De natuur verdient wel een prijskaartje

Op 15 mei sprak Marjoleine de Vos in nrc.next haar twijfel uit over nut en noodzaak van een prijskaartje aan de natuur, in het bijzonder aan een mooi landschap. ”Het is een beetje armoedig om dat in geld te willen uitdrukken”, schreef ze. Zelf ben ik inmiddels wel overtuigd van het nut van het economisch waarderen van de natuur. Het hoeft namelijk geen afbreuk te doen aan andere waarden van diezelfde natuur, zoals ecologische, emotionele en culturele waarden.

Beter dan in mijn eigen woorden kan ik het zeggen door te citeren uit een boek dat ik deze week las: Voluntary Carbon Markets. De auteurs van dit boek hebben vergelijkbare twijfels gehoord over het economisch waarderen van natuurdiensten als een mooi landschap, schoon water en CO2-opslag, met name uit de hoek van natuurbeschermers. Want, zo betoogden de sceptici in woorden die doen denken aan die van De Vos: ”De natuur is toch onbetaalbaar?”. De auteurs herkennen het sentiment, maar stellen zeer terecht dat in de praktijk ons huidige economische systeem de natuur niet ziet als onbetaalbaar, maar een waarde toedicht die akelig dicht bij nul komt. Kortom, aldus de onvergetelijke zin uit het boek: ”Onze maatschappij verwart onbetaalbaar met waardeloos.”