke Rotterdammer opgroeit met een eigen levensstijl waarin zelfsturing en betrokkenheid hand in hand gaan. Telkens opnieuw gaat het dan om deze vraag: wat betekent het dat ik hier met anderen leef, woon, leer, werk en dans, en dat ik ooit zal sterven in deze stad?

Af en toe moet er ook een wonder gebeuren. Het is hoog tijd dat Feyenoord weer eens kampioen wordt.

Joep Dohmen is als filosoof verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek en auteur van ‘Tegen de Onverschilligheid. Pleidooi voor een moderne levenskunst’ (2007).

Dohmen neemt morgen deel aan het laatste debat in de reeks Gelukkig Rotterdam. Deze is opgezet door de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur en NRC Handelsblad. Plaats: Kriterion, Groot Handelsgebouw. Aanvang 20.00u. Toegang: € 3,50 of gratis met bon uit NRC Handelsblad. Reserveren verplicht via www.rrkc.nl of (010) 433 35 34 (11.00-17.00u) of rrkc@rrkc.nl