Nederland te gast bij Balkenende IV-show

Gisteren mochten 250 ‘gewone’ burgers in een café-achtige setting aan 21 bewindslieden hun meningen en voorstellen komen vertellen.

„Ik wist niet wat ik meemaakte, het was goed dat ik zat”, zegt Thea van Schaik uit Ommen, 65 jaar oud. Ze kreeg vorige week een brief thuis waarin ze werd uitgenodigd voor de grote slotmanifestatie van het kabinet, gisteravond in de Utrechtse Jaarbeurs. Van Schaik had eind januari een brief gestuurd naar het ministerie van Buitenlandse Zaken over de plannen van de Duitse bondskanselier Angela Merkel over een nieuw Europese Verdrag.

Tot haar stomme verbazing kreeg ze geen standaardbriefje terug, maar een lange inhoudelijke brief. Sindsdien is ze „bezig” met Europa. Aan tafel bij premier Balkenende stelde ze gisteren voor om elke maand een krant te maken over Europa, met simpele vragen van gewone mensen en heldere antwoorden: „Gewoon, om duidelijk te maken dat Nederland het niet zonder de Unie kan.”

Thea van Schaik is een van de 250 burgers die gisteren op uitnodiging van het kabinet kwamen praten in Utrecht. De een is hoopvol gestemd, de ander heeft een welwillende grondhouding en een derde is laaiend enthousiast. De Balkenende IV-show kan over het algemeen op een positief publiek rekenen.

De honderd dagen zijn nog niet voorbij, maar gisteren werd alvast een deel van de balans opgemaakt van de dialoog met de samenleving. In een café-achtige setting werd gegeten, gedronken en gepraat. Wie al conclusies en concrete beleidsvoornemens verwachtte van het kabinet kwam bedrogen uit: die worden pas op 14 juni gepresenteerd. Maar daar kwamen de meeste burgers ook niet voor. Zij wilden vooral gehoord worden.

PvdA-leider en vice-premier Wouter Bos is enthousiast over de werkbezoeken. „Ze zijn heel veel waard. Er is niemand die zegt: wat kom jij hier doen?” Een seconde later wordt Bos op de schouder geslagen door een man. „Wat kom jij hier doen?” roept hij Bos toe. Die barst in lachen uit en vertelt: „Vandaag ontmoet in Overschie. Daar is een woonwijk op twintig meter afstand van de snelweg. Mag je raden wat het probleem daar is.”

Aan de 21 tafels zitten de bewindslieden steeds met een stuk of tien ‘gewone mensen’ te praten. Op een groot scherm aan de kop van de tafel wordt tijdens het gesprek een ‘mind-map’ gecreëerd, een soort boomstructuur waarin alle ideeën die over tafel gaan direct worden ‘opgehangen’ door een medewerker van het organisatiebureau. „We kunnen ze zo meenemen naar het departement”, grapt een woordvoerder. Als gespreksleiders zijn jonge ambtenaren aangesteld. De bewindslieden luisteren en proberen de mensen aan tafel niet alleen te laten klagen, maar ook oplossingen te laten bedenken. De burgers zijn het meest aan het woord.

Caroline Princen bijvoorbeeld, directeur bij Nedstaal, een staalbedrijf in Alblasserdam. Zij zat aan tafel bij minister Van der Hoeven (Economische Zaken, CDA). Ze legde het probleem waar veel bedrijven mee kampen op tafel: personeelstekorten, bij zowel hoger als lager geschoold personeel. „Het is natuurlijk maar anderhalf uur, en je zit met veel mensen aan tafel, maar het initiatief is prima”, zegt ze. Om er zeker van te zijn dat er daadwerkelijk iets met haar ideeën wordt gedaan, heeft Princen haar ‘clubje’, inclusief de minister, over een half jaar op haar bedrijf uitgenodigd.

Van der Hoeven, even verderop alweer in gesprek met anderen, bevestigt die afspraak. „We gaan wederzijds kijken wat er van onze ambities terecht is gekomen. Niet alleen vanuit de overheid, maar ook wat het bedrijfsleven gedaan heeft.” Bang dat ze mensen teleurstelt is Van der Hoeven niet: „We pakken de rode draad eruit, we kunnen niet elk individueel probleem oplossen, maar dat weten de mensen best.” Wat haar betreft gaat het vooral om een betere aansluiting tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven.

Dat de uitgenodigde burgers in de beeldvorming gereduceerd worden tot decorstukken in het pr-circus van het kabinet nemen ze op de koop toe. Want premier Balkenende had wel gelijk in zijn openingswoord: „Wat we hier met z’n allen doen is iets unieks. Nooit eerder kreeg het kabinet de mogelijkheid met zo veel mensen te praten over de toekomst van Nederland.”

Als aan het eind van de avond de zwarte gordijnen openschuiven en het decor van het EO-praatprogramma Knevel & Van den Brink verschijnt, verplaatsen alle bewindslieden zich naar de studio. Het publiek is getuige van een gelikte show waarin met name Bos, Balkenende en Rouvoet hun ervaringen met de werkbezoeken en de gesprekken delen. De burger staat centraal, Nederland is een avondje te gast bij het kabinet. En het kabinet is met „42 oren” volgens Balkenende, bereid om te luisteren.