Nieuw team moet SPD weer elan geven

De SPD opereert in de schaduw van de CDU. Een nieuwe partijtop, met grote namen, moet dat veranderen. Tegelijk wil de SPD afstand bewaren van de linkse oppositie.

Vrolijk paradeerde het SPD-kwartet door zonnig Berlijn: de partijvoorzitter en zijn nieuwe plaatsvervangers. Kurt Beck, voorman van de Duitse sociaal-democraten, presenteerde gisteren een nieuw team dat hem moet helpen de SPD weer elan te geven en verkiezingen te winnen.

Beck koos sterke persoonlijkheden. Op de rechtervleugel Peer Steinbrück, succesvol minister van Financiën. Op links een jonge activiste met grote bekendheid in de partij, Andrea Nahles. En, in het politieke midden de populairste Duitse sociaal-democraat van dit moment: minister van Buitenlandse Zaken, Frank-Walter Steinmeier. De benoeming van Steinmeier kwam voor velen als een verrassing – ook voor hem zelf. De voormalige kabinetschef van Gerhard Schröder speelde voorheen geen rol in de partijhiërarchie.

Kurt Beck heeft twee problemen en het nieuwe trio moet ze oplossen. Beck zelf is niet bijster populair en de SPD doet het slecht in de peilingen.

In de grote coalitie van Angela Merkel is de SPD weliswaar stevig vertegenwoordigd, maar als kleinere partner niet goed zichtbaar. Alle media-aandacht gaat uit naar kanselier Merkel als voorzitster van G8 en EU. Soms gaat de christen-democratische CDU aan de haal met een traditioneel SPD-onderwerp, zoals recentelijk gebeurde met de aankondiging van een forse uitbreiding van de kinderopvang. De Duitse economie bloeit, maar het zijn CDU en CSU die de vruchten plukken, niet de SPD. In het geweld van de grote coalitie kan de SPD niet meer precies duidelijk maken waar ze staat.

Het SPD-probleem zit dieper dan slechte pr. De traditionele achterban, de bonden, is de in zijn ogen hardvochtige sociaal-economische hervormingen van voormalig kanselier Schröder nog niet vergeten. Ter linkerzijde probeert bovendien de socialistische Linkspartei ontevreden SPD-kiezers te lokken met stevige oppositietaal. De SPD heeft zich gecommitteerd aan het herijken van de verzorgingsstaat en aan een conservatieve kanselier, maar dat bekomt haar de laatste tijd niet zo best.

Daar komt nog bij dat de partij geen vanzelfsprekende tegenspeler heeft voor Merkel. Beck, minister-president in Rijnland-Palts, is pas een jaar in functie als partijvoorzitter en moet nog in zijn nationale rol groeien. Steinbrück en Steinmeier zijn eerder pragmatische professionals dan begenadigde sprekers die de ziel van de traditionele sociaal-democraat weten te raken.

Gisteren leidde Beck de aanval in, die tijdens verkiezingen in 2008 (regionaal) en 2009 (nationaal) vruchten moet afwerpen. Beck, strijdlustig: „We regeren en we willen ook in de toekomst regeren.” De partij moet meer zelfvertrouwen krijgen, zei Steinbrück. „De partij is verliefd op mislukkingen en moet weer verliefd worden op succes.”

Om het tij te keren benoemde Beck niet alleen adjudanten. Hij reduceerde het aantal vicevoorzitters van vijf tot drie – een moedige ingreep omdat hij nu minder stromingen binnen de partij met baantjes aan zich kan binden. De slagkracht van het bestuur moet groter worden, zei Beck, evenals de zichtbaarheid van de SPD-voorzitters in de media.

Ook moet de reorganisatie aantonen dat Kurt Beck de touwtjes strak in handen heeft. Duitse commentatoren hebben daar de afgelopen weken hardop aan getwijfeld. De reorganisatie bewijst dat de partijtop naar hem luistert. Of hij ook de partijbasis achter zich heeft blijkt dit najaar als de adjudanten op een partijcongres formeel gekozen moeten worden.

De nieuwe handlangers moeten ook nieuwe zwaartepunten presenteren. Economische vooruitgang stimuleren, maar dan wel gekoppeld aan sociale verantwoordelijkheid. Internationale conflicten langs politieke weg helpen beslechten, en desnoods met behulp van de Bundeswehr. De klimaatverandering tegengaan, maar er voor waken dat de lasten die daaruit voortvloeien de zwakkeren niet te hard treffen.

De opsomming bevatte voor iedereen wel iets. „De SPD wil alles”, concludeerde weekblad Die Zeit, „maar wil vooral niemand tegen zich in het harnas jagen.” Maar met de keuze voor zijn adjudanten gaf Beck wél richting aan. De keuze voor twee ministers is ook een – voorlopige – loyaliteitsverklaring aan de grote coalitie en een keuze voor pragmatisme. De linkse Nahles moet de band met de bonden herstellen en zich sterk maken voor sociaal-democratische wensen als de invoering van een minimumloon. Van toenadering tot de Linkspartei kan met deze SPD-top geen sprake zijn.