Wel Nelson Freire, geen Martha Argerich

Concert: Nelson Freire, Lucas & Arthur Jussen (piano). Gehoord: 20/5 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 27/5 20 uur.

Het had de mooiste avond van de serie Meesterpianisten moeten worden, het jubileumconcert met Martha Argerich en Nelson Freire in aanwezigheid van koningin Beatrix en prins Willem Alexander. ’s Middags kreeg Marco Riaskoff, organisator van de al twintig jaar succesvolle serie in het Concertgebouw een ridderorde opgespeld door burgemeester Job Cohen, maar daarna sloeg het onheil toe.

De legendarische Argerich, die nog maar zelden speelt en vaak afzegt, liet een paar uur voor het concert weten dat ze definitief niet zou komen. Wegens ernstige familieomstandigheden was ze naar Zwitserland vertrokken, waar een privé-jet klaarstond om haar naar Amsterdam te vliegen. Maar ze kwam niet.

Moedig besloot Nelson Freire de avond te redden met een onvoorbereid solorecital. In allerijl werden ook de getalenteerde broertjes Lucas (14) en Arthur Jussen (10) opgetrommeld, zodat er tenminste een pianoduo zou klinken. De koningin en de prins namen plaats op het balkon naast Riaskoff. En zo werd het toch nog een gedenkwaardige avond.

Met zijn poëtische spel en zijn fluwelen toucher behoort de Braziliaanse meesterpianist Freire (1944), die pas in 2005 in de pianoserie debuteerde, zonder twijfel tot de wereldtop. Maar de introverte Freire doet absoluut niet aan show, en zijn ‘ouderwetse’, door een vloeiend legato gedomineerde manier van spelen is zo exquis en subtiel, dat de luisteraar bereid moet zijn op verfijning te focussen om de magie van zijn spel te ontdekken.

Freire opende met twee Bach-koralen in bewerkingen van Busoni en Myra Hess, gevolgd door een niet volledige versie van Mozarts ‘Alla Turca’-sonate (een van de variaties ontbrak), Schumanns Arabesque, op. 12 en de Barcarolle op. 6 van Chopin.

De broertjes Jussen schitterden in hun verbluffend gave en bloedmuzikale lezing van Ravels Ma mère l’oye, waarin de invloed van hun mentor Maria Joao Pires tot in de details voelbaar was. Freire besloot met een broze Childrens Corner van Debussy, alsof hij door een voile terugkeek naar heel lang geleden.

Er volgden toegiften van Albeniz, Villa Lobos en Liszt-leerling Sgambati, wiens bewerking van muziek uit Glucks Orfeo, hartverscheurend teder werd gespeeld.

Op de agenda van de Rotterdamse Doelen: Nelson Freire op 24 mei, Martha Argerich op 30 mei. Res.: 010 2171717