Balkenende, Bokito en de vrouw van Potifar

Zoals het kabinet daar in de Utrechtse Jaarbeurs werd opgepast door Andries Knevel en Tijs van den Brink, moest ik onwillekeurig aan Bokito denken.

Nou is dat niet verbazingwekkend, want iedereen is sinds afgelopen vrijdag voortdurend met z’n hoofd bij de gorilla uit Blijdorp, en als je de primaat even zou zijn vergeten, komt er weer een nieuwe apenetholoog langs, met een andere theorie.

Heeft iemand al eens aan de vrouw van Potifar gedacht? Haar man, die hoog was aan het hof van de Egyptische farao, had een slaaf gekocht die volgens Genesis 39:6 behalve dienstbaar ook knap en aantrekkelijk was („schoon van gedaante en schoon van aangezicht”, legde de Statenvertaling er nog een schepje bovenop). Hoe zie je zulke dingen zich dan vaak ontwikkelen? „En het geschiedde [...] dat de huisvrouw zijns heren haar ogen op Jozef wierp; en zij zeide: lig bij mij!”

Bokito als de gereïncarneerde Jozef.

Als lievelingszoon van aartsvader Jakob, weerstond de jongen uiteraard de verleidingen van de vrouw, die wel vier keer per week z’n aandacht probeerde te trekken. Maar kon hij vermoeden dat hij nog eens als gorilla in een Rotterdamse diergaarde zou terugkeren, en dat die vrouw daar aan de andere kant van het glas nog steeds stond te lonken?

In feite heeft hij zich als beest keurig gedragen. „Het is een wonder dat de vrouw nog leeft”, meende de wereldberoemde apenkenner Frans de Waal. „Het dier was zeer gefrustreerd geraakt doordat zij contact met hem zocht, maar zich niet aansloot bij zijn harem.”

Die gedachten gingen door me heen terwijl ik keek naar de twee christelijke presentatoren die met de drie VU-alumni aan hun gesprekstafel misschien ook veel liever een bijbelkring waren begonnen dan de schijn van een journalistieke gespreksgroep te moeten ophouden.

Was het verstandig om onder hun leiding ineens ruim twintig ministers en staatssecretarissen bloot te stellen aan het nieuwsgierige publiek?

Het is verre van mij om in dit verband over apenrotsen te beginnen, maar we kunnen moeilijk ontkennen dat de bewindslieden eigenlijk voor het eerst voluit de confrontatie met het Nederlandse volk aangingen, dus voor je het wist hadden ze ergens een verkeerd signaal kunnen opvangen, en de sprong over een gracht (of erger nog: een kloof) willen wagen.

Had Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren niet een punt toen ze verklaarde dat de uitbraak van Bokito het zoveelste bewijs was dat je wilde dieren „niet op deze manier” in het openbaar tentoon mocht stellen?

Nogmaals: ik vergelijk niks met niks. Ik stel alleen vast dat eerst in zo’n zaal met 250 bezoekers aan 21 tafels met telkens één bewindspersoon, en vervolgens nog eens in een EO-uitzending met 629.000 televisiekijkers, onherroepelijk vormen van bronstgedrag aan de dag treden. Ik heb het niet allemaal bijgehouden, maar je zag de een zichzelf op de borst kloppen omdat ze de gloeilamp zou verbieden, een ander zou het aantal buurtregisseurs drastisch beperken, voor de derde was er in achterstandswijken een schreeuwend en structureel tekort aan buurtregisseurs, en een vierde beloofde dat de gemiddelde vaargeul in het binnenwater een meter dieper wordt.

En wat gebeurt er binnen het electoraat als de vaargeul over een jaar nog even ondiep is, en de gloeilamp nog overal te koop – terwijl je alle dierentuinen van Nederland af kunt zoeken zonder ergens nog een minister tegen te komen?

Met Jozef is het toentertijd nog bijna slecht afgelopen, omdat de vrouw van Potifar hem valselijk beschuldigde, en hij lange tijd in de gevangenis moest zuchten. Maar de Heere bleef met hem, en hij eindigde als de machtigste man van Egypte.

Dat is waarschijnlijk waar Balkenende ook op gokt.