Een controle op straat

In 2003 legde toenmalig staatssecretaris Rutte (Sociale Zaken, VVD) de besturen van alle gemeenten per brief precies uit hoe ze ingezetenen van Somalische afkomst in hun administratie konden opsporen. Met de lijst van aldus gevonden zwarte bijstandsgerechtigden van Somalische afkomst kon de sociale recherche dan op pad, adviseerde Rutte. Hij had namelijk aanwijzingen dat een minderheid van deze groep bijstandsfraude pleegde.

En zo geschiedde het dat in Haarlem een zwarte man op straat werd aangesproken met de vraag zich te legitimeren. De man stond inderdaad op de lijst met Somalische uitkeringstrekkers. En de controle kon beginnen.

Het is goed om bij de precieze gang van zaken stil te staan. Dit weekend werd bekend dat de plaatselijke rechtbank de gemeente Haarlem veroordeelde wegens rassendiscriminatie. Dus voor inbreuk op artikel 1 van de Grondwet. Vorig jaar deed de Commissie Gelijke Behandeling al hetzelfde. De gemeente gaf toe dat de man was aangesproken wegens z’n huidskleur en het spreken van een vreemde taal. Niet omdat de controleurs wisten dat hij bijstand genoot of verdacht werd van fraude. Nee, gewoon een hand op de schouder omdat het een zwarte buitenlander is en daarná kijken of het een kandidaat is van ‘de lijst’.

VVD-leider Rutte noemt het Haarlemse vonnis in een reactie „vreemd”. Hij vindt het de „hoogste tijd” de wet aan te passen als zijn handelwijze onwettig zou zijn. Rutte zegt dat het wat hem betreft alleen om fraudebestrijding gaat.

Het is ten minste jammer dat Rutte niet begrijpt wat er aan de hand is. Niemand bestrijdt de noodzaak bijstandsfraude tegen te gaan. Risicogroepen mogen worden genoemd en voor controle worden geselecteerd. Maar dat dient fair en onpartijdig te gebeuren, op individuele criteria en zakelijke gronden. In Haarlem werden ook jaarlijkse controlegesprekken gehouden. Er was inzicht in frequent gebruikte postadressen. Er kon op talloos veel manieren op fraude worden gecontroleerd. Desondanks adviseerden Rutte en zijn ambtenaren etnische herkomst als criterium.

De grondwet waarborgt dat allen die zich in Nederland bevinden in gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan. De VVD noemt het discriminatieverbod terecht ‘de fatsoensnorm’ in de samenleving en pleit ervoor dit artikel zelfs voorrang te geven boven andere grondrechten. Volkomen juist wordt in het verkiezingsprogramma opgemerkt dat in een land waar 180 nationaliteiten wonen ‘elke vorm van ontoelaatbaar onderscheid moet worden uitgebannen’.

Het is dan ook niet moeilijk om te bedenken dat de overheid geen ambtenaren de straat op moet sturen met de instructie zwarte vreemdelingen aan te spreken om te zien of ze op een of andere etnische lijst voorkomen.

Artikel 1 van de Grondwet is in 45 strekkende meter marmer uitgehouwen voor het gebouw van de Tweede Kamer in de vorm van een zitbank. Misschien kan Rutte daar eens plaatsnemen om te reflecteren op het verschil tussen onderscheid maken en discriminatie.