Moet er toch niet meer geel op mijn schilderij?

Twee redacteuren volgden met hun beider kinderen een weekendje Buitenkunst.

Meerstemmig zingen en schilderen op een veldje: het blijkt heerlijk ontspannend.

Schildercursus met thema ‘ontleding en fragmentatie’ (boven) en kinderen met ‘spookstokken’. Foto’s Hendrik Spiering Spiering, Hendrik

. SK: Een man met poloshirt en buikje wipt achter mij enthousiast van het ene been op het andere. We staan in de rij om te betalen voor een weekendlang Buitenkunst: twee dagen workshops dans, theater, beeldende kunst, schilderen en schrijven. Aan de rand van Flevoland. Kinderen zijn ook welkom.

„Je haalt het creatiefste in jezelf naar boven”, zegt de man achter me. „Je bent een paar dagen in een volkomen andere wereld.” Je kunt ervan rillen, maar ik niet. Ik heb besloten om hier in principe álles leuk te vinden, tenzij het tegendeel blijkt.

En dus sjouwen wij – collega plus kinderen (4 en 7) en ik plus kinderen (4 en 6) – naar een campingplaats aan de rand van het veld, tegen het pijnbomenbos. Met kinderen heb ik nooit gekampeerd. Het leek me te veel gedoe. Maar nu wordt het dus leuk.

Collega blijkt de megatent in twee uur strak te kunnen opzetten en begint dan stoïcijns aan het bereiden van de pastamaaltijd. De zon schijnt, en de kinderen vermaken zich prima met een stoet andere kinderen: reden tot klagen is er niet.

HS: Intussen loopt het veld vol met de koepeltentjes en De Waard-tenten van andere Buitenkunstgangers. Met wijn in de hand en pasta op schoot proberen we ze te typeren. Lastig: het is een mix van alternatief en hip. Ze delen volgens ons vooral een diep besef van het belang van artistieke activiteiten. Later zal uit de hoge kwaliteit van de slotmanifestatie blijken dat het hier niet om macrameeën of Kreatief met kurk-en gaat: dit is écht Iets met Kunst.

SK: De volgende ochtend begint de introductie van het programma in de grote theatertent. Kinderen tot zes jaar mogen naar de kleutertent, kinderen van zes en zeven doen theater in het jongerengebiedje (streng verboden toegang voor ouders met camera’s!). De docenten kondigen kort hun programma’s aan. Een theatervrouw gaat werken met ouderdom: „Dat zal dus wel uitlopen op een grote sterfscène.” Een schilder wil het thema ‘ontleding en fragmentatie’ behandelen, „een boom van boven en opzij tekenen dus”.

Collega ziet wel wat in de docente die zegt: „Ik ben Marli en ik werk plat.” Dat gaat ook over schilderen, trouwens.

HS: Het niveau van de docenten is hoog: professionele dansers, kunstenaars, regisseurs, schilders en muzikanten. De kleuters komen terecht in een fascinerend vliegeniersproject waarbij eerst vliegtuigjes van karton worden gemaakt die later – door met grote brillen tot piloten geschminkte kleuters – van een hoge berg de lucht in worden gegooid. „Moet ik daarheen, of mag ik?” vraagt mijn jongste nog wel van tevoren. Hij moet. En het valt allemaal reuze mee. De oudere kinderen maken een film over kinderen in een landhuis. Later zien we hen op het witte doek schapen imiteren. Best goed, nog.

SK: In de workshop Spreken voor publiek werken we met oefeningen toe naar een presentatie met microfoon voor een denkbeeldige zaal vol publiek. Maar eerst leren we hoe je een applaus in ontvangst neemt. „Hoi, ik ben Sheila.” Da-ve-rend applaus. Nog nooit zo makkelijk verdiend. Nu nog zonder over de draad van de microfoon te struikelen terug naar de stoel.

HS: Langzaam daalt het besef in wat hier zo leuk is. Een hele dag sta ik buiten in de zon bedachtzaam naar mijn groeiend schilderij te staren. Opdracht was: maak een achtergrond en zet daar iets voor. Thema: utopie, paradijs. Ik begin zomaar, zie steels hoe ervaren andere cursisten zijn, maar besluit me neer te leggen bij mijn op de kleuterschool opgebouwde penseeltechniek. Nooit meer iets bijgeleerd: soit. Een bevrijding, net als het oplossen van heerlijke kleine probleempjes als: Moet er niet meer geel bij? Is deze lijn niet te hard? Docente Marli geeft puik advies, en beoordeelt mijn werk tenslotte als ‘onorthodox’ en ‘evenwichtig’. Ik ga hem ophangen in mijn slaapkamer.

SK: Bij Spreken voor publiek wordt veel gelachen. Een van de cursisten kondigt een personeelsavond aan: (‘Rest mij nog een huishoudelijke mededeling; de bus vertrekt om één uur’), een andere cursist een uitvoering van de muziekschool (‘Als u uw kind fotografeert, ga er dan niet récht voor staan’), weer een ander de thema-avond Borstvergroting dat heb ik toch niet nodig (‘Wat fijn om te zien dat er zoveel mannen in de zaal zitten’). Maak contact met het publiek, leren we. Een dialoogje werkt goed: ‘Meneer, wat verwacht u van de thema-avond?’ Raak niet in de stress als je een stilte laat vallen. De meesten presenteren heel natuurlijk en goed, al zeggen ze stijf te staan van de stress.

HS: Ergens wordt meerstemmig gezongen, cursisten fotograferen op hun knieën wat grassprieten, de kinderen maken spookstokken in het bos. Goed weer lijkt me wel noodzakelijk voor een geslaagd weekend.

SK: Maar ervaren Buitenkunstgangers (en dat zijn er veel) vertellen dat regen de sfeer in de grote tenten alleen maar verhoogt. Misschien gaan we dat nog meemaken. Volgend jaar gaan we weer.

De hele zomer zijn er Buitenkunstcursussen. Zie www.buitenkunst.nl.