‘De artsen hebben het zelf ingespoten’

Maandagavond verklaarde ex-wielrenner Bert Dietz op de Duitse tv dat hij tijdens zijn carrière dope gebruikte.

De biecht past in het strenge Duitse antidopingklimaat.

Voor het eerst heeft een ex-wielrenner van Telekom toegegeven dat hij bij de Duitse ploeg in de jaren negentig structureel doping heeft gebruikt. Bert Dietz (38) vertelde maandagavond voor de ARD-televisie dat hij tussen 1995 en 1998 epo en groeihormonen kreeg toegediend. „De artsen hebben het zelf ingespoten. Als ze er niet waren, lieten ze het over aan de verzorgers, zoals Jef d’Hont. We leerden het ook zelf te doen en konden de middelen per post bestellen”, zei de inmiddels gestopte renner in de talkshow Beckmann.

Gisteren kreeg Dietz bijval van zijn toenmalige ploeggenoot Christian Henn. De nu 43-jarige ploegleider van Gerolsteiner bevestigde de dopingpraktijken bij Telekom en gaf toe zelf ook doping te hebben gebruikt. Henn, in 1988 winnaar van een bronzen olympische medaille en in 1996 kampioen van Duitsland, stopte in 1999 als renner na een dopingaffaire.

Begin deze maand verscheen een boek van de Belgische ex-verzorger D’Hont, van 1992 tot 1996 actief bij de ploeg. Hij beschreef het dopingsysteem bij de voorloper van het huidige T-Mobile tot in detail. De wielerploeg zette daarop de betrokken artsen, Lothar Heinrich en Andreas Schmidt, per direct op non-actief.

D’Hont beschuldigde nadrukkelijk ook de Belgische manager Walter Godefroot, die het dopingsysteem zou hebben geadministreerd, en de Deense kopman Bjarne Riis, die de Tour van 1996 zou hebben gewonnen door excessief epogebruik. De huidige adviseur van Astana (Godefroot) en de manager van CSC (Riis) negeerden de beschuldigingen.

Bert Dietz, Duits amateurkampioen in 1993, maakte in 1994 de overstap naar de profs van Telekom. De man uit Leipzig bleef bij de ploeg tot 1998 en reed daarna nog twee seizoenen voor Team Nürnberg, waar hij naar eigen zeggen ook epo kon gebruiken. Dietz maakte de grote doorbraak van de Telekomploeg mee, met de Toursuccessen van Riis, Jan Ullrich en Erik Zabel. Zelf won hij in 1995 de bergrit naar Sierra Nevada in de Vuelta, na een aanval van 200 kilometer. In dat jaar begon hij met het gebruik van epo, dat als bloeddoping geldt. Ook Henn won in die Vuelta een rit, een dag na de zege van Dietz.

Naar eigen zeggen kreeg hij instructies van teamartsen Schmidt en Heinrich, beiden verbonden aan de universiteit van Freiburg. „Ze vertelden dat we dit nieuwe middel moesten proberen als we vooraan wilden blijven meerijden met de Italiaanse en Spaanse renners. Er werd duidelijk verteld hoe het middel werkte en wat de bijwerkingen waren. Toen werd in principe besloten dat we het zouden gaan doen.”

De biecht van Dietz past in het strenge antidopingklimaat dat in Duitsland heerst. Vlak voor de Tour van 2006 werd Ullrich door T-Mobile geschorst wegens vermeende betrokkenheid bij het Spaanse bloeddopingschandaal Operacion Puerto. Hoewel de enige Duitse Tourwinnaar inmiddels zijn carrière beëindigde, gaat de jacht op hem door. Er zouden nieuwe zakken bloed zijn gevonden in Spanje. Zijn Zwitserse bankrekening wordt gecheckt. Justitie onderzoekt een afspraak van Ullrich, de Italiaan Ivan Basso en de omstreden Spaanse arts Eufemiano Fuentes in Freiburg, in juni 2006.

Dietz vindt het onrechtvaardig dat Ullrich, net als hij afkomstig uit de voormalige DDR, als enige wordt geslachtofferd. „Het heeft me erg gestoord dat de anderen blijven ontkennen. Maar ze kunnen niet anders. Als ze toegeven, verliezen ze alles: hun zeges, geld, hun baan.” De ex-renner pleitte voor amnestie voor anderen die doping bekennen. „Het is de enige manier om te laten zien dat we het verleden kunnen afsluiten.”

In Duitsland wordt heftiger op dopingbekentenissen uit de jaren negentig gereageerd dan in andere Europese landen. Sinds de bekentenissen van Festina-verzorger Willy Voet in 1999 is het algemeen bekend in de wielerwereld dat in de jaren negentig door het overgrote deel van het profpeloton epo werd gebruikt. De grote wielerploegen regelden zelf de ‘medische begeleiding’ van de renners. Strafzaken in Frankrijk (Festina) en Italië (tegen ‘dopingartsen’ Conconi en Ferrari) bewijzen genoeg.

De Duitse wielermakelaar Manfred Dangendorf verklaarde de felle reacties in zijn land uit een gebrek aan wielercultuur. „In andere landen heeft de sport een historie van ruim honderd jaar. Bij ons is het wielrennen pas in 1997, na de Tourzege van Ullrich, opgekomen.”