Blijf weg van feestje in Belgrado

Europese regeringen moeten goed nadenken voordat ze ingaan op de Servische uitnodiging tot bijwoning van de feestelijke duizendste vergadering van de Raad van Europa in juni, vinden Natasa Kandic en Mabel van Oranje.

Dit is een slechte maand voor de mensenrechten in Europa. Dit komt omdat Servië mocht beginnen met zijn halfjaarlijkse voorzitterschap van de Raad van Europa, het oudste politieke orgaan van het continent. Met Servië aan het roer wordt de Raad, die beoogt de mensenrechten en de rechtsstaat te bevorderen, nu geleid door een land dat zijn neus ophaalt voor de Genocide Conventie en onderdak biedt aan een aangeklaagde verdachte van oorlogsmisdaden, de voormalige Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladic. Bovendien heeft de Europese Commissie aangegeven dat ze bereid is tot hervatting van de besprekingen die Servië dichter bij de Europese Unie moeten brengen zodra er in Belgrado een hervormingsgezinde regering wordt gevormd.

Eerder dit jaar heeft het Internationaal Gerechtshof (ICJ) Servië veroordeeld wegens zijn verzuim de moord op meer dan 7000 Bosnische moslimmannen in Srebrenica te verhinderen. Ook heeft het hof verklaard dat Servië de Genocide Conventie blijft schenden zolang het Mladic – die verantwoordelijk wordt gehouden voor enkele van de ergste misdaden in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog – niet overdraagt aan het Joegoslavië TribunaaI (ICTY) in Den Haag. Maar de EU lijkt bereid de Servische minachting voor het volkenrecht door de vingers te zien.

Het is begrijpelijk dat de EU graag steun geeft aan een pro-Europese regering in Servië, want dit biedt misschien de kans dat Servië zich verzoent met het vooruitzicht van onafhankelijkheid voor Kosovo. Dit verklaart waarom een aantal EU-lidstaten maar al te graag de onderhandelingen zou hervatten over een Stabilisatie- en Associatieovereenkomst, die een jaar geleden werden opgeschort wegens het Servische verzuim om volledig met het ICTY mee te werken. De beoogde draai van de EU houdt in dat de arrestatie en overdracht van Mladic geen voorwaarden voor hervatting van de besprekingen meer zijn.

Natuurlijk moet Europa de overeenkomst over Kosovo voor Servië verzachten. Maar een onmiddellijke hervatting van de onderhandelingen komt neer op een aanpak van alleen maar wortel en geen stok, en daarmee schaadt de EU haar eigen geloofwaardigheid. Het Westen heeft die aanpak namelijk al eens geprobeerd, met armzalige gevolgen. In december 2006 mocht Servië zich van de NAVO aansluiten bij het Partnerschap voor Vrede, ook al liepen er in het land nog altijd oorlogsmisdadigers vrij rond.

Deze zachtere benadering zal averechts blijken te werken, omdat ze de democratische krachten in Servië niet zal versterken. Vorige week nog toonde premier Vojislav Kostunica – eens door Europa als grote democraat begroet – zijn ware gezicht. Hij presteerde het steun te verlenen aan de verkiezing tot Servisch parlementsvoorzitter van de extreme nationalist Tomislav Nikolic, die een oude bondgenoot van Milosevic was. De leider van Nikolic’ partij, Vojislav Seselj, zit in Den Haag in de beklaagdenbank op beschuldiging van oorlogsmisdaden.

Weliswaar trok Nikolic zich kort na de vorming van een nieuwe Servische regering alweer terug, maar de samenstelling van het kabinet doet vermoeden dat het weleens dom van de EU zou kunnen zijn om meer medewerking met het ICTY te verwachten. Door in feite elke voorwaarde te laten vallen, zal de EU de onverzettelijkste aanhangers van de harde lijn in Servië belonen – namelijk juist die mensen die zich jarenlang tegen de arrestatie van Mladic hebben verzet. Nu we nog maar een jaar verwijderd zijn van de sluiting van het ICTY, bestaat het gevaar dat Mladic nooit meer ter verantwoording zal worden geroepen.

Even angstaanjagend is het effect dat een hervatting van de besprekingen op het volkenrecht zou kunnen hebben. Het Servische voorzitterschap van de Raad van Europa is een voldongen feit. Maar de EU moet wel vasthouden aan de Servische medewerking met het ICTY, de naleving van de ICJ-beslissing en haar eigen politieke criteria zoals vastgelegd in Kopenhagen. Mladic moet voor het begin van de besprekingen worden gearresteerd, niet erna.

Ten teken van hun ernst zouden de Europese regeringen zich twee maal moeten bedenken voordat ze ingaan op de Servische uitnodiging om in juni de duizendste bijeenkomst van de Raad van Europa bij te wonen. Een minuut stilte voor de slachtoffers van niet-gearresteerde oorlogsmisdadigers zou misschien een passender eerbetoon aan de essentiële waarden van de Raad inzake mensenrechten en gerechtigheid zijn dan een bijwoning van het feestje dat nu in Belgrado wordt georganiseerd.

Natasa Kandic is verbonden aan het Humanitarian Law Center in Belgrado. Mabel van Oranje is verbonden aan het Open Society Institute. Dit artikel verscheen zaterdag in de Pakistaanse Daily Times.