Nu in Cannes in de aanbieding: Sicko

Cannes is welbeschouwd één grote veehandel.

Sicko van regisseur Michael Moore is nog niet door een Nederlandse distributeur aangekocht. Te duur.

Michael Moore deelt handtekeningen uit aan fans op het filmfestival in Cannes. Foto Reuters U.S. director Michael Moore (C) arrives for a gala screening of his film "Sicko" at the 60th Cannes Film Festival May 19, 2007. REUTERS/Lionel Cironneau/Pool (FRANCE) REUTERS

Filmfestival Cannes is een etalage en kijken kost geld. Gisteren was de vertoning van Death Proof van Quentin Tarantino. In de Verenigde Staten is de film uitgebracht als het tweeluik Grindhouse samen met Planet Terror van Robert Rodrigues, met zeer povere resultaten. Dat neemt niet weg dat het voor een krantenjournalist 1.500 dollar kost om even bij de meester aan te schuiven voor een interview. Dat geld betaalt de distributeur die de film in het betreffende land uitbrengt.

Het systeem zit als volgt in elkaar. Een film wordt gefinancierd en gemaakt door een producent. Die verkoopt de exploitatierechten van de film via een sales agent aan distributeurs in verschillende landen, die op hun beurt de film aanbieden aan verschillende bioscopen. De distributeurs verzorgen de publiciteit voor de films en interviews worden in dit systeem opgevat als publiciteit.

Op een festival als Cannes betaalt een sales agent de kosten voor de aanwezigheid van de regisseur en andere medewerkers aan de film. Die kosten worden doorberekend aan de distributeurs in de verschillende landen, die journalisten mogen aanwijzen voor een interview. De distributeurs kiezen daarbij voor het medium waarvan ze het meeste resultaat bij de doelgroep voor de betreffende film verwachten. Bij Tarantino kost dat de distributeur dus per journalist 1.500 dollar uit zijn pr-budget.

Michael Moore te spreken krijgen, is zelfs voor 1.500 dollar voorlopig niet mogelijk, omdat zijn nieuwste film nog geen Nederlandse distributeur heeft. Het recht om Sicko in een land als Nederland te mogen uitbrengen, in bioscoop en op dvd, is te koop voor 1 miljoen dollar. Als je bedenkt dat zijn vorige film, Fahrenheit 9/11, in Nederland ruim anderhalf miljoen euro heeft opgebracht, dan is 1 miljoen wel een heel hoog bedrag. Vooralsnog heeft geen enkele Nederlandse distributeur toegehapt. Betekent dat dat Sicko aan de Nederlandse kijker voorbij zal gaan?

Natuurlijk niet. Cannes is een veemarkt. Als niemand de prijs wil betalen, dan zakt de prijs.

Drie jaar geleden won Moore de Gouden Palm met Fahrenheit 9/11. Zijn nieuwste film doet niet mee in de competitie, maar profiteert wel van de schijnwerpers die op Cannes gericht staan. Sicko past qua stijl en aanpak helemaal in het oeuvre van guerrillafilmer Moore. Dus: sarcastische voice-over, humoristisch gebruik van archiefmateriaal en speelfilms en een reeks beschuldigende case studies.

Moore presenteert een reeks voorbeelden, zoals mensen die onverzekerd zijn en moeten kiezen of ze hun afgezaagde middelvinger ($60.000) of hun afgezaagde ringvinger ($12.000) willen laten aanzetten. Maar deze film, zegt hij er direct achteraan, gaat niet over de 50 miljoen die geen verzekering hebben, het gaat om de 250 miljoen die dat wél hebben, maar die niet worden uitbetaald als puntje bij paaltje komt. De Amerikaanse verzekeraars doen bijna alles om niet te hoeven uitbetalen. Met volgens Moore jaarlijks 18.000 doden ten gevolge. Ook hier weer een indrukwekkende reeks voorbeelden, variërend van een lieve man en vader met nierkanker tot een anderhalf jaar oud meisje dat van de verzekeraar naar een ziekenhuis moest waarmee een contract was afgesloten.

De Amerikaanse horrorverhalen worden afgewisseld met bezoekjes aan patiëntenparadijzen als Canada, Groot-Brittannië en Cuba. Vooral dat laatste bezoekje – Moore gaat eerst aan land bij Guantanamo Bay, maar daar komt hij natuurlijk niet verder dan het hek – is wonderlijk. Moore wil zo graag bewijzen dat het in de VS slecht gesteld is met de gezondheidszorg, dat hij van de weeromstuit Cuba ophemelt als land van de onbegrensde zorg. Op elke straathoek een apotheek met goedkope medicijnen, dokters te kust en te keur en een glimmende ambulance voor de Amerikaanse patiënten. Voor een man die van achterdocht en doorvragen zijn handelsmerk heeft gemaakt, is hij hier toch wel bijzonder goedgelovig. Op Cuba worden geen films gemaakt zonder medeweten, instemming en intensieve sturing van de autoriteiten. Zou Moore dat niet weten?

Sicko is beslist een geestig en overtuigend pleidooi voor socialized health care waar de Republikeinen en de zorgorganisaties in de VS kennelijk doodsbang voor zijn. Maar het is ook een documentaire die zijn punt drie, vier, vijf keer scoort en elke keer juicht alsof het de beslissende treffer is. Het probleem dat Moore aanpakt is bovendien voor niet-Amerikanen non-existent, dus is de film minder dwingend dan Fahrenheit 9/11.