Schjerfbeck raakt direct de ziel

Helene Schjerfbeck, ‘Zelfportret met zwarte achtergrond’, 1915 olieverf op doek, 34 x 42 cm, collectie Ateneum Art Museum, Helsinki taiteilija: Schjerfbeck, Helene Inventaarionro A II 1065 teosnimi: Mustataustainen omakuva haltija: AT ajoitus: 1915 tekniikkateksti: šljy kankaalle pŠŠluokka: maalaus aihe: MUOTOKUVA; nainen; omakuva; rintakuva; purkki; siveltimet mitat: 45,5 cm x 36 cm Valokuvanro 26105 ajoitus: 01.1992 valokuvaaja: Aaltonen, Hannu valokuvatyyppi: laakadia v/k 7 asiasanat: MUOTOKUVA; nainen; omakuva; rintakuva; purkki; siveltimet Digikuvanro A0187200 skannaus 2004-03-12 skannaustoimipaikka: VTM/KKA Leif StrŠng digitointitekniikka: AgfaScanT5000+/PS7.0.1 Ateneum Art Museum, Helsinki

Tentoonstelling: Helene Schjerfbeck. Het geheim van Finland. T/m 2 september in het Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Di t/m zo 11-17u. Cat. 29,95. Inl: www.gemeentemuseum.nl

Het enorme zelfportret van Helene Schjerfbeck op de gevel van het Haags Gemeentemuseum kleurt wonderwel bij de sobere beige bakstenen en de groene goten van het gebouw. Met een schuin oog en een dichtgeknepen mond kijkt de Finse kunstenares de wereld in. Of eigenlijk kijkt ze over alles héén. Zo houdt ze de wereld op een afstand.

Het Geheim van Finland, zo wordt Helene Schjerfbeck (1862-1946) aangekondigd. Het slechtst bewaarde geheim, dat wel. In de afgelopen dertig jaar ontbrak haar werk op geen van de overzichten van Scandinavische kunst in Europa. Tussen alle verheven symboliek die daar werd vertoond, tussen alle zwaar aangezette noordelijke landschappen, sprong Schjerfbecks werk er in dat kader steeds uit, alleen al omdat het boven alle nationalisme is verheven. Dit in tegenstelling tot de grote schilderijen van haar Noorse, Zweedse, Deense en Finse tijdgenoten. Edgar Munch uitgezonderd, maar dat is een geval apart.

Munch, die net als vele andere Scandinavische kunstenaars lange tijd in Frankrijk verbleef en daar de invloeden van de moderne kunst verwerkte, is de enige schilder met wie Schjerfbeck kan worden vergeleken. En dan nog niet helemaal. Munch was geobsedeerd door zichzelf, door zijn lusten, door zijn angsten. Als man kon hij gaan en staan waar hij wilde, had hij contacten met de avant-garde kunstenaars van zijn tijd. Als alcoholist zocht hij de grenzen van de expressie op.

Helene Schjerfbeck daarentegen kon alleen in de eerste fase van haar carrière studeren in het buitenland. Op haar achttiende vertrok ze met een staatsbeurs naar Parijs. Ze was schuw en liep mank – op haar vierde had ze haar heup gebroken. Ze had een zwakke gezondheid bovendien („in vijftig jaar geen gezonde dag”, zegt ze over zichzelf aan het eind van haar leven).

Ook zij was – net als Munch – al op jonge leeftijd met de dood geconfronteerd. Maar geestelijk was ze enorm sterk, dat zie je direct aan haar werk. Toen ze, rond haar dertigste, terugkeerde naar Finland (waar ze tot haar 61ste voor haar zwakke moeder zorgde) had ze soms maar één uur per dag om te schilderen. Maar het is net als met een verdovend middel, constateert ze, je grenzen schuiven steeds op.

De tentoonstelling in Den Haag is beklemmend mooi. Eigenlijk spreekt elk werk direct tot de ziel. Zelden zie je een overzicht van een kunstenaar die zich van vroeg tot laat zo consequent concentreert op de essentie van het leven, van het mens zijn.

Of Schjerfbeck wat naturalistischer schildert, zoals bij Het herstellende meisje uit 1888, of in matte, abstraherende vlakken een dame in een schommelstoel neerzet (De naaister, 1905), de voorstelling krijgt iets magisch, trekt aan maar blijft toch op afstand.

Omdat ze teruggetrokken leefde, was Schjerfbeck afhankelijk van modellen uit de buurt. „Ik zie hun schoonheid”, schrijft ze, „maar vraag me af wat zich in dat hoofd afspeelt”. Haar belangrijkste ontwikkeling is dat ze dieper en dieper tot de ziel doordringt. Dat is nogal gedurfd en het is dan ook geen gemakkelijke kunst.

Via tijdschriften en door uitvoerige correspondentie met schildersvrienden en, vooral, -vriendinnen bleef Schjerfbeck in Finland op de hoogte van de nieuwste stromingen. Geïnspireerd door Japanse houtsnedes ging ze steeds meer stileren. Ook wilde ze de glans van de verf zo veel mogelijk wegnemen, liet hele stukken van het doek soms ongeschilderd.

In de laatste fase van haar leven concentreert ze zich steeds meer op zelfportretten, genadeloos analyseert ze zichzelf. Eén oog in de schaduw. De lijnen steeds hoekiger. De blik holler. Tot op de dag voor haar dood. Enkele strepen, wat schaduw. Een masker. Wat een schilderes!