De nieuwe zuinigheid

De consument wil best energie besparen, maar ontbeert vaak de tijd of het geld. Hoe op vijf gebieden de consument energiewinst in zijn huishouden kan bereiken en hoe bedrijven daarbij steeds meer willen helpen.

In huis Anke van Hall adviseert en publiceert zelf over duurzaam wonen, maar merkte pas toen ze zelf haar huis ging verbouwen hoe moeilijk dat is. „Vooral omdat ik een ouder huis heb”, vertelt de onderzoeker aan de faculteit bouwkunde in Delft en van Universiteit Nyenrode. „Zo wil ik een hoogrendementsketel, maar dan moet er een pijp door het dak. Dat is van riet en daaronder zit asbest. Dat kun je niet alleen oplossen.”

Er is nog veel te winnen in de huizen van de Nederlanders. Hoewel je zou verwachten dat hoogrendementsketels zo langzamerhand in veel huizen zouden zijn doorgedrongen, valt dat flink tegen. Veel warmte raakt verloren via vloeren, maar vloerisolatie is nog maar in 1 op de 5 huizen toegepast.

„Als je het allemaal zelf moet uitzoeken, is er bijna geen beginnen aan”, zegt Van Hall. „Gelukkig zie je steeds meer samenwerkingsverbanden ontstaan van projectontwikkelaars, installateurs en banken die de consument zorgen uit handen nemen. Zij kijken wat haalbaar is, koppelen de kennis van bouwkundigen en installateurs aan elkaar, adviseren over de financiering, garanderen de terugverdientijd en helpen als er iets mis is gegaan.” Sommige banken stimuleren duurzaam bouwen en verbouwen met een klimaathypotheek.

In de auto Deze maand houdt Toyota de ‘nationale hybride proefrijweken’. Het automerk wil mensen beter kennis laten maken met zijn Prius, een hybride auto die zowel op een traditionele verbrandingsmotor als op een elektromotor rijdt. „We hebben vijf keer meer proefritten dan normaal en we zien een stijging van het aantal verkopen met 20 procent in vergelijking met een maand eerder”, zegt woordvoerder Guido Roozekrans van Toyota. „Mensen denken dat het ingewikkeld is om in een hybride auto te rijden. Maar het is een automaat, de auto beslist zelf op welke motor hij rijdt.”

Dit jaar heeft Toyota een goedkopere versie van zijn Prius op de markt gebracht voor 25.995 euro die een verbruik heeft van 1 op 23,5 en een CO2-uitstoot van 104 gram per kilometer. Vorig jaar werden er 2.385 Priussen verkocht. Dat is 0,004 procent van de 483.999 nieuwe auto’s die de dealers verlieten en de helft van een van de meest populaire SUV’s in Nederland, de Hyundai Tucson (vanaf 23.695 euro). Het benzineverbruik van die auto ligt op 1 op 10. De CO2-emissie is, afhankelijk van het model, tussen de 187 en 237 gram per kilometer.

Kiezen voor kleinere auto’s met lichtere motoren zou ook helpen. Maar de Nederlander hecht sterk aan het comfort en de status van een grote auto, constateerden onderzoekers van het Milieu- en Natuurplanbureau in april. Dat maakt het voor de overheid lastiger om effect te verwachten van het duurder maken van benzine slurpende auto’s. Ook over kilometerprijzen lopen de opvattingen nog steeds sterk uiteen of de consument werkelijk minder zal gaan rijden. Vooralsnog stijgt het aantal kilometers dat Nederlanders rijden alleen maar.

Elektrische apparaten Loop een winkel van elektronicaketen BCC binnen en de groene stekkers stralen je tegemoet. Ze geven aan dat die apparaten zuiniger zijn dan hun concurrenten. Op informatielabels bij televisies, wasdrogers, wasmachines of computers staat vermeld wat de energiekosten bij gebruik door een gemiddeld gezin zullen zijn. Op die labels kun je zien dat de ene wasdroger het energieverbruik 174 euro per jaar is en bij een ander 129. Als er al prijsverschil is, kun je snel uitrekenen dat het verschil binnen een paar jaar via de energierekening is terug te verdienen. Zo zie je dat het verschil tussen een 88 en een 66 cm lcd-televisie al snel zo’n 20 euro aan energieverbruik is per jaar.

BCC werd al ruim een jaar geleden benaderd door de Stichting Natuur en Milieu om samen te werken, vertelt directeur Michiel de Haan. Na het zien van de film An inconvenient truth van Al Gore ging BCC echt tot actie over en organiseerde trainingen voor het personeel zodat het vragen over energieverbruik kan beantwoorden. Of er nu meer energiezuiniger apparaten worden verkocht, kan De Haan nog niet zeggen. „Maar daar gaat het ook niet om. Als ik snel geld had willen verdienen, had ik mijn geld beter kunnen besteden aan een prijsagressieve actie.”

Eigen energievoorziening Hij is vrij nieuw in Nederland: de warmtepomp die het huis verwarmt met warmte die diep uit de grond wordt gehaald. Maar de doorbraak lijkt er bij nieuwbouwhuizen aan te komen voor het systeem dat in landen als Duitsland en Zweden al langer populair is. Wel al langer door de consument uitgeprobeerd zijn de zonnepanelen op het dak voor zonneboilers of voor eigen elektriciteitsproductie. Maar een doorbraak van zonnestroomproductie lijkt uit te blijven, omdat de investeringen vanaf zo’n 700 euro per paneel lastig zijn terug te verdienen en de installatie vaak veel moeite kost. De rijksoverheid is in 2003 gestopt met het geven van subsidies op de aanschaf. Tot vorig jaar waren er subsidies te krijgen voor de productie van zonnestroom, maar die regeling is in augustus gestaakt. Die was toch al ongunstiger dan in Duitsland en België. Daar krijg je jarenlang een garantie voor een vaste kilowattuurprijs en ben je niet kwetsbaar voor schommelingen van de energieprijzen.

Klimaatneutraal Aflaten voor de moderne consument. Zo worden al meesmalend de talrijke initiatieven genoemd waarmee de consument zijn CO2-uitstoot kan compenseren. Boek een vliegreis, sluit een autoleasecontract, betaal met je creditcard en je kunt de CO2-uitstoot die je veroorzaakt laten compenseren door het planten van bomen. Die bomen moeten de extra CO2-uitstoot weer absorberen.

Milieuorganisaties zijn niet altijd enthousiast over deze initiatieven, omdat aan het effect van bomenaanplant op het broeikaseffect wordt getwijfeld. Anderen zeggen juist dat de consument met compensatie het best kan bijdragen aan een beter milieu. Ook is er nog geen waterdichte controle op de instanties die compensatie aanbieden. Ook hier is de milieubeweging zelf ingesprongen. Het Wereldnatuurfonds heeft bijvoorbeeld samen met de Rabobank een creditcard waarbij de uitstoot niet in bomen wordt gecompenseerd maar door investeringen in duurzame energie. Directeur maatschappelijk verantwoord ondernemen van de Rabobank, Bart Jan Crouwel: „Wij vinden dat je niet de gevolgen moet bestrijden, maar de oorzaken moet aanpakken.”

Informatie wat je als consument kunt doen is te vinden op www.milieucentraal.nl