Topman steeds korter houdbaar

Een topman in Europa gaat gemiddeld nog maar 5,7 jaar mee. Of iemand de juiste man is voor de toekomst, wordt belangrijker dan prestaties uit het verleden.

Wie topman wil worden, moet niet bang zijn voor een beetje risico. Eén op de twee bestuursvoorzitters van grote bedrijven haalt het einde van zijn contract niet.

Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek naar de positie van bestuursvoorzitters in Europa, de Verenigde Staten en Japan van adviesbureau Booz Allen Hamilton, dat vandaag is gepubliceerd. Eén op de drie bestuursvoorzitters moet voortijdig weg omdat hij niet goed genoeg presteert of ruzie heeft met de raad van commissarissen. Nog eens ruim één op de vijf bestuursvoorzitters ruimt het veld als gevolg van een fusie of overname.

Volgens onderzoeker Otto Waterlander worden bestuursvoorzitters tegenwoordig anders afgerekend dan voorheen. „Vroeger werden topmannen op basis van prestaties uit het verleden beoordeeld. Als je het goed had gedaan, zat je stevig op je stoel. Nu word je beoordeeld op basis van verwachtingen voor de toekomst. Ben jij de juiste man om een nieuwe strategie vorm te geven en uit te voeren. En ben je in staat om op korte termijn prestaties te laten zien.”

Als voorbeeld noemt Waterlander het recente vertrek van de Zweed Anders Moberg als topman van Ahold. „Die had zijn klus erop zitten. De raad van commissarissen maakte duidelijk dat ze hem niet de juiste man vonden voor de volgende fase van het supermarktconcern.” Een ander slachtoffer van de nieuwe trend is Zach Miles bij uitzender Vedior. Waterlander: „Hij heeft een periode afgesloten waarin de resultaten verbeterd moesten worden. Nu vond de raad van commissarissen het tijd voor iemand anders die de onderneming verder moet laten groeien.”

Waterlander zegt dat commissarissen zich kritischer zijn gaan opstellen. „Er is meer dualisme gekomen tussen het bestuur en de raad van commissarissen door alle wijzigingen die we sinds 2004 hebben gezien in de regels voor goed ondernemingsbestuur. Het wordt daardoor harder en zakelijker. Daar komt de toenemende druk van aandeelhouders nog eens bij.”

Ondanks de nadruk op prestaties zijn de raden van commissarissen op dit moment op zoek naar bruggenbouwers, constateert Booz Allen Hamilton. „Bestuursvoorzitters die in staat zijn om de belangen van klanten, werknemers en zeker ook de aandeelhouders bij elkaar te brengen.”

Vorig jaar vertrok ruim 14 procent van de topmannen in de wereld. In Europa zitten ze gemiddeld nog maar 5,7 jaar op hun stoel en is de leeftijd waarop ze vertrekken gezakt naar gemiddeld 54,5 jaar. In de VS en in Azië blijven bestuursvoorzitters met 9,8 en 9,5 jaar langer op hun post. „In Europa kun je zeggen dat als iemand langer op zijn post zit, hij ook bovenmatig gepresteerd moet hebben.”

Het aantal topmannen dat vorig jaar in Nederland moest vertrekken, was lager dan in 2004 en 2005. Waterlander: „Maar dat kon ook bijna niet anders, omdat in die twee jaar bij veel grote beursgenoteerde ondernemingen een wisseling van de wacht is geweest.” Van de Nederlandse vertrekkers gingen de supermarktbazen Jan Brouwer van Schuitema (C1000) en Harry Bruijniks van Laurus (Super de Boer) weg na ruzie met hun commissarissen en Rob van den Bergh vertrok bij VNU nadat zijn bedrijf na een mislukte overname en ruzie met de aandeelhouders was overgenomen door investeringsmaatschappijen. Peter Elverding en René Kottman haalden hun pensioen bij respectievelijk chemieconcern DSM en bouwbedrijf Ballast Nedam.

Het aantal gedwongen vertrekken zal ertoe leiden dat het aantal vertrekpremies hoog zal blijven. Of commissarissen daardoor ook meer hun best zullen doen de bedragen binnen de perken te houden, daar heeft Booz Allen Hamilton geen onderzoek naar gedaan.