Glamour heeft ’t niet

John Wood gaf zijn carrière bij Microsoft op. Hij wilde het analfabetisme bestrijden.

In Afrika en Azië leidt de oud-topman nu 3.500 bibliotheken en scholen. Vandaag is hij in Nederland.

Goed. John Wood had dus de beslissing genomen die zijn leven op zijn kop zette – en hij voelde zich voortreffelijk.

Hij was vertrokken bij Microsoft, waar hij werkte als projectdirecteur voor China, ondanks het vooruitzicht van een schitterende carrière. Hij had zijn vriendin verlaten – omdat zij de luxe niet op wilde geven. En daar zat hij nu. Het was 1998 en John Wood (34 destijds) ging de wereld verbeteren. Ze zouden nog van hem horen.

Geroutineerd klapte hij ’s ochtends zijn laptop open. Klik klik – inkomende berichten. Hij was gewend aan een paar honderd mailtjes elke morgen. Nu zag hij nul nieuwe berichten. Núl? Nul.

„Ik zal nooit vergeten dat ik de eerste dagen maar bleef klikken en dacht: de mail doet het niet. De werkelijkheid was dat niemand zich voor mij interesseerde. Helemaal niemand. De honderden mensen die met me mailden deden het niet voor mij, maar omdat ik van Microsoft was. Héél moeilijk vond ik dat. Een afscheid. En een test: geloofde ik werkelijk in mijn ideeën?”

Als rugzaktoerist had John Wood eerder dat jaar in Nepal een gesprek aangeknoopt met een onderwijzer. De man vroeg of Wood zijn school wilde zien – het was twee dagen lopen. De bibliotheek was een leeg lokaaltje. En de 20 boeken die ze hadden – afdankertjes van toeristen – lagen achter slot en grendel. „Bang dat de kinderen ze zouden beschadigen.”

Vanuit een internetcafé in Kathmandu riep Wood vrienden op boeken te sturen. Een maand later verscheepte hij drieduizend exemplaren. Hij ging terug naar Microsoft – hij werkte destijds in Peking – maar zijn hart bleef achter in Nepal, bij die ongeletterde kinderen.

„Ik werd ontzettend moe als ik mezelf wéér hoorde zeggen: iemand zou iets moeten doen. Het deprimeerde me. Armoede bestaat, en we negeren het gewoon. Kinderen krijgen geen onderwijs. En de ontwikkelde wereld is niet eens in staat scholen te bouwen. Voor mij was het een simpele keuze. Waar wijd ik mijn leven aan? Wil ik rijke aandeelhouders nog rijker maken? Of wil ik de miljoenen helpen die niet eens de káns krijgen zich te ontwikkelen omdat er geen onderwijs is?”

Hij vormde Room to Read, dat scholen en bibliotheken in de Derde Wereld opzet en zich inspant voor de publicatie van kinderboeken door lokale schrijvers. Nederig werk. „Glamour heeft het niet. Geen satellietverbindingen, geen hippe laptops. Een kind wil lezen en heeft geen boek, daar doen we wat aan.”

Negen anonieme jaren later beleeft John Wood zijn doorbraak in Amerika. Oprah Winfrey haalde hem dit voorjaar in haar show, een graadmeter voor succes in de VS. Hij publiceerde een boek over zijn goede werken (Leaving Microsoft to change the World) en het weekblad Time kroonde hem tot een van zijn Asian heroes; Azië is het continent waar hij begon.

Wood hanteert de typisch Amerikaanse aanpak voor het goede doel: doordat hij afhankelijk is van particuliere giften – regeringsgeld wil hij niet – is bescheidenheid geen optie. „Ik denk dat de wereld meer mensen nodig heeft die zeggen: natúúrlijk moet je geloven in je dromen.”

De eenzaamheid van de eerste maanden vormde hem. „Je belt mensen die niet weten wie je bent, die niet weten wat Room to Read is. Toch moet je ze overtuigen dat ze een cheque voor je uitschrijven. Maar ze hebben iets anders aan hun hoofd. Ze moeten op reis en hebben nog 23 mailtjes te beantwoorden. Ik heb me vaak een kleine jongen gevoeld.”

Wood leidt Room to Read zoals Microsoft wordt geleid, een zeldzaamheid in de wereld van de goede werken. „Het maakt ons zeer resultaatgericht. We meten alles en rapporteren dat meteen aan onze investeerders – we hebben het woord ‘donor’ geschrapt. Op onze website verversen we onze resultaten elk kwartaal. Net als een bedrijf. En we creëren een directe link tussen de investeerder en de bestemming van zijn geld. Elke investeerder kan voor zichzelf beslissen welke concrete bestemming zijn geld krijgt: een school, een bibliotheek, een boek.”

Aan vermogensvorming doet Wood niet. Elke dollar of euro (hij heeft ook een kantoor in Londen) gaat naar het goede doel. „Een groot verschil met de bekende goededoelenorganisaties. Het voordeel van onze aanpak is dat we elke dag worden getest door de markt. We moeten onze investeerders steeds aantonen dat we ons geld waard zijn.”

Hij leeft om te werken. „Ik werk zeven dagen in de week. Meer dan bij Microsoft, doordat ik nu meer moet reizen. Om tien uur ’s avonds bel ik met Hongkong en om zeven uur ’s ochtends hangt Europa aan de lijn. Het is als het leiden van een multinational, behalve dat ons product onderwijs is. Mensen werken hier ook zéker zo hard als bij Microsoft.”

Uit zijn boek blijkt dat werken met Bill Gates een beperkt genoegen was. Wood beschrijft hoe hij een bezoek van Gates aan China tot in de finesses voorbereidt, om te merken dat Gates al zijn adviezen in de wind slaat. „Zo’n man heeft natuurlijk ontzettend veel aan zijn hoofd. Maar het zat me dwars dat hij al mijn inspanningen negeerde. Als ik er nu op terugkijk, denk ik dat ik misschien toch onderschatte hoe druk hij het had.”

Maar die ervaring was ook een belangrijk signaal. „Microsoft was zo groot geworden: toen ik kwam hadden we 7.000 werknemers, vlak voor mijn vertrek 50.000. Ik voelde me er niet meer thuis.”

Grote ondernemingen, Microsoft niet in de laatste plaats, claimen steeds vaker dat zij met eigen sociale programma’s de wereld verbeteren. Volgens John Wood is het vaak windowdressing. „Ik noem het de Economist-test. Grote ondernemingen die opscheppen over hun goede werken in advertenties in The Economist, maar in de ontwikkelingslanden afwezig zijn. Ze spelen alleen maar betrokkenheid.”

YouTube is op dat gebied een machtig wapen aan het worden, denkt hij: „Eén van mijn favoriete mensenrechtenorganisaties, Witness, rust zijn activisten al uit met videocamera’s. Ze kunnen de feiten binnen een paar uur aan de wereld presenteren. Ik voorspel dat de hypocrisie van bedrijven op dezelfde manier aangetoond zal worden.”

In de eerste jaren van Room to Read weigerde John Wood salaris. Tegenwoordig ontvangt hij 67.000 euro – minder dan zijn aanvangssalaris bij Microsoft twintig jaar geleden – „omdat ik huur moet betalen”. Toch krijgt hij, zeker na het optreden bij Oprah, steeds vaker de vraag waar het hem om te doen is: het goede doel of de promotie van John Wood?

„Ik leg uit dat het mij om de zaak gaat. Ik ben alleen de woordvoerder voor de zaak, iemand moet dat doen.” Maar hij, niet de zaak, staat op de cover van zijn boek. „Dat is onze cultuur. De media willen het verhaal persoonlijk maken. Maar wie mijn boek leest, zal zien dat het van mij overgaat in de organisatie, de medewerkers, de vrijwilligers, de gemeenschappen waarin we werken. En de kinderen om wie het allemaal draait.” Het geeft hem enorme bevrediging, zegt hij. Op de vraag of hij mogelijk nog eens teruggaat naar het bedrijfsleven: „O nee! Nooit meer.”

Lees meer over Room to Read op www.roomtoread.org

John Wood is één van de sprekers op Pinc (People, Ideas, Nature, Creativity), een jaarlijkse conferentie die vandaag voor de achtste keer wordt georganiseerd. Lees meer op www.pinc.nl.