Een gave mummie en twee sandalen

Belgische archeologen hebben in Midden-Egypte een ongeschonden 4000 jaar oude grafkamer gevonden. Met een gave houten kist en prachtige grafgeschenken.

Beeldje uit graf van Henu. Foto Katholieke Universiteit Leuven Beeldje uit graf van Henu. (Foto Katholieke Universiteit Leuven) Katholieke Universiteit Leuven

Grafschenners hadden hun pogingen na twee meter gestaakt. Stom. Als ze nog een halve meter verder hadden gegraven in de stapel kalksteenbrokken, hadden ze het graf gevonden. „Pure mazzel voor ons”, zegt professor Harco Willems, leider van een archeologenteam van de Katholieke Universiteit Leuven.

Het team vond de tombe in de necropolis (dodenstad) van Dayr al-Barsha, waar een groot aantal grafkamers is uitgehouwen in de heuvels.

Het graf dateert van ongeveer 2050 voor Christus, het einde van de zogenoemde Eerste Tussenperiode. Dat was de overgangstijd tussen de dynastieën van het Oude en het Nieuwe Rijk, toen de centrale macht in Egypte verbrokkelde en provinciale potentaten elkaar bestreden. Ongeschonden elitegraven uit deze periode zijn zeldzaam.

De naam van de dode staat in hiëroglyfen op de zijkant van de kist en op de neksteun waarop het hoofd van de mummie rust: Henu. Zijn titel, ‘Directeur van een Domein en Unieke Hoveling’, wijst op een hoge rang in het provinciale bestuur.

De Leuvense archeologen doen sinds 1988 opgravingen in Dayr al-Barsha. Teamleider Willems, een in Groningen gepromoveerde egyptoloog die al elf jaar in Leuven werkt: „In de zuidelijke heuvel van de dodenstad vonden we afgelopen winter het familiegraf van ene Uky, een provinciale gouverneur omstreeks 2300 v. Chr., onder het late Oude Rijk. ”

Achter Uky’s kapel, waar de familie de grafcultus onderhield en offers bracht, vonden de Leuvenaren een vierkante schacht. Willems: „Die bleek gevuld met los gestapelde brokken, nagenoeg steriele, vers gekapte kalksteen. Bij geplunderde graven wordt zulk materiaal nooit aangetroffen.”

Na een dag werken, op 16 maart dit jaar, viel er een gat in de muur van de schacht waardoor een volledig ongeschonden grafkamer zichtbaar werd. Willems: „Hoewel deze Henu ruim vierduizend jaar geleden werd begraven, oogden de kleuren van de beschilderde grafgiften fris en zat er zelfs geen stof op.”

Een grote houten doodskist, rondom versierd met een doorlopende hiëroglyfentekst, offerformules voor de goden Anubis en Osiris, en de naam en titel van de dode, vulde vrijwel de hele ruimte van de grafkamer. De mummie bleek intact. Bovenop de kist stond een paar houten sandalen, die Henu kon dragen in het dodenrijk. Op de kist stonden ook twee groepen fijnbeschilderde houten beeldjes, die taferelen uit het dagelijks leven voorstellen: vrouwen die graan malen en mannen die bakstenen maken, zeer gedetailleerd en levensecht.

Naast de kist stond een wat groter houten beeld van Henu in officiële dracht en enkele kleinere figuurtjes. Ten slotte was er een model van een boot met tien roeiers en een roerganger, de veerboot naar het dodenrijk.