Stem school af op bedrijf

Het beroepsonderwijs vaarwel zeggen zonder afgeronde opleiding: in het vorige schooljaar gebeurde dat 57.000 keer. Daarom heeft de Tweede Kamer het wetsontwerp aangenomen om jongeren tot 18 jaar te verplichten een startkwalificatie (niveau 2 mbo, havo of vwo) te halen. Als de Eerste Kamer ook akkoord gaat, wordt dit wetsontwerp per 1 augustus ingevoerd. Maar dit is onvoldoende om het jongeren gemakkelijker te maken een passende baan te vinden.

Het begrip ‘startkwalificatie’, dat in 1990 (toen het beroepsonderwijs ook in een crisis verkeerde) door de commissie-Rauwenhoff werd geïntroduceerd, heeft zijn waarde in het verleden bewezen. Het is nu echter ernstig in verval geraakt. Het zegt niets meer over het niveau dat je moet hebben bereikt om als vakman of -vrouw aan de slag te gaan. Bedrijven houden er nauwelijks rekening mee en hanteren hun eigen startniveau.

Uit een analyse die het Research Instituut voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) in juli 2006 voor de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) maakte, blijkt dat je met een startkwalificatie (niveau 2) vaak helemaal niet goed zit. Van alle gediplomeerde schoolverlaters met een baan heeft 70 procent een opleiding boven niveau 2. Slechts 15 procent van hen stroomde uit op niveau 2. Er bestaan ook grote verschillen tussen sectoren. Wil je bijvoorbeeld een toekomst in de chemie, de administratie of de ICT, dan moet je minimaal niveau 4 hebben. Een hogere opleiding (hbo) biedt nog meer perspectief. In de elektrotechniek kun je ook beter over een hbo-diploma beschikken. Gelukkig zijn er ook sec-toren (bijvoorbeeld handel en reparatie, bouw, zorg en horeca) waar je al beneden niveau 2 een succesvolle start kunt maken.

Het is verstandig dat werkgevers en werknemers per sector een eigen sectorstartniveau bepalen, waarna vervolgens het beroepsonderwijs zijn onderwijsaanbod daarop aanpast. Sociale partners kunnen door middel van de specifieke vraag van bedrijven in een bepaalde sector een belangrijke bijdrage leveren aan de bestrijding van de jeugdwerkloosheid en het voorkomen van voortijdig schooluitval. Daarnaast kan worden bevorderd dat jongeren in de combinatie van opleidingsniveau en -richting worden geschoold op een manier die bedrijven vragen. Daarmee wordt het tekort aan vakmensen en aan hoogopgeleiden bestreden en voorkomen. Een sectorstartniveau lost dus niet alleen een werkgelegenheidsprobleem op aan de onderkant, maar ook aan de bovenkant van de arbeidsmarkt. Beide bevorderen de economische groei.

Sociale partners moeten het bovenstaande wel echt willen. Vervolgens zullen zij onderzoek moeten laten verrichten naar de perspectieven van de diverse beroepen. Zij zullen alleen succes hebben als ze dit goed doen tezamen met de hele mbo-sector (Regionale opleidingscentra en Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven). Tevens moet er een beter systeem van studie- en beroepskeuze komen, dat inzicht biedt in de perspectieven van de diverse beroepen in sectoren en in de daarvoor vereiste opleidingen. Een nog verdergaande en aan te bevelen stap zou zijn bij de financiering van het onderwijs rekening te houden met de diverse sectorstartniveaus. Dus: geen opleidingen meer financieren waarvan de combinatie van niveau en richting geen arbeidsmarktperspectief biedt.

Leen Hoffman is econoom en adviseur arbeidsmarktbeleid.