Oproep tot oproer bij bank mist elke basis

De oproep tot oproer onder het personeel van ABN Amro door prof. Van Praag (Opiniepagina, 14 mei) heeft geen enkele basis. Van Praag wil dat het personeel opstaat tegen de missers van de raad van bestuur van ABN Amro. Deze oproep baseert hij op de stelling dat medewerkers hun investering van menselijk kapitaal binnen ABN Amro zien opdrogen door de klunzige opstelling van de bestuurders.

Het laatste valt niet te ontkennen, het eerste wel. Het valt echt wel mee met die ABN Amro-specifieke investering. Tijdens een reorganisatie in de jaren negentig ontvingen de beste ABN Amro-medewerkers een brief waarin hun werd medegedeeld dat zij niet hoefden te vrezen voor hun baan omdat zij tot de beste medewerkers behoorden. Voor een aanzienlijk aantal van deze medewerkers was dit aanleiding om met de brief in de hand bij ING te vragen hoeveel zij over hadden voor de diensten van deze ABN Amro-topper. Zelfs als er sprake is van een ABN Amro-specifieke investering van medewerkers heeft de oproep geen basis. Immers, als ABN Amro in andere handen valt, zullen de bankactiviteiten worden voortgezet. De meeste mensen blijven dus gewoon aan het werk. En ja, er zullen mensen worden ontslagen. Zelfs als ABN Amro nu op eigen benen zou blijven staan valt daar niet aan te ontkomen. De hele beweging rondom ABN Amro geeft immers aan dat de zaken thans niet goed zijn georganiseerd. Dit is echter een correctie op verkeerde beslissingen uit het verleden. Deze correctie gaat door met wie dan ook aan het roer.