Risicozoekers moeten vooral solliciteren

In plaats van op prestaties uit het verleden, worden topmannen beoordeeld op toekomstverwachtingen.

Een op de drie topmannen moet voortijdig weg.

Zoek je een baan met risico, wordt topman. Een op de twee bestuursvoorzitters die vertrekt, dient zijn contract niet uit.

Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek naar de positie van bestuursvoorzitters in Europa, de VS en Japan van adviesbureau Booz Allen Hamilton, dat vandaag is gepubliceerd. Een op de drie vertrekkende bestuursvoorzitters moet voortijdig weg omdat ze niet goed presteren of ruzie hebben met de raad van commissarissen. Nog eens ruim een op de vijf bestuursvoorzitters ruimt het veld als gevolg van een fusie of overname.

Volgens Otto Waterlander, partner bij Booz Allen Hamilton, worden bestuursvoorzitters anders afgerekend. „Vroeger werden topmannen op basis van prestaties uit het verleden beoordeeld. Als je het goed had gedaan, zat je stevig op je stoel. Nu word je beoordeeld op basis van verwachtingen voor de toekomst. Ben jij de juiste man om een nieuwe strategie vorm te geven en uit te voeren.”

Als voorbeeld noemt hij het recente vertrek van de Zweed Anders Moberg als topman van Ahold. „Die had zijn klus erop zitten. En de raad van commissarissen maakte duidelijk dat ze hem niet de juiste man vonden voor de volgende fase van het concern.”

Waterlander wijt het aan het feit dat commissarissen zich kritischer opstellen. „Er is meer dualisme gekomen tussen de raad van bestuur en de raad van commissarissen door alle wijzigingen die we sinds 2004 hebben gezien in de regels voor goed ondernemingsbestuur. Het wordt daardoor harder en zakelijker. En daar komt de toenemende druk van aandeelhouders nog eens bij.”

Ondanks de nadruk op prestaties zijn de raden van commissarissen op dit moment op zoek naar bruggenbouwers, constateert Booz Allen Hamilton. „Bestuursvoorzitters die in staat zijn om de belangen van klanten, werknemers en zeker ook de aandeelhouders bij elkaar te brengen.”

Vorig jaar vertrok ruim 14 procent van de topmannen in de wereld. In Europa zitten ze gemiddeld nog maar 5,7 jaar op hun stoel en is de leeftijd waarop ze vertrekken naar een dieptepunt gezakt van gemiddeld 54,5 jaar. In de VS en in Azië blijven bestuursvoorzitters met 9,8 en 9,5 jaar langer op hun post. „In Europa kun je zeggen dat als iemand langer op zijn post zit, hij ook bovenmatig gepresteerd moet hebben.”

Europa lijkt bezig aan een inhaalslag en dat komt omdat de bedrijfscultuur in snel tempo Angelsaksischer wordt, meent Waterlander. „Bovendien sneuvelen er meer Europese topmannen doordat hun positie na een fusie of overname wegvalt.”

Het aantal topmannen dat vorig jaar in Nederland moest vertrekken was lager dan in 2004 en 2005. „Dat kon ook niet anders, omdat in die twee jaar bij bijna de helft van de grote beursgenoteerde ondernemingen een wisseling van de wacht is geweest.”

Van de Nederlandse vertrekkers gingen de supermarktbazen Jan Brouwer van Schuitema (C1000) en Harry Bruyninks van Laurus (Super de Boer) weg na ruzie met hun commissarissen en Rob van den Bergh vertrok bij VNU nadat zijn bedrijf na een mislukte overname en ruzie met de aandeelhouders was overgenomen door investeringsmaatschappijen.

Het aantal gedwongen ontslagen zal ertoe leiden dat het aantal vertrekpremies hoog zal blijven. Booz Allen Hamilton heeft daar geen onderzoek naar gedaan, benadrukt Waterlander. „Maar je kunt je voorstellen dat in beloningsstructuren, wel het een en ander zal veranderen nu ook de eisen aan topmannen veranderen. En dat zal ook gelden voor de vertrekpremies.”