Kuifje

Nee, naar die musical over Kuifje zal ik niet gaan, ik zag in een trailer een volwassen man die zich in een blauwe trui had gehesen, terwijl we toch allemaal weten dat Kuifje nooit een volwassen man is geworden, maar een gezonde, ferme jongeman in plusfour is gebleven.

Vandaag is het honderd jaar geleden dat zijn schepper, de Belg Georges Remi (‘Hergé’), is geboren. Reden om bij stil te staan, want Kuifje is nog altijd een van de verbazingwekkendste creaties van de menselijke fantasie. Ruim zeventig jaar na het verschijnen van de eerste strips zijn de avonturen van Kuifje nog over de hele wereld verkrijgbaar. Uit welke cultuur je ook komt, Kuifje biedt altijd voldoende mogelijkheden tot identificatie.

Achteraf besef ik dat ik als lezer in de jaren vijftig de wording van Kuifje nog heb mogen meemaken, ook al had Hergé de meeste verhalen toen al gemaakt. Zonder aarzeling koos ik destijds voor twee striphelden: Kuifje en Dick Bos. Andere strips – Suske en Wiske, Kapitein Rob et cetera – interesseerden me niet of nauwelijks. Kuifje en Dick Bos vulden elkaar goed aan: Kuifje was lichter, humoristischer dan de grimmige Bos.

In de geschreven kinderliteratuur had Kuifje voor mij een pendant in de boeken van Willy van der Heide (pseudoniem van Willem van den Hout) over het drietal Bob Evers, Arie Roos en Jan Prins. Van der Heide, die na de Tweede Wereldoorlog aan zijn serie begon, moet schatplichtig aan Hergé zijn geweest. Ook bij hem beleven jonge jongens over de hele wereld spannende, met een knipoog beschreven avonturen. De ironie wil dat zowel Hergé als Van der Heide geen onbevlekt oorlogsverleden had. Hergé paste zijn werk aan de eisen van de Duitse bezetter aan, Van der Heide redigeerde een zeer fout satirisch blad.

Gelukkig wist je dat als kind allemaal niet. De wereld was nog onschuldig, er waren wel boeven, maar die verloren het uiteindelijk altijd van de helden. Van der Heide heb ik als volwassene nog wel eens proberen te lezen. Het viel me niet mee, de toon was wel erg geforceerd opgewekt en de verhalen werden opgerekt met uiterst ongeloofwaardige wendingen.

Maar dan Kuifje!

Deze week heb ik me na decennia van abstinentie weer eens aan hem vergrepen. In de centrale bibliotheek van Rotterdam had ik een kleine tentoonstelling over Kuifje gezien. Al zijn boeken lagen er plus de nodige Kuifje-attributen, waarin een lucratieve, wereldwijde handel is ontstaan. Op de terugweg, ik kon het niet laten, kocht ik De zwarte rotsen, een Kuifje uit 1936. Kuifje draagt er soms een Schots rokje in, maar gelukkig ook zijn natuurlijke outfit: bruine plusfour, blauw truitje (mouwen opgerold tot de ellebogen) en wit overhemdkraagje.

Ik heb genoten. Kuifje joeg, ondanks tegenwerking van het blunderende duo Jansen en Janssen, met succes op valsemunters. Bobbie werd bedreigd door een enorme gorilla, maar hij wist meteen hoe hij zíjn Bokito moest afschrikken: gewoon „woeha” blaffen.

Opeens voelde ik de verleiding om zo’n leuk Kuifjesbeeldje te kopen. Ik had er in Rotterdam een gezien: Kuifje die een dansje maakt met Bobbie. Helaas, 300 euro. Hoe kom je thuis met een te duur kitschbeeldje van Kuifje onder je arm? Uit de verte hoor je het cliché al op je afkomen: „Jullie blijven jongens.”