‘ETA niet achter aanslagen Madrid’

Er bestaat niet de minste aanwijzing dat de Baskische afscheidingsbeweging ETA betrokken is geweest bij de treinaanslagen die op 11 maart 2004 werden gepleegd in Madrid.

Dat hebben gisteren zeven politieonderzoekers verklaard tijdens de openbare hoorzitting in de rechtszaak in Madrid. Hun verklaringen laten niets heel van de samenzweringstheorie die de afgelopen drie jaar in kringen van de oppositie werd verkondigd.

Deze theorie werd de afgelopen drie jaar onder anderen verwoord door leden van de conservatieve Partido Popular en uitgedragen in media als het dagblad El Mundo en de bisschoppenzender Cope. Volgens hen waren de aanslagen het werk van de ETA, islamitische terreurgroepen en de socialistische partij, die kort na de aanslagen aan de macht kwam.

De verklaringen van de onderzoekers kunnen gevolgen hebben voor de voormalige secretaris-generaal van politie Augustín Díaz de Mera, die onder de conservatieve regering-Aznar secretaris-generaal van de politie was en nu namens de conservatieve partij in het Europees Parlement zit.

Díaz de Mera verklaarde eerder voor de rechtbank dat hij was geïnformeerd over een onderzoek waarin een verband werd gelegd tussen de ETA en de aanslagen. Deze conclusie was volgens hem later uit het dossier verdwenen.

De politiegetuigen verklaarden unaniem dat er nooit een dergelijke rapportage is geweest, noch dat er sprake was geweest van druk om dergelijke conclusies uit het onderzoek te verwijderen. „Er bestaat geen enkel objectief gegeven dat de ETA betrokken is bij de aanslagen van de elfde maart”, aldus een van de onderzoekers.

Als de rechtbank de politiegetuigen volgt, zou Díaz de Mera zou meineed hebben gepleegd. De rechtbank heeft inmiddels bij het Europees Parlement bevestiging gevraagd van diens beschermde status als Europees volksvertegenwoordiger.