Gevechten in N-Libanon duren voort

Voor de derde achtereenvolgende dag hebben Libanese tanks en artillerie vandaag het Palestijnse vluchtelingenkamp Nahr al-Bared in Noord-Libanon onder vuur genomen waar de Palestijnse moslimextremistengroep Fatah al-Islam zich heeft verschanst.

De doorgaande gevechten onderstreepten de vastbeslotenheid van de Libanese regering af te rekenen met de extremisten, die verantwoordelijk zijn voor de dood van 29 militairen sinds de strijd zondag begon. Het kabinet gaf het leger gisteren toestemming zijn campagne te intensiveren en „een eind te maken aan het terroristische fenomeen dat vreemd is aan de waarden en de aard van het Palestijnse volk”.

Een woordvoerder van Fatah al-Islam – een ongeveer 200 man, onder wie ook Saoediërs en Jemenieten, tellende groep met sympathie voor Al-Qaeda – zei dat „we blijven vechten tot de laatste man is neergeschoten”. De strijd in Noord-Libanon, die verder het leven heeft gekost aan 20 strijders en 27 burgers, is het bloedigste interne geweld sinds het einde van de burgeroorlog in 1990. De gevechten begonnen na een bankoverval door aanhangers van Fatah al-Islam.

In de Libanese hoofdstad Beiroet ontplofte gisteren opnieuw een bom, ditmaal in een winkelcentrum in een sunnitische wijk. Daarbij vielen zeven gewonden. Een dag eerder had een bomaanslag in een christelijke wijk een leven geëist. Fatah al-Islam eiste in een fax aan een persbureau de verantwoordelijkheid voor de aanslagen op. Maar een woordvoerder ontkende later dat de groep er iets mee te maken had.

Intussen groeide de bezorgdheid over de situatie van de ongeveer 40.000 burgers die in het kamp vastzitten. Medische bronnen in Nahr al-Bared riepen op tot een staakt-het-vuren omdat doden en gewonden op straat zouden liggen. De VN-hulporganisatie UNRWA meldde dat de humanitaire toestand snel verslechtert. Fatah al-Islam heeft weinig steun in het kamp, maar onder Palestijnse burgers groeit woede over de gebruikte strijdmethodes. „We hebben veel oorlogen gezien, maar nooit een dergelijk bombardement”, aldus een kampbewoner in een telefoongesprek met het Arabische tv-station Al-Jazeera. (AP, Reuters)