Mabel hekelt het beleid van de EU jegens Servië

Prinses Mabel heeft met de Servische mensenrechtenactiviste Nataša Kandic ernstige kritiek geuit op de benadering van Servië door de Raad van Europa en de Europese Unie. Zij deden dit in een vandaag in het Servische blad Politika gepubliceerd artikel.

Mabel ondertekende het artikel als Mabel van Oranje, directeur van het Open Society Institute, de niet-gouvernementele organisatie die overal ter wereld de ontwikkeling van een open samenleving, de rechtsstaat en de democratisering bevordert.

Mabel en Kandic noemen deze maand „een slechte maand voor de mensenrechten in Europa”, omdat Servië voorzitter is geworden van de Raad van Europa en omdat de EU het overleg met Servië over een toetreding op termijn gaat hervatten, zodra er een hervormingsgezinde regering is gevormd. Mabel en Kandic herinneren aan het feit dat het Internationaal Gerechtshof Servië heeft veroordeeld voor schending van de Genocide Conventie omdat het de wegens oorlogsmisdaden gezochte Ratko Mladic niet uitlevert. De Raad van Europa, schrijven Mabel en Kandic, wordt nu geleid door een staat die „een lange neus trekt naar de Genocide Conventie”.

De EU wordt gehekeld omdat ze bereid is haar voorwaarde voor hervatting van het overleg met Servië – Mladic’ arrestatie – op te schorten. Een jaar geleden brak de EU het overleg af omdat Servië Mladic niet uitleverde. Deze maand kreeg Servië te horen dat het overleg kan worden hervat en dat de eis om Mladic uit te leveren, wordt opgeschort. Daarmee, aldus Mabel en Kandic, beloont de EU „de meest onbuigzame hardliners in Servië”. Mabel en Kandic schrijven dat „juist vorige week premier Vojislav Koštunica, ooit door Europa geprezen als een groot democraat, zijn ware gezicht heeft laten zien door de verkiezing van de ultra-nationalist Tomislav Nikolic tot voorzitter van het parlement te steunen”.

Nikolic – fel anti-EU – bleef uiteindelijk maar vijf dagen voorzitter. Hij trad af toen Koštunica een nieuwe regering vormde. Maar hij heeft steeds volgehouden dat Koštunica hem vóór zijn aantreden had beloofd dat hij voorzitter zou mogen blijven, ook als er een nieuwe regering zou worden gevormd.

Het artikel verscheen zaterdag al in de Pakistaanse Daily Times.

Opinie: pagina 7