‘Je leert je lichaam te negeren’

Eerste solist Altin Alexandros Kaftira (35) sluit zijn balletcarrière af. In zijn geboorteland Albanië kreeg hij een opleiding van het oude, Russische stempel. „Rust was slecht, en eten ook.”

Altin Kaftira, eerste solist bij het Nationale Ballet, tijdens een repetitie voor La Sylphide. Amsterdam, 19 april 2007. foto Maarten van Haaff Haaff`, Maarten van

Sandra Heerma van Voss

De danser repeteert zijn allerlaatste solo alsof het zijn allereerste is. Hij draait rond, zijgt neer op zijn knieën, en stopt. ,,Ik haalde het niet”, zegt hij tegen de choreograaf. ,,Ik speelde op safe. Nog een keertje, alsjeblieft?” Even later maakt hij een dubbele draai met geheven armen. Hij breekt hem iets te vroeg af. Opnieuw. Opnieuw. ,,Dit is belachelijk”, zegt hij tegen zichzelf. ,,Kom op!”

Altin Alexandros Kaftira sluit na dit seizoen zijn danscarrière af. 21 juni staat hij voor het laatst op het podium. Voor de toeschouwer is de 35-jarige eerste solist van Het Nationale Ballet nog altijd op de toppen van zijn kunnen: wij zien een mooie, rijzige atleet, met een door krullen omlijst gezicht waarop grootse gevoelens voorbij trekken zonder dat het nep of zoetsappig wordt. Maar Kaftira zelf voelt al langer dat zijn tijd als danser gekomen is. Zijn lijf vertelt het hem.

Tijdens de repetitie draagt hij een grote brace om zijn middenrif; een preventieve maatregel, zal hij na afloop geruststellend zeggen, om een blessure van een paar jaar terug beheersbaar te houden. Maar hij is wel op. De Spartaanse opleiding die hij kreeg in Tirana, Albanië, zijn geboorteplaats, maakte hem sterker en taaier dan de meesten, maar zorgde er ook voor dat hij eerder opbrandde.

,,De balletleraren in Tirana volgden nog het oude, Russische regime”, zegt hij. ,,Er was geen tijd om te rusten of te stretchen; er was geen fysiotherapeut; er was niets bekend over geschikte voeding. Als danser concludeer je dan: rust is slecht, en eten ook. Je leert jezelf aan om ieder signaal van je lichaam te negeren.”

Kaftira koos niet zelf voor het ballet. Zijn moeder liet hem op zijn negende auditie doen voor de balletopleiding, een afdeling van de enige, staatsgeleide kunstacademie van het land. ,,Ze zag het ballet als een mooie toekomst voor me”, zegt Kaftira. ,,Zelf had ze ook gedanst, ze had talent, maar door het gebrek aan mogelijkheden was haar leven een routine geworden, zoals dat van elke Albanees in die dagen. Mijn moeder scheidde van mijn vader toen ik heel klein was, dus ze voedde me alleen op. Ze werkte als kleedster, ze stond bloed af voor een extra zakcentje. Voor mij wilde ze iets met meer perspectief. Als leerling van de balletschool was je bevoorrecht. Je voelde je een geluksvogel.”

Na de academie kon Kaftira meteen solist worden bij het nationale balletgezelschap. ,,Ze hadden mannen nodig”, zegt hij wegwerpend. Hij bleef niet lang. Toen hij 21 was, deed hij wat al zijn leeftijdgenoten opeens leken te doen: hij ontsnapte naar het westen, waar het leven beter was en waar de echte kansen lagen. Via Italië, Duitsland en Griekenland kwam hij in 1995 in Amsterdam aan.

Als coryphée vond hij zijn collega’s bij Het Nationale Ballet ,,verwend”, weet hij nog. ,,Ze hadden alles, ze werden omringd door zorg en deskundigheid, en ze waardeerden het niet eens.” Na drie jaar werd Kaftira eerste solist. Bij zijn collega’s staat hij nog altijd als ,,bikkel” bekend, terwijl zijn mooie trekken en zijn sierlijkheid hem ook tot een geliefde posterjongen maakten. De sfeer in de groep noemt hij ,,gezond competitief”. ,,Je bent het strengste voor jezelf”, zegt hij. ,,Je dagen bestaan uit naar jezelf kijken en jezelf verbeteren.”

Vorige zomer besloot hij te stoppen. ,,Ik vond dat ik niet genoeg meer deed. Mijn optredens werden minder frequent. Hoe langer je danst, des te meer het gaat om de vertolking van je rol, om het drama. Maar ik had alles zo’n beetje gedaan, en ik merkte dat ik andere interesses kreeg.” Kaftira lijkt er niet rouwig om. Hij is al bezig om zijn lichaam af te trainen, met fitness. En er wacht hem een aanlokkelijke volgende stap: hij gaat een beroepsopleiding tot filmmaker volgen. Hij wil documentaires gaan maken.

Kaftira is nog te zien in het programma Forsythe/Morris/Fonte van Het Nationale Ballet, 16 t/m 24/6 in het Muziektheater, Amsterdam. Zie ook www.het-ballet.nl.