De derde weg van Blair

In een discotheek stond ik zaterdag in een groep over Blair te oreren. Typische zaterdagavond: de jongens flirtten met de meisjes, de uitsmijters weigerden alle Arabisch getinten en wij spraken over Blair. De sociaal-democraat die Bush zijn grote vriend noemt. Ik riep de uitspraak van Labourlid Mandelson in herinnering: „We are all Thatcherites now.” Ik liep de dansvloer op en scheidde de sterken van de zwakken. „Ik ben een Thatcherite. Ik hou van die bitch”, riep ik. Sommigen floten me uit, anderen juichten me toe. Ik voelde me goed.

We spraken verder over de derde weg. Als de markt het beter kan, moet de staat terugtreden. De derde weg heeft begrip voor de problemen van de onderklasse maar hamert steeds op eigen verantwoordelijkheid. Blair was het gezicht van die stroming.

De derde weg kent geen liedjes, geen strijdkreten, geen principes. Als er geld is strekt hij zich uit door een landschap vol koudetoeslagen en gratis openbaar vervoer voor ouderen. Als er geen geld is kronkelt hij langs uitgeklede zorgpaketten en afvloeiingsregelingen.

Niemand weet kortom waar de derde weg voor staat. Hoe moet een Kamerlid, overtuigd van de derde weg, op campagne? Hoe moet hij oppositie voeren? Moet hij net als Blair het principe zoeken bij de omstandigheid in plaats van andersom? Het is treurig dat Blair met zijn retorische gaven, charisma en intelligentie niets heeft weten toe te voegen aan het Thatcherism. Hij heeft het Thatcherism wat afgezwakt, hij heeft de harde taal waarin het onderscheid tussen the winners and the losers overheerste vervangen door een menselijker idioom dat toch nooit ‘soft’ werd. Maar potjandrie, uiteindelijk dreigt de sociaal-democratie toch ten onder te gaan aan de derde weg die haar bestuurders dwong met alle winden mee te waaien. Blair bracht geen alternatief voor de ijzeren vuist van het Anglo-Amerikaanse kapitalisme. Toetsingskaders, effectiviteit, efficiëntie, dat was Blair. Ik liep terug naar de dansvloer en schreeuwde: „I am a Blairite!” De meesten keken me vragend aan. Een dronken Brit gaf me een vuistslag: „Bliar!”

Menno van der Veen

Publicist en programmamaker bij de Balie in Amsterdam.