Terreurgroep Fatah al-Islam meldt zich

Dit weekeinde deed een nieuwe Palestijnse splinter van zich horen in Libanon. Fatah al-Islam: getraind in Libië, broeder van Al-Qaeda en tegen alle bestaande Palestijnse facties.

Bij elke nieuwe geweldsronde in Libanon wordt onmiddellijk gespeculeerd over een nieuwe ronde burgeroorlog, zeker nu er weer Palestijnen bij zijn betrokken. De burgeroorlog (1975-1990) begon immers als opstand tegen de Palestijnse staat-in-de-staat. Maar voorlopig is er bij de dit weekeinde opgelaaide gevechten in Noord-Libanon maar één, zij het zwaar gewapende extremistische splintergroep Palestijnen betrokken.

De groep, Fatah (Arabisch voor overwinning) al-Islam, gevestigd in en bij het vluchtelingenkamp Nahr al-Bared bij Tripoli, telt volgens de meeste bronnen niet meer dan 200 strijders en staat eerder als terreurgroep te boek. De Palestijnse beweging als zodanig in Libanon is de verdrijving van (wijlen) Yasser Arafat c.s. uit Beiroet in 1983 nooit te boven gekomen.

Met alle Palestijnse groepen heeft Fatah al-Islam gemeen dat het de ‘bevrijding van Jeruzalem’ als hoofddoel heeft en met sommige dat vervolgens de vaandel van de islam in Palestina moet worden gehesen. Maar op de weg daarheen staat het alleen. In een vraaggesprek met de Israëlische Arabische krant Al-Sinnarah brandmerkte Fatah al-Islamleider Shakir al-Absi, een in Jericho geboren Palestijn die tijdens Gaddafi’s radicale tijd in Libië militair is getraind, in maart alle andere Palestijnse facties als corrupt. Ook van het fundamentalistische Hamas, dat zich volgens hem in politieke spelletjes heeft laten meeslepen, moest hij niets hebben. Laat staan van het nationalistische Fatah van de Palestijnse president Mahmoud Abbas. De jihad, heilige oorlog, leidt naar de overwinning, en een andere weg is er niet.

Die jihad bestaat voor Absi kennelijk uit aanslagen. In Jordanië werd hij in 2004 samen met de (inmiddels gedode) Jordaanse terroristenleider Abu Musab al-Zarqawi bij verstek ter dood veroordeeld wegens de moord op een Amerikaanse diplomaat in Amman in 2002. In Libanon wordt zijn groep onder andere verdacht van aanslagen op twee minibussen in een christelijke wijk in Beiroet in februari, waarbij drie burgers werden gedood. Een van Absi’s strijders, die gisteren werd gedood, was volgens een Libanese veiligheidsfunctionaris verdachte in een mislukte poging tot een aanslag op een trein in Duitsland, vorig jaar juli. De gevechten van gisteren vloeiden voort uit een bankoverval bij Tripoli.

Fatah al-Islam splitste zich eind vorig jaar af van de door Syrië gesteunde groep Fatah-Opstand van kolonel Abu Musa. Die splitste zich in de burgeroorlog weer af van het reguliere Fatah en speelde een belangrijke rol bij Arafats verdrijving uit Libanon. Absi’s strijders verhuisden vervolgens uit Syrië naar Nahr al-Bared, een kamp dat net als alle andere Palestijnse vluchtelingenkamp in Libanon een bont palet aan guerrilla- en terreurgroepen onderdak biedt. Absi zelf arriveerde vanuit een Syrische gevangenis.

Sommige plaatselijke waarnemers geloven dat er een relatie bestaat tussen Al-Qaeda en Fatah al-Islam. Anti-Syrische Libanese partijen zien een Syrische hand in het geweld. Het Syrische leiderschap zou onrust willen stoken om berechting van (pro-)Syrische verdachten van de moord op de Libanese oud-premier Rafiq Hariri te voorkomen. Absi zelf zei in maart met geen enkel Arabisch regime banden te hebben. Ook niet met Al-Qaeda – „maar we zien hen als broeders die ook het vaandel van de islam hooghouden”.