Met geluiden een lijn trekken in hoopjes zand

Een sireneconcert sierde zaterdag een luidruchtige tentoonstelling op in Museum Boerhaave in Leiden. Wat als geluid begon, wordt muziek. Het is even wennen.

Chladnipatronen in het zand. Foto Museum Boerhaave Museum Boerhaave

Nooit geweten dat sirenes niet alleen kunnen gillen en loeien, maar ook kunnen ademen, bibberen, galmen, fluiten, lokken, praten, puffen, stokken, zingen, zuchten, en zelfs zwijgen. Toch is dat wat een ad-hocsirenekwintet van de Leidse Veenfabriek afgelopen vrijdagavond liet horen in Museum Boerhaave in Leiden. Het concert was geïnspireerd door de tentoonstelling Soundbites in dat museum, over geluid.

Vijf vrouwen zitten ieder achter een tafeltje met een sirene erop. Het is niet meer dan een snel draaiende gaatjesschijf waar lucht doorheen wordt geblazen. Zo eenvoudig werkt een sirene. Elke vrouw bedient met een in bouwhandschoen gestoken hand een rode hendel, die de luchttoevoer en daarmee het volume regelt. De andere hand draait aan een zwarte knop: de toonregelaar die de draaisnelheid van de schijf bepaalt.

Langzaam komt een ademtocht op gang. Hij wordt luider en vermenigvuldigt zich tot vijf, waarna de sirenes ieder een eigen wil krijgen. Wat als geluid begon, wordt muziek. Zingend en gillend lijken de sirenes met elkaar te praten. Af en toe remt een bouwhandschoen een ronddraaiende schijf af en krijgt de sirene een hikje.

Voor oren die normaal meteen alarm slaan bij het horen van een sirene, is het even wennen. De Veenfabriek – een ensemble voor muziek, theater en beeldende kunst – raapte een stoffig idee op van Henri Naber, een Nederlandse natuurkundige. Naber zag de sirene als het muziekinstrument van de twintigste eeuw – „een Asschepoester op muzikaal gebied” – en ontwierp begin vorige eeuw een uit sirenes samengesteld orkest.

Oorspronkelijk was de sirene begin negentiende eeuw ontwikkeld als een natuurkundig instrument voor het bepalen van toonhoogten. Het apparaat brengt een toon met een precies bepaalde frequentie voort en daarmee werd geluid geanalyseerd. Naber wilde er muziek mee maken, maar veel navolgers heeft hij niet gehad. Toegegeven, een aimabel muziekinstrument is de sirene niet, maar dat het apparaat tegenwoordig vooral als lawaaimaker wordt gebruikt, om gevaar uit te schreeuwen, is meer dan zonde, als je het sirene-ensemble hoort.

De simpele werking van een sirene is een van de vele dingen die je kunt zien en horen op Soundbites. De tentoonstelling illustreert in twee zalen hoe de wetenschap eerst het fenomeen geluid ontrafelde, en hoe vervolgens de elektronica er een geheel nieuwe draai aan gaf via de platenspeler, de telefoon, de radio, de synthesizer, de elektrische gitaar en meer exotische elektronische klankverwekkers. Daarna klinkt elk geluid ineens smakelijker.

De eerste zaal toont hoe geluid vanaf eind achttiende eeuw zichtbaar werd gemaakt en geanalyseerd. Strooi een laagje zand op een metalen plaat, regel de trillingsfrequentie van de plaat en zie hoe het zand verschillende patronen vormt bij verschillende frequenties. Zandhoopjes trekken in lijnen samen waar de plaat in rust is. Geluid in beeld. De Duitse fysicus Ernst Chladni verdiende destijds een aardige boterham door deze geluidsproef in gezelschappen te vertonen.

Een eindje verderop praat ik in een telefoonhoorn en zie hoe een oscilloscoop mijn stem in golfjes op een beeldscherm tovert. Wat de sirene wel lukt – een mooie sinusvormige geluidsgolf maken – lukt mijn stem niet. Het blijft een rafelig patroon van golfjes, nooit een mooie sinus.

Wonderlijk is de klankanalysator die Rudolph Koenig, een andere Duitse fysicus, bedacht. Holle bollen van verschillende afmetingen versterken elk een toon, zo staat in het bijschrift. Die toon wordt doorgegeven aan een membraan in een gasbrander waarop een vlammetje brandt. Het geluidsritme bepaalt of een vlammetje langer of korter wordt. Vlammen van resonatoren die niet aanslaan, blijven in rust. Ik moet het maar geloven, want ik zie geen vlam dansen en staar alleen maar naar een doods apparaat. De klankanalysator live demonstreren zal wel te lastig zijn, maar een filmpje op een laptop had wonderen gedaan. Zien is geloven.

Een geluidscollage in optima forma klinkt in de tweede zaal. Hier staat een miniuitvoering van het tentvormige Philipspaviljoen van de Wereldtentoonstelling in 1958. In de tent draait een opname in geluid en beeld van het Poème Electronique, dat in opdracht van Philips werd gemaakt om te laten zien hoe de moderne techniek de kunst kan dienen. Edgard Varèse componeerde samen met Iannis Xenakis de fascinerende muziek.

Muziek was voor Varèse georganiseerd geluid, en daarbij was alle geluid geoorloofd. Elektronisch vervormde klanken, kerkklokken, stemmen, voetstappen, sirenes uiteraard, en zelfs het geluid van een speciaal door Philips bestelde overvliegende straaljager doen mee in het muzikale gedicht. De componist kon maandenlang experimenteren met toongeneratoren, oscilloscopen en impulsgeneratoren van het toenmalige Philips Natuurkundig Laboratorium.

Varèses avant-gardistische klankcompositie en Philips’ vooruitziende blik op de mogelijkheden van elektronische muziek waren voor de tentoonstelling een ideale brug geweest naar de huidige elektronische muziekcultuur. Jammer voor de generatie bij wie de oude elektronische muziekapparaten en de bijbehorende klanken geen nostalgie opwekt: die brug ontbreekt.

In een hoek luister ik naar verdwenen geluiden, een uittreksel uit een collectie van het VPRO-radioprogramma OVT. Hoe nostalgisch oude synthesizers, telefoons, bandrecorders, radiotoestellen en elektrische piano’s er in dezelfde zaal ook uitzien, niets kan bij een tentoonstelling over geluid op tegen het geluid zelf. De opnamen laten lang vervlogen geluiden weerklinken: de stoomhoorn van een veerboot, het scheppen van kolen, de maalsteen in een windmolen, een telefoonkiesschijf. Ooit zal ook het geluid van nu verstommen. De klanken van de flappentap, het mobieltje, de harde schijf – ze komen vast in de toekomstige bibliotheek van verdwenen geluiden.

De tentoonstelling Soundbites in Museum Boerhaave, Leiden duurt tot 28 oktober.

Elektronische muziek, geluidsfragmenten, het muziekstuk Poème Electronique en geluidsspellen op: www.museumboerhaave.nl/soundbites/