Krantenfoto’s moeten een nieuw licht werpen

De overload aan gruwelijke, emotieprikkelende beelden sorteert groeiende ergernis onder krantenlezers.

Wees als krant selectief met beelden: stem tot nadenken.

Onder veel krantenlezers groeit de ergernis over de beeldcultuur. Het overal aanwezige, onontkoombare, opdringerige, behaagzieke, emotieprikkelende, seksualiserende, kunstige, schilderachtige, normatieve en gruwelijke beeld. Foto’s die lezers raken waar ze niet geraakt willen worden.

Er is inderdaad sprake van een overload aan televisie- en internetbeelden, van commercie, drukwerk en billboards die de zintuigen met indrukken bombarderen. Sociale wetenschappers spreken dan van de spektakelmaatschappij, de dramademocratie of aandachtseconomie. Subjectieve belevenissen zijn dominant, persoonlijke emoties de voertaal.

Nu zien beeld en tekstjournalisten zichzelf als objectieve waarnemers die evenwichtig informeren nastreven, de wereld inzichtelijk willen maken en het debat over de samenleving willen bevorderen. Wij pretenderen dat de beelden en de woorden die we gebruiken neutrale, transparante instrumenten zijn om de realiteit te beschrijven. Belangeloosheid en onpartijdigheid zijn ons ideaal.

Maar daarin zijn we naïef. Onze woorden, onze verhaallijnen, gekozen invalshoeken, onze genres, onze beelden en vormen zijn constructies. Wij ‘registreren’ geen nieuws, we ‘maken’ nieuws doordat we met taal en beeld betekenis toekennen aan wat we verkiezen te zien of beschrijven. Journalisten creëren zo samenhang en hiërarchie. In tekst en beeld houden we rekening met ingesleten gewoontes en verwachtingen van het publiek. Niet alleen over hoe de wereld eruitziet, maar ook over onze eigen plaats daarbinnen.

Dat gekozen kader kan verreikende gevolgen hebben. UvA-hoogleraar journalistiek Frank van Vree gaf in zijn oratie als voorbeeld de berichtgeving in 1992 over het gevangenenkamp Omarska. Dat had als inslagpunt de foto van de uitgemergelde man ‘achter’ prikkeldraad in Trnopolje, Bosnië Herzegovina. In werkelijkheid stond de man ervoor. Dit beeld citeerde de vernietigingskampen uit de Tweede Wereldoorlog en veroorzaakte een diepe schok. Misschien wel doorslaggevend voor de NAVO-beslissing om in te grijpen in Bosnië.

Bij alle media is er een afnemende behoefte om de gruwelijke aspecten van de werkelijkheid te filteren. Ooit werd het publiceren van foto’s van lijken van soldaten nog uitgesteld tot na de oorlog. Dat had niet alleen met gevoeligheid te maken, maar ook met het politieke idee dat oorlog ‘nodig’ was, slachtoffers onvermijdelijk en de stemming van de burger niet te negatief mocht worden. Er waren morele overwegingen om geen beelden van gesneuvelde soldaten te tonen: schaamte, eer, ontreddering, privacy.

Die rem is er nu meestal af. Media laten de burger over aan het eigen kompas. Dan kijkt u maar even de andere kant uit, vouwt u de pagina om, zapt u even door. Daarmee ben ik het in beginsel eens – media behoren niet de politieke doelen van een oorlogvoerende staat te dienen. De burger heeft recht op de waarheid. Alleen heeft hij er niet altijd zin in en kan hij er niet altijd tegen.

Daar komt bij dat groot nieuws al live in ieders huiskamer in beeld te volgen is, met alle dramatiek incluis. Dat maakt het lezen van een rationele, selecterende, context en duiding biedende krant iets voor een subcultuur van weldenkende burgers. Zij houden de moderniteit op afstand door de regie te delen met de redactie.

De rest van Nederland laat zich overspoelen door de angst en onzekerheid die live wordt uitgezonden vanaf de voorste tanks in de aanval op Bagdad, of de eerste etage van het strandhotel in Atjeh als de tsunami binnenrolt. Dit journalistieke bermtoerisme kent geen technische grenzen meer.

Dat is ook wat wordt bedoeld met de spektakelsamenleving, een begrip dat al uit 1967 dateert, maar waar internet en live televisie een dimensie aan hebben toegevoegd. De wereld als gewelddadige open inrichting vol kermende slachtoffers, live in uw huiskamer, op tv, YouTube of gsm. Geen wonder dat veel krantenlezers een oase zoeken, een domein waar de beelden worden geselecteerd, op maat gehouden, binnen de perken.

Waar liggen die perken dan? De In Beeld-pagina in nrc.next moet foto´s bevatten die informeren, documenteren, reflecteren, tot nadenken stemmen en interpreteren. Maar ze moeten vooral nieuw licht werpen. Gruwelijkheid sluit ik niet uit. Maar gruwelijkheid is ook versleten, overbelicht, te vaak gebruikt. Gruwelijkheid is ook een cliché.

Folkert Jensma is commentator en was hoofdredacteur van NRC Handelsblad en nrc.next.