Al-Qaeda verdrijft christenen uit Bagdad

Voor de Iraakse christenen lijkt de Amerikaans-Britse invasie van 2003 het begin te zijn geweest van het einde van hun kerk in Irak. Ze lobbyen nu voor een aparte provincie voor kleine minderheden.

De lopende campagne van het Amerikaanse leger samen met een coalitie van stammen tegen Al-Qaeda-in-Irak, in de sunnitische provincie Al-Anbar, is een succes, zeggen Amerikaanse militaire woordvoerders. Maar de christenen van de Bagdadse voorstad Dora kijken er anders tegenaan.

Zoals al zo vaak bij offensieven in Irak is gebeurd, weken veel sunnitische extremisten van Al-Qaeda-in-Irak tot beter tijden uit naar veiliger plekken. In dit geval verplaatsten ze zich naar de provincie Diyala, waar het geweld inmiddels dusdanig hoog is opgelaaid dat de Amerikaanse commandant ter plaatse versterkingen heeft gevraagd, en naar Dora. Daar startten zij een campagne tegen de christenen: betaal jizya, het koranische beschermingsgeld, en anders: bekeer je tot de islam of sterf. Talrijke christelijke families zijn de afgelopen weken hals over kop uit Dora gevlucht.

De christelijke kerken in het Midden-Oosten staan al tientallen jaren onder druk, en al onder het bewind van Saddam Hussein begon in Irak de christelijke uittocht. Maar de Amerikaans-Britse invasie van maart 2003 dreigt het begin van het einde te worden voor de Iraakse christenen, in meerderheid leden van de chaldo-Assyrische kerken. Christenen en andere religieuze minderheden werden al gauw gericht doelwit van geweldplegers en des te meer naarmate sunnitische en shi’itische extremisten zich sterker voelden.

Volgens ruwe schattingen is nu de helft van de circa 800.000 christenen die in 2003 nog in Irak leefden (3 procent van de bevolking; bij de volkstelling van in 1987 1,4 miljoen) gevlucht naar het buitenland, met name Syrië en Jordanië. „De kerk verdwijnt onder de voortdurende vervolging, dreigementen en geweld door extremisten die ons geen keus laten: bekering of ballingschap”, aldus een boodschap van de chaldeeuwse aartsbisschop van Kirkuk, Louis Sako, die enkele weken geleden werd gepubliceerd door AsiaNews, een persagentschap dat is gespecialiseerd in religieuze zaken.

„De christenen van Dora hebben de afgelopen 70 jaar vreedzaam met hun sunnitische en shi’itische buren samengeleefd in Dora”, zegt Yonadam Kanna, lid van het Iraakse parlement en zelf een Assyrische christen, in een telefonisch vraaggesprek. „De shi’ieten zijn al verjaagd. Nu worden de christenen geterroriseerd door extremisten die van buiten zijn gekomen en straatbendes rekruteren.”

Volgens Michael Youash, directeur van het Iraq Sustainable Democracy Project, (ISDP) een pressiegroep die in Washington opkomt voor de kleine minderheden in Irak, leefden in 2003 nog 20.000 Assyriërs in Dora. Sindsdien is bijna 90 procent vertrokken, zegt Youash, zelf van Iraaks-Assyrische afkomst, telefonisch uit Washington. De laatste twee maanden is het tempo van de vertrekken versneld door de toegenomen druk. De afgelopen twee weken vluchtten bijna duizend mensen uit Dora.

In een groot deel van Dora zijn de christenen nu weg, bevestigde vorige week de pastoor van de Kerk van Sint Simon, Tematheus Eisha, tegen de website Ankawa.com. Alleen in zijn kerk worden nog diensten gehouden voor een kleine kudde die geen mogelijkheid ziet te vluchten; de rest staat leeg, zei hij.

Volgens het Assyrische persbureau AINA zijn de daders niet uitsluitend aanhangers van Al-Qaeda-in-Irak (dat zich tegenwoordig de Islamitische Staat in Irak noemt om zijn einddoel duidelijk te maken). AINA meldde dat de imam van de Al-Noor moskee in Dora de ronde doet langs alle christelijke families en hen gebiedt 250.000 Iraakse dinar (190 dollar) te betalen als jizya, „omdat jullie geen moslims zijn”.

Wie niet kan betalen, moet vrijdags een familielid naar de moskee sturen om de bekering van de familie tot de islam bekend te maken. Wie zich niet wil bekeren, moet binnen 24 uur weg zijn, en zijn bezit vervalt aan de moskee.

De patriarch van de Assyrische Kerk van het Oosten, Mar Addai II, deed vorige week nog een beroep op premier Nouri al-Maliki en het Iraakse parlement de christenen te helpen en een einde te maken aan hun vervolging. „Ik heb met alle autoriteiten contact opgenomen”, zegt Yonadam Kanna, „maar die hebben nog nauwelijks iets gedaan. Er is geen politie in de wijk, en het Iraakse leger heeft onvoldoende mankracht.”

Van de Amerikaanse troepen die in Bagdad half februari een groot veiligheidsoffensief lanceerden, verwacht Kanna ook niets. „Wat kunnen tanks uitrichten? Die weten niet wie de goeden en de kwaden zijn.” Youash speculeert dat het Amerikaanse leger niet in staat is Dora te pacificeren. Kanna hoopt dat in Dora een tribale alliantie kan worden gesmeed, net zoals dat in Anbar is gebeurd, die de extremisten verdrijft.

Maar niet alleen moslimextremisten belagen de christenen. In het autonome Koerdistan, dat in het Westen geldt als relatief vredig en relatief democratisch, hebben christenen eveneens problemen. „Niet met de gewone Koerden”, zegt Kanna. „Maar met de Koerdische autoriteiten die hun macht misbruiken om land van christenen voor zichzelf en de eigen aanhangers te confisqueren.”

Er is een lobby aan de gang – onder andere gevoerd door Youash’ ISDP – om in het Assyrische hartland in de vlakte van Niniveh een ‘federale eenheid’ te vormen voor de kleine minderheden: christenen, yazidische Koerden, Turkmenen. „Een absoluut realistisch project”, zegt Youash. „Zo’n gebied zou als enige heterogene regio van Irak een voorbeeld van gematigdheid voor het hele land vormen.”

Attiya Tunc, Nederlandse van Turks-Assyrische komaf die vanuit de Europese Unie bestuurslid van de ISDP is, erkent dat een provincie voor minderheden „internationaal geen hot item” is. Maar, zegt ze, „dat wordt het wel als honderdduizenden christelijke vluchtelingen hierheen komen”.