Tientallen doden bij gevechten Libanon

In Noord-Libanon werd vanmiddag nog zwaar gevochten tussen het Libanese leger en Palestijnse moslimextremisten van Fatah al-Islam. Daarbij zijn zeker acht doden gevallen. Gisteren werden 57 mensen gedood, onder wie 27 soldaten en 15 militanten. De gevechten onderstrepen de instabiliteit van Libanon. Het land herbergt talrijke gewapende groepen en is al maanden toneel van een politieke crisis. Daarbij staan de anti-Syrische regering en de pro-Syrische oppositie onder leiding van de shi’itische organisatie Hezbollah tegenover elkaar.

Het Libanese leger beschoot vanochtend met tanks het Palestijnse vluchtelingenkamp Nahr al-Bared, waar behalve enkele honderden strijders van Fatah al-Islam ongeveer 40.000 vluchtelingen leven. Fatah al-Islam schoot terug met granaatwerpers en machinegeweren, aldus getuigen. In het naburige Tripoli, waar gisteren ook werd gevochten, was het vanochtend rustig. Gisteravond ontplofte een bom in een winkelcentrum in het christelijke oosten van Beiroet. Daarbij kwam een vrouw om het leven. Het was niet duidelijk of de explosie met de gevechten in het noorden verband hield.

Legerofficieren meldden vanochtend alleen te schieten op gebouwen in het kamp waarvan bekend is dat er zich militanten bevinden. Maar een geestelijke in het kamp zei in een telefoongesprek met de Arabische zender Al-Jazeera dat ook huizen met burgers onder vuur kwamen.

De gevechten begonnen gisteren na invallen door de autoriteiten in diverse huizen in Tripoli, na een bankoverval die met Fatah al-Islam in verband werd gebracht. Dat escaleerde in een open confrontatie met Fatah al-Islam, dat zijn bolwerk in Nahr al-Bared heeft. Premier Fouad Siniora gaf het leger gisteren toestemming alle maatregelen te nemen die het nodig acht om Fatah al-Islam te neutraliseren. Krachtens het Akkoord van Kairo uit 1969 mag het Libanese leger de Palestijnse kampen niet in. Minister van Informatie Ghazi Aridi zei dat een militaire interventie in het kamp ook niet aan de orde is. De Palestijnse kampen herbergen talrijke gewapende Palestijnse groepen en zijn een toevluchtsoord voor criminelen. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft in 2004 ontwapening van alle strijdgroepen in Libanon geëist. Maar verzet van Hezbollah tegen ontwapening waarborgt dat ook de Palestijnen niet worden ontwapend.

Fatah al-Islam, dat zich eind vorig jaar afsplitste van een pro-Syrische Palestijnse factie en vervolgens in Libanon infiltreerde, wordt door sommigen met Al-Qaeda in verband gebracht en door anderen met Syrië. Dat zou in Libanon onrust willen stoken. Syrië ontkent elk contact met de groep. (AP, Reuters, AFP)

Fatah al-Islam:pagina 5