Actuele vragen, maar wel tien te veel

NRC Handelsblad doet dagelijks verslag van de eindexamens. Filosofie (vwo) door de ogen van Rob Wijnberg – examenjaar 2000, cijfer 9.

Heeft een eindexamen filosofie eigenlijk wel zin? Op commando vragen beantwoorden, in drie uur tijd, met een zaal vol zwetende klasgenoten om je heen – dat is niet bepaald conform de wetten van het diepzinnige denken. De zaaltentamens tijdens de studie filosofie zijn ook op twee vingers te tellen. Filosoferen doe je zonder klok, de vragen stel je zélf. Antwoordmodellen zijn sowieso niet voorhanden.

Maar niets is dodelijker voor de filosofische geest dan vooroordelen. Open dus, dat vizier. Wat kunnen we leren van dit examen?

Onmiddellijk valt het actuele karakter van de in totaal vijftien vragen op. Zeven van de negen bijbehorende teksten zijn afkomstig uit NRC Handelsblad, de Volkskrant en NOVA. Slechts één tekst komt van een filosoof, Friedrich Nietzsche. Ook het eerste examendeel is actueel: het gaat over de ethische verhoudingen tussen mensen, dieren en de natuur. Zo luidt vraag 1: ‘Hoe kan de deugdethiek ons motiveren tot een houding van zorg voor het milieu?’ Het gewenste antwoord: de mens is onderdeel van de natuur en dus vallen zijn belangen en die van de natuur samen. Alsof het partijprogramma van de Partij voor de Dieren er op nageslagen is.

Het tweede deel van het examen gaat over ‘gastvrijheid als deugd’. Ook hier speelt de hedendaagse tijd een prominente rol. Vraag 10: „Is het volgens jou te verdedigen dat gastvrijheid ook als een hedendaagse deugd kan worden gezien?” Het examen zelf doet alvast een voorzetje: „het lijkt erop”, staat er, „dat vergeleken met vroeger in onze tijd algemene omgangsvormen in westerse samenlevingen minder hoffelijk worden.” Dit zijn vragen van het betere soort, omdat de leerling niet alleen hoeft op te dreunen wat Plato en Aristoteles ervan vonden, maar ook de ruimte krijgt om zelf te reflecteren.

Enige verwondering wekte vraag 12: „Vergeving is een complexe zaak, omdat het verdienen ervan iets paradoxaals heeft. Beschrijf waaruit die paradox bestaat.” Het antwoordmodel geeft toelichting: „Onverdiende vergeving is niet mogelijk. Wie geen berouw toont of boete doet, kan niet vergeven worden. Wie daarentegen wel boet, verdient de vergeving in zekere zin, waardoor haar vrijwillige karakter vernietigd wordt.”

Vreemd. De paradox lijkt mij juist dat vergeving verdienen onmogelijk is; vergeven wordt je of wordt je niet. Dit is een snufje té veel tijdgeest anno 2007. Wie geen berouw toont, kan niet worden vergeven, is redeneren à la Geert Wilders: wie zijn tweede paspoort houdt, is niet loyaal aan dit land.

Voor de rest verdient dit examen niets dan lof. Waarom? Het zet aan tot kranten lezen en toont dat filosofie praktisch nut heeft. Alleen: vijftien vragen zijn er tien te veel. Minder vragen nodigt uit tot essayistisch schrijven, iets wat, over tijdgeest gesproken, op scholen tegenwoordig veel te weinig als deugd wordt beschouwd.