Premier voor de klas ...

Europa is momenteel het toponderwerp voor premier Jan Peter Balkenende.

Scholieren, burgers en Europarlementariërs krijgen de ‘MP’ over de vloer.

Gistermiddag in Ede sprak hij met scholieren over ‘Europa’, gisteravond in Utrecht met ‘de burger’ opnieuw en morgen in Straatsburg wederom, dan met Europarlementariërs. De EU staat momenteel bovenaan de politieke agenda van premier Balkenende. Op de Europese top in juni sluit hij mogelijk een akkoord over een nieuw Europees verdrag dat de premier vervolgens in het eurokritische Nederland moet verdedigen. Wellicht komt er zelfs een nieuw referendum over de opvolger van de Europese Grondwet, waar Nederland in 2005 massaal ‘nee’ tegen zei.

Tijd dus om draagvlak te creëren voor samenwerking in Europa. Ook omdat een nieuw verdrag weleens aanzienlijk meer op die vermaledijde Grondwet kan lijken dan het vierde kabinet-Balkenende lief is. Want Nederland ziet zich met slechts vier bondgenoten (Groot-Brittannië, Frankrijk, Polen en Tsjechië) gesteld tegen een overmacht van achttien landen die zo min mogelijk aan de grondwet willen veranderen. Het eindspel in de onderhandelingen is aangebroken: daarom bepaalde Nederland eerder al zijn inzet en maakte die deels bekend aan de Kamer.

Waar Balkenende-IV de voorbije maanden in elk geval de indruk kon wekken de burger te raadplegen voor de komende regeerperiode, kon dat voor Europa dus niet opgaan. Doel op het Marnix College in Ede was gisteren dan ook vooral om, in aanwezigheid van fotografen en cameraploegen, het belang van de EU te onderstrepen. De twee tweetalige (Engels en Nederlands) vwo-klassen waarmee Balkenende in discussie ging, hoefde hij daar grotendeels niet meer van te overtuigen. Op initiatief van de school, maar met geld van het ministerie van Buitenlandse Zaken, hadden de scholieren een Europaproject gedaan. Dat had zijn uitwerking niet gemist. Hun kennis van ‘Europa’ was aanzienlijk en hun perceptie van Europese samenwerking grotendeels positief.

Over de vraag wat nationaal en wat Europees geregeld moet worden, waren de premier en de vwo’ers het meestal eens. Al was drugs volgens een scholier een typisch voorbeeld van wat Nederland zelf moet regelen, want „drugs horen gewoon bij Nederland”, zei hij. Dit leidde tot hilariteit bij zijn medescholieren, maar de premier keek er wat bedenkelijk bij. Handig peilde hoogleraar Balkenende de mening bij de andere vwo’ers. Daarvan vond de helft dat ook het drugsbeleid Europees geregeld moet worden. „Anders blijven die drugstoeristen maar naar Nederland komen”, klonk het. Bij Balkenende leek een instemmend knikje zichtbaar.