Minimum vertaaltarief van literaire teksten

In een interview met de heer Kalbfleisch, directeur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), doet de geïnterviewde uitspraken over de Vereniging van Schrijvers en Vertalers en de Nederlandse Uitgeversbond die niet stroken met wat er in werkelijkheid is gebeurd (NRC Handelsblad, 8 mei).

De Vereniging heeft de NMa niet om `informele goedkeuring` verzocht voor het minimum vertaaltarief van literaire teksten. Ruim een jaar geleden vroegen wij een gesprek aan bij de NMa met het doel te achterhalen wat het standpunt van NMa is ten aanzien van de modelcontracten voor schrijvers en vertalers. Reden hiervoor was dat verschillende belangenorganisaties van auteurs in de zin van de Auteurswet zich reeds gedwongen hadden gezien om hun minimum- of adviestarieven van hun website te verwijderen.

Bij dat en bij latere gesprekken met de NMa is ons het volgende gebleken. Wanneer wij de minimumtarieven in onze modelcontracten zouden handhaven, dreigde van de kant van de NMa een (substantiële) boete die het einde zou kunnen betekenen van onze vereniging.

Onder druk van deze dreiging zijn wij er reeds afgelopen jaar noodgedwongen en onder protest (en niet, zoals de heer Kalbfleisch beweert, `vrijwillig`) toe overgegaan tarieven voor toneel en scenario (televisiedrama) te verwijderen van onze website. Ook tot het per 1 mei jl. laten vervallen van de minimum vertaaltarieven voor oorspronkelijk literair werk hebben wij, anders dan de heer Kalbfleisch beweert, niet `zelf`, maar onder druk van de NMa besloten. De onderhandelingen over de prijsafspraken in alle contracten worden intussen in samenwerking met de uitgevers voortgezet. Wij vertrouwen op een bevredigende oplossing.

Op voorstel van de NMa is afgesproken dat beide partijen de pers niet zouden opzoeken. Geen eenvoudige taak voor een belangenvereniging van schrijvers, maar wij hebben ons tot dusver aan de afspraak gehouden.