Villa in klassiek Javaanse stijl

Indonesië is een arm land, althans gemiddeld. Maar er is ook een kleine, rijke bovenlaag die de kostbare inrichting van zijn huizen laat zien: Schöner Wohnen in Jakarta, negende aflevering.

Sri Suryati (52) ontvangt in de pendopo, de grote vierkante ruimte waar de adellijke Javaan gasten placht te ontvangen. Ze is elegant, vriendelijk, subtiel met goud en diamant behangen en ze vertelt honderduit – over de zeventig mannen die vier jaar bezig zijn geweest met het houtsnijwerk, over de betegeling door de bekende keramist Widajanto. En dat ze hoopt dat als ze dood is, ze hier in de pendopo zal worden gebracht, want dan komen de engelen je halen en ga je naar de hemel. Als tenminste het houtsnijwerk in de nok aan de regels voldoet. Dat is het geval.

Het is een zeldzaamheid, nieuwe villa’s in klassiek Javaanse stijl.

Terwijl we aan de thee zitten, loopt personeel met wierook rond, langs de gamalans, de twee pianovleugels (een Moskwa en een Petrof) en het islamitisch gebedshuisje bovenin de pendopo. De hele pendopo beslaat zo’n achttien bij achttien meter en is acht meter hoog.

Het Javaanse huis staat er nu zeven jaar. Daarvoor woonden Sri, haar man en een zoon van elf in een grote villa aan de achterkant, die hebben ze trouwens aangehouden.

Maar leven doen ze nu achter de pendopo, in Javaans klassieke familieverblijven. Een zoon van 22 studeert in Melbourne. „In het buitenland studeren is goed.” Zelf studeerde Sri twee jaar marketing in Rotterdam.

Haar moeder was van adel – daar heeft Sri haar adellijke levenswijze van. „Bedienden mogen niet op dezelfde hoogte slapen, dus die verblijven een verdieping lager, net als de auto’s. Dat is de Javaanse filosofie.”

Haar man Teddy Rusdy (68) was piloot bij de luchtmacht. Hij eindigde er als generaal-majoor. Bijna twintig jaar was hij verantwoordelijk voor de geheime dienst. Dat was kennelijk ook goed voor de ontwikkeling van zakelijke instincten, want hij bezit nu zestien bedrijven. „Onroerend goed, beton, bouw, media, van alles.” Hij laat zijn study zien, de kunstcollectie in de gang – onder meer moderne portretten van de beroemde schilder Jeihan uit Bandung.

Net om de hoek waar voor Sri een kapsalon is ingericht, staat zijn krachthonk. Teddy is well kept voor zijn leeftijd: „O, ja, elke dag sport, voetbal, zwemmen”. Trots stroopt hij een mouw op en laat een van zijn spierballen rollen.

Zijn golfhandicap is 8. Op de kinderkamers, voorzien van alles (ook een brandkast), hangen foto’s van het gezin in Volendamse kledij. Hij: „We komen allemaal graag in Nederland, mijn zus woont in Apeldoorn.”

Sri en Teddy zijn Javaanse moslims die koran en Javaanse eigenheid mengen. Hij noemt zich „een toegewijde moslim” en heeft bij zijn study een collectie mooie wijnen. Een van de bladen uit zijn mediabedrijf laat vrij veel vrouwelijk schoon zien – dat kan in deze milde islamvariant.

In de pendopo staan beelden, klokken, er hangen schilderijen, zwaarden, op de grond ligt een tijgervel met kop en er staat een tijger opgezet bij de deur. „Teken van gezag”, zegt Teddy. Die op de grond heeft hij geschoten, het opgezette exemplaar schoot zijn vrouw. Op Sumatra.