Door de gaten in de bovenkant kwam een gezellig windje naar binnen

Een paar jaar geleden zat ik bij de kapper, en toen kwam er een klant binnen die grote plastic schoenen droeg met gaten in de bovenkant. Een soort waterschoenen, en ze waren knalblauw. Ik lachte de man uit (ik zat onder een droogapparaat, dus niemand zag of hoorde me), ging weer naar huis, en vergat die schoenen nooit.

Nu, jaren later, doken ze op in het straatbeeld. Ik ben nogal gevoelig voor het straatbeeld, misschien omdat ik er vaak in rondloop, en het viel me op dat die plastic schoenen vaak voorbij kwamen aan de voeten van hippe mensen van dertig. Crocs heetten ze, hoorde ik. Ik schaarde de Crocs onder het kopje ‘belachelijke modefenomenen’, waartoe ook de strakke spijkerbroek, de string, de bakfiets en Paris Hilton behoren (eventueel in combinatie met elkaar).

Maar toen kwam er een man van dertig bij mij langs, met die grote plastic boten aan zijn voeten. Haha, lachte ik, ik kan niet meer bevriend met je zijn. Iemand die toegeeft aan zo’n belachelijke mode is, nou ja, iemand die toegeeft aan belachelijke modes. En dat is belachelijk.

Voor de grap deed ik ze even aan, en toen voelde ik een bijzondere sensatie. In het voetbed van de Crocs zaten nopjes, en die masseerden mijn voeten. Door de gaten in de bovenkant kwam een gezellig windje naar binnen. Ze hadden de luchtigheid van een slipper en de geborgenheid van een schoen. (Ik heb een roeping als copywriter gemist.) Ik moest ze hebben. En wel onmiddellijk.

Ik ging naar een bekende schoenenwinkel, waar een hele Croc-kelder was aangelegd. Het meisje dat de kelder bestierde, wist alles van Crocs. Over hun bizarre maatgeving, over courante en niet-courante kleuren, en over ‘jibbitz’, buttons waarmee kinderen hun Crocs versieren. Ademloos luisterde ik naar haar verhalen, al haakte ik bij de ‘jibbitz’ even af, want ik ben tegen woorden die op een z eindigen. Ik kocht een paar blauwe Crocs.

Later die middag, bij vriendin S., bleek dat zij ze ook had. En M., die daar ook was, vertelde dat ‘heel Barcelona’ becroct was. Normaal gesproken had dat mij alsnog van ze af gebracht, maar ik had mijn Crocjes aan (het waren al ‘mijn Crocjes’), die vertederende, oerlelijke klompen plastic, en ik kon nu geen afstand meer van ze doen. Het was ook weleens leuk, om pionier van een belachelijk modefenomeen te zijn.