De film als basis is verdwenen

Agfa-Gevaert houdt eind dit jaar op te bestaan. De diverse activiteiten van het Belgische beeld- en automatiseringsbedrijf hebben door de overgang van analoog naar digitaal weinig meer met elkaar te maken. Reden om het concern in drie zelfstandige delen te splitsen.

Bij Agfa-Gevaert denken de meeste mensen aan filmrolletjes. Maar met huis-tuin-en-keukenfoto’s heeft het bedrijf al enkele jaren niets meer te maken. Niet de amateurfotograaf, maar drukkerijen en ziekenhuizen zijn verreweg de belangrijkste klanten van de Belgische onderneming. Agfa-Gevaert maakt software en hardware voor de drukvoorbereiding in de grafische industrie en levert ziekenhuizen IT-systemen voor het registreren, verwerken en beheren van diagnostische beelden en andere patiëntgegevens. Daarnaast produceert de divisie Specialty Products op film gebaseerde producten voor klanten buiten de grafische en gezondheidssector, zoals microfilm en bioscoopfilm.

Dat zijn drie markten die te ver uit elkaar liggen voor één bedrijf, naar de mening van de directie. Reden waarom Agfa-Gevaert eind dit jaar wordt opgesplitst in drie geheel zelfstandige, beursgenoteerde bedrijven. „Nee, aan die splitsing is geen druk van hedgefondsen te pas gekomen”, lacht Marc Olivié, algemeen directeur van Agfa-Gevaert. „Dit besluit is volledig intern tot stand gekomen.” De splitsing was onontkoombaar volgens Olivié. „Agfa-Gevaert is een bedrijf geworden met drie divisies die heel verschillende producten, klanten en aandeelhouders hebben. De synergie van vroeger, toen alles was gebaseerd op film, is er niet meer. De divisie HealthCare heeft zich van traditionele film via beeldverwerking ontwikkeld tot een snelgroeiend IT-bedrijf, terwijl de grafische divisie een sterk industrieel karakter heeft met een groei van 1 tot 2 procent per jaar voor haar belangrijkste activiteit, drukvoorbereiding. Daardoor heeft het huidige Agfa-Gevaert iets kunstmatigs gekregen.” Splitsing biedt de divisies, die sinds begin 2006 al commercieel zelfstandig zijn, de kans om elk hun eigen strategie te volgen en hun eigen kapitaal en aandeelhouders aan te trekken, aldus Olivié.

De splitsing van het concern is een rechtstreeks gevolg van de ontwikkeling van analoge naar digitale film. Tot in de jaren zeventig was Agfa-Gevaert een overwegend fotografisch concern dat film en aanverwante producten en apparatuur maakte voor radiologieafdelingen, drukkerijen en fotografen. Met de opkomst van digitale beeldtechnologie, in de jaren negentig, ontwikkelde het bedrijf zich steeds meer richting digitale producten. Op de consumentenmarkt ging de omslag van analoog naar digitaal vrij abrupt en volledig. In 2004 verkocht het concern de productie van filmrolletjes via een managementbuy-out aan investeerders; nog geen jaar later was het nieuwe AgfaPhoto als gevolg van mismanagement failliet. Agfa-Gevaert kreeg daar een tik van mee, omdat het werkkapitaal aan het nieuwe bedrijf had verschaft en nog verantwoordelijk was voor de distributie. Agfa leed in 2005, mede door de hoge prijzen van zilver en aluminium, 19 miljoen euro verlies. Vorig jaar werd weer een bescheiden winst van 15 miljoen euro geboekt.

In de grafische en gezondheidszorgsector gaat de omslag naar digitaal veel geleidelijker, volgens Olivié. „In die sectoren gaat het om veel grotere investeringen dan bij de aanschaf van een digitaal fototoestel. Een familiedrukkerij of klein ziekenhuis doet niet zo makkelijk een investering van tienduizenden euro’s of zelfs miljoenen voor digitale systemen.” Van de totale omzet van het bedrijf (3,4 miljard euro; 3,3 miljard in 2005) wordt inmiddels bijna 70 procent behaald met digitale producten. „Er is nog steeds vraag naar analoge producten”, aldus Olivié. „Denk aan tandartspraktijken die op een vrij eenvoudige manier röntgenfoto’s willen kunnen maken en ziekenhuizen in ontwikkelingslanden die geen geld hebben voor dure apparatuur.” Olivié schat dat er over tien jaar nog steeds een markt zal zijn voor analoge beeldproducten.

Het digitale tijdperk biedt commercieel gezien vooral voordelen. „Je kunt opnieuw beginnen met het veroveren van dezelfde markt”, zoals Olivié het uitdrukt. Bovendien biedt de markt extra omzetmogelijkheden: zo haalt Agfa-Gevaert 25 procent van zijn omzet in de gezondheidszorg uit diensten als uitbreiding en onderhoud van systemen en training van personeel. „Agfa-Gevaert heeft de noodzaak tot herpositioneren tijdig ingezien”, naar de mening van Olivié. Wat niet heeft kunnen verhinderen dat het bedrijf in de afgelopen zes jaar 6.000 banen heeft moeten schrappen. Anno 2007 werken er nog 14.500 mensen bij Agfa-Gevaert, van wie 4.500 in de hoofdvestiging in Mortsel, bij Antwerpen. „Voor het verkopen van een IT-project heb je andere mensen nodig dan voor films. Vroeger hadden we in ziekenhuizen te maken met de radioloog, nu met veel meer mensen, automatiseerders bijvoorbeeld. Binnen de graphics-divisie is die verandering minder radicaal geweest, daar liggen analoog en digitaal dichter bij elkaar en neemt dezelfde persoon bij de klant besluiten over aankopen.”

Marc Olivié (53) neemt eind van dit jaar wellicht afscheid van het bedrijf. „Aan mij de taak om ervoor te zorgen dat alle drie de divisies goed terechtkomen. Het zou geen goed signaal zijn als ik na de splitsing de leiding nam over een van de nieuwe bedrijven. Daar is niks droevigs aan, ik ben als een ouder die zijn kinderen ziet uitvliegen.”