Dilemma

In haar hoofd was een onzalig idee gegroeid. Ze zou zelf haar opgelapte kajuitjachtje overvaren naar de Noorse kust. Want als ze het alleen kon zou ze nooit meer op zee in paniek raken.

De zee baande zich woedend een weg naar de kust. We klemden ons wanhopig vast aan het zinkende scheepje. In deze storm viel niks meer te doen. De wind floot door de touwen, ze gilde in paniek, de golven braken bulderend tegen de rotsen. Het lekke scheepje sloeg krakend te pletter op de Zweedse kust. We zonken snel. De vriendin van mijn zoon schreeuwde in de golven dat het allemaal mijn schuld was. Ik werd badend in het zweet wakker. Ik had haar tegen moeten houden.

Maar sommige Zweedse vrouwen hebben op de wal een aureool van onaantastbare zelfstandigheid. Hoe moet een man uit Holland tegen zo’n ijskoningin uit het hoge noorden zeggen dat haar plan om alleen de zee op te gaan met een lekke boot te dwaas is voor woorden? Ze zou niet eens luisteren.

In haar hoofd was een onzalig idee gegroeid. Ze zou alleen de zee opgaan. Ze ging haar eigen scheepje zelf overvaren van Göteborg naar de Noorse kust. Want ze dacht op die manier de angst te overwinnen die haar altijd overviel op zee. Ze haatte dat in zichzelf. Daarom koos ze met onnavolgbare logica voor een oplossing uit het ongerijmde. Als ze deze reis in haar eentje kon volbrengen, zou ze nooit meer in paniek raken op zee.

Het scheepje had ze van mijn zoon gekregen. Half gezonken hing het in de touwen. Een snoezig kajuitjachtje was het, vijf meter lang, met een zeiltje erop en een motortje erin. Ze haalde het op de wal en begon monter aan de restauratie.

Vier jaar lang timmerde en zaagde ze tot haar jachtje bijna in orde was. Het moest perfect worden. Ze was immers gediplomeerd timmerman? Het groepje oude mannen in de haven lachte haar uit. Want een vrouw op een schip was maar niks.

Toen het scheepje eindelijk te water mocht spoot het water naar binnen, twee elektrische pompen hielden het drijvende. Om de tien seconden sloegen ze aan. Na twee weken in het water lekte het nog steeds. Inmiddels verhuisde ze met mijn zoon en hun kindje naar de grens met Noorwegen. Het scheepje bleef achter. Elk weekend reisde ze terug naar Göteborg om alsmaar de laatste hand te leggen.

De oude mannen in de haven hadden onophoudelijk commentaar. „Zie je wel”, zeiden ze, „dat een vrouw zoiets niet kan.”

Ze belde onverwachts op uit Göteborg. Ze was de oude mannen in de haven vreselijk zat, zei ze, en ze kwam morgen naar huis varen. In haar eentje. De mast stond erop. En ze had op de startknop van het gereviseerde motortje gedrukt. Het motortje liep.

Ik kende haar vastberadenheid en schrok hevig.

„Iemand moet meegaan”, zei ik. „Heeft ze al een proefvaart gemaakt?”

„De tocht naar huis wordt de proefvaart.”

„Maar het scheepje lekt als een vergiet!!”

„Ze laat die twee pompen draaien”, zei mijn zoon.

Ik geloofde mijn oren niet. Kon er niet een vriend meegaan?

„Niemand kon”, zei mijn zoon, die zelf op de baby moest passen.

„Is er dan helemaal niemand?”

„Jawel”, zei mijn zoon, „jij kan meegaan.”

Ik…? We dronken nu meer whisky dan goed voor ons was. Mijn noodlot wachtte op antwoord. Ik stond voor een vreselijk dilemma. Moest ik dan meegaan om ook te verzuipen? Of moest ik haar alleen laten verdrinken? Ik ging niet. En ik had een laf excuus. De volgende dag werd ik immers verwacht bij mijn dochter?

Maar die nacht kwamen de nachtmerries, nauwelijks wakker geschrokken uit de verdrinkingsdood wachtte in de volgende droom een erger lot, ze verdronk voor mijn ogen terwijl ik hoog en droog op de rotsen zat.

Een vriend voer de volgende dag mee met zijn boot tot het laatste eiland voor open zee. Daar keerde hij om. Ze was nu op zich zelf aangewezen en haar bootje tufte vrolijk richting Noorwegen. Wel ging het scheepje tegen de avond steeds meer lekken door het trillen van de motor. Ze raakte in paniek toen haar mast ineens overboord sloeg. Kregen de oude mannen soms gelijk? Ze had om hulp geschreeuwd. „Somebody help me!”

En zie, geluid draagt ver over het water, er was vanaf de rotsige kust een oude man in een boot naar haar toe gekomen, die haar paniek had bedaard maar wel op veilige afstand bleef, vertelde ze later. Het mastje had ze weer aan boord gesleept. Hij had haar naar een vluchthaven geleid. Mijn zoon haalde haar op. Ze trilde nog steeds als een rietje. Het scheepje kwam achterop een vrachtwagen naar huis. Het staat decoratief in de tuin naast de stapel hout voor de allesbrander. En ik ben opgelucht dat ze nog leeft.